De voorzitter opent de vergadering.
Bij de opening van de zitting worden de volgende mededelingen gedaan:
De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 21 mei 2026 en 9 juni 2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
Artikelen 277 §1 en 278 §1 van het decreet lokaal bestuur
Ontwerpnotulen van de zitting van de gemeenteraad van 21 mei 2026 en 9 juni 2026.
De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 21 mei 2026 en 9 juni 2026 worden goedgekeurd.
Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.
De jaarrekening 2025 en de daarbij horende bijlagen werden opgemaakt door de financieel directeur en zijn medewerkers. Aan de raadsleden werden de documenten tijdig ter beschikking gesteld.
De raadsleden konden eveneens een gedrukte versie van de jaarrekening opvragen bij de financieel directeur.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting. De documentatie omvat de achtergrondinformatie die nuttig is om de jaarrekening te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport is opgenomen.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening 2025 dient vastgesteld te worden voor het luik gemeente door de gemeenteraad (opsplitsing in schema J3).
De gemeenteraad dient ook goedkeuring te geven over het luik OCMW dat door de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 juni 2026 werd vastgesteld.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jef Vansteenhuyse beantwoord door schepen Claudio Saelens.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 voor zijn gedeelte vast.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de jaarrekening 2025 integraal (inclusief het OCMW-luik dat door de raad voor maatschappelijk welzijn in de zitting van 18 juni 2026 werd vastgesteld) goed.
Artikel 3: Deze rekening wordt digitaal gerapporteerd aan de toezichthoudende overheid.
Het decreet over het lokaal bestuur verplicht de lokale besturen om een intern controlesysteem op te bouwen en daarover jaarlijks te rapporteren uiterlijk 30 juni van het daaropvolgende jaar.
In de gemeenteraadszitting van 22 april 2021 werd het algemeen kader voor organisatiebeheersing goedgekeurd. Het kader omvat op maat uitgewerkte en vastgelegde afspraken over de wijze waarop op langere termijn aan de versterking van de organisatiebeheersing zal worden gewerkt.
Het bevat o.a. de volgende elementen:
Het kader heeft zowel betrekking op de gemeente als op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Omwille van de sterke samenwerking tussen de gemeente en het OCMW, de vergaande eenmaking en centralisatie van de dienstverlening en de eenduidige operationele leiding, werd geopteerd voor een uniform kader voor beide entiteiten.
De rapportering voor 2021-2025 wordt ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 217 tot en met 220, betreffende organisatiebeheersing.
Het rapport organisatiebeheersing geeft weer welke stappen er op dit vlak werden gezet tussen 2021 en 2025 waaronder de identificatie van risico’s en beheersmaatregelen op vlak van de volgende zelfevaluatiethema's:
Het rapport (incl. zelfevaluatierapporten en verbeteractieplannen) bevat de effectieve rapportering over de beheersmaatregelen en aandachtspunten met een stand van zaken op vandaag.
Daarnaast werd het rapport van Audit Vlaanderen rond de aanpak van organisatiebeheersing binnen ons lokaal bestuur mee opgenomen in het rapport.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor algemeen bestuur en beleid.
Rapport organisatiebeheersing 2021-2025 (+ bijlagen bij het rapport).
Er zijn tussenkomsten door raadslid Jef Vansteenhuyse beantwoord door burgemeester Jos Sypré.
Artikel 1: Het rapport organisatiebeheersing 2021- 2025, zoals opgesteld door de algemeen directeur in overleg met de stuurgroep organisatiebeheersing en het managementteam wordt ter kennis genomen. Dit rapport maakt integraal deel uit van deze gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur.
Lokaal bestuur Beernem wil de koopkracht van het personeel versterken door verhoging van de maaltijdcheques en de ecocheques.
De huidige zichtwaarde van de maaltijdcheque bedraagt € 8,00 (€ 6,91 ten laste van het gemeentebestuur en € 1,09 ten laste van de medewerker)
Er wordt voorgesteld om de maaltijdcheques te verhogen tot € 9,00 vanaf 1 september 2026 en tot € 10,00 vanaf 1 januari 2028.
De huidige waarde van de ecocheque bedraagt jaarlijks € 100,00 voor een voltijdse medewerker.
Er wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2028 de waarde van de ecocheques te verhogen tot € 200,00 voor een voltijds medewerker.
In het meerjarenplan 2026-2031 is in "actie 28.1.1. sectoraal akkoord" voldoende budget voorzien voor deze aanpassingen.
Aan de gemeenteraad wordt dit voorstel ter goedkeuring voorgelegd alsook de aanpassingen in de artikelen 210 en 210bis in de rechtspositieregeling.
De bijhorende reglementen tot toekenning maaltijdcheques en ecocheques worden geactualiseerd.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor personeelszaken.
| Dienst |
Personeel |
| Omschrijving |
Uitvoering sectoraal akkoord 2026-2031 |
| Raming (incl. btw) op jaarbasis |
|
| Budgetcode |
2026/GBB-PERS-G/0119-00/6170001/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN |
| Beschikbaar krediet |
jaarlijks € 123.000,00 in MJP 2026-2031 (actie 28.1.1) |
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De maatregelen tot koopkrachtverhoging van het sectoraal akkoord 2026-2031 voor het gemeentepersoneel wordt uitgevoerd:
Artikel 2: In de rechtspositieregeling wordt 'Titel VII. De toelagen, vergoedingen en sociale voordelen' bij 'Hoofdstuk VI. De sociale voordelen' als volgt aangepast:
"Artikel 210. Het personeelslid heeft recht op maaltijdcheques.
De zichtwaarde van één maaltijdcheque bedraagt op 1 september 2026 € 9,00. De werkgeversbijdrage bedraagt op 1 september 2026 € 7,91.
De zichtwaarde van één maaltijdcheque bedraagt vanaf 1 januari 2028 € 10,00. De werkgeversbijdrage bedraagt vanaf 1 januari 2028 € 8,91.
Artikel 210bis. Het personeelslid heeft recht op ecocheques. Een voltijds werkend personeelslid heeft vanaf 2028 jaarlijks recht op ecocheques t.w.v. € 200,00. Het bedrag van cheques wordt op volgende wijze berekend: € 200,00 x gemiddelde prestatiebreuk van het personeelslid in de periode van 1 januari tot en met 31 oktober van hetzelfde kalenderjaar. De ecocheques worden begin december uitbetaald via de elektronische maaltijdchequekaart."
Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur
De gemeentelijke parking in de Bruggestraat (achter dienstencentrum flora) ligt binnen de blauwe zone Oedelem en valt daar dan ook onder. Dit houdt in dat er alle dagen tussen 9 uur en 18 uur maximum 2 uur mag geparkeerd worden uitgezonderd op zon- en feestdagen.
We kregen de vraag van Curando om de blauwe zone op te heffen of de toegelaten parkeerduur te verhogen naar 4 uur gezien 2 uur voor hun activiteiten onvoldoende is.
De gemeentelijke parking in de Bruggestraat (achter dienstencentrum flora) ligt binnen de blauwe zone Oedelem en valt daar dan ook onder. Dit houdt in dat er alle dagen tussen 9 uur en 18 uur maximum 2 uur mag geparkeerd worden uitgezonderd op zon- en feestdagen.
We kregen de vraag van Curando om de blauwe zone op te heffen of de toegelaten parkeerduur te verhogen naar 4 uur gezien 2 uur voor hun activiteiten onvoldoende is.
Deze parking werd indertijd aangelegd ter vervanging van parkeerplaatsen die verdwenen bij de heraanleg van de Markt. Door het opheffen van de blauwe zone zal deze parking ingenomen worden door de bewoners van de Bruggestraat in de omgeving én door de bewoners van de voormalige site huis Maes aan de overzijde. Dit gaat voorbij aan de oorspronkelijke bedoeling van de parking én als de parking vol staat met wagens van bewoners, is dit al helemaal geen oplossing voor het dienstencentrum.
Het verlengen van de maximaal toegestane parkeerduur is wel een optie.
Praktisch gezien wordt er dan een bord E9a met parkeerschijf en onderbord 'max 4u' geplaatst. Dit heft de zone niet op, het legt enkel een andere reglementering op voor deze specifieke plaats binnen de zone. Bij het uitrijden van de parking wordt een zonebord E9a met opschrift 'herhaling' geplaatst zodat men weet dat men bij het verlaten van de parking terug in de globale bestaande blauwe zone zit.
Dit reglement betreft een gemeentelijke parking.
De wijziging aan de blauwe zone wordt gereglementeerd door een aanvulling in Artikel 13: 'beperkt parkeren' van het gecoördineerd gemeentelijk aanvullend reglement op de politie op het wegverkeer (goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 3 juli 2014).
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor mobiliteit.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: In het gecoördineerd gemeentelijk aanvullend reglement op de politie op het wegverkeer van 3 juli 2014 wordt volgend artikel toegevoegd:
Artikel 13.6) op volgende plaatsen wordt de parkeerduur beperkt tot max. 4uur met verplichting tot leggen van de parkeerschijf:
Deze maatregel wordt de weggebruiker ter kennis gebracht door de plaatsing van een verkeersbord E9a met logo parkeerschijf en een onderbord met de beperking in tijd (max. 4 uur) eventueel aangevuld met een begin/einde aanduiding of een begin aanduiding met vermelding van de afstand waarover de reglementering geldt.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur
Op 1 januari 2027 treden nieuwe regels in werking met betrekking tot de toewijzing van sociale woningen in Vlaanderen. Deze hervorming kadert in een principiële wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, waarbij de Vlaamse Regering inzet op een meer transparant, uniform en doelgericht toewijzingsbeleid.
De hervorming beoogt in de eerste plaats een vereenvoudiging en harmonisering van de bestaande toewijzingssystemen. In het verleden werd de toewijzing van sociale huurwoningen gekenmerkt door een complexe combinatie van verschillende voorrangsregels en lokale accenten, wat leidde tot een minder overzichtelijk en moeilijker uitlegbaar systeem voor kandidaat-huurders en lokale besturen.
Met de invoering van het zogenaamde vierpijlermodel wordt voortaan een duidelijke structuur aangebracht in de toewijzing. De beschikbare woningen worden opgedeeld in vier categorieën (‘pijlers’), waarbij in elke pijler specifieke doelgroepen of prioriteiten centraal staan, zoals onder meer:
Via deze systematiek wil de Vlaamse overheid een evenwicht realiseren tussen sociale rechtvaardigheid, efficiëntie en lokale beleidsruimte.
Daarnaast voorziet de regelgeving expliciet dat lokale besturen nog steeds de mogelijkheid behouden om eigen accenten te leggen binnen hun toewijzingsreglement. Dit laat toe om in te spelen op lokale noden en beleidsprioriteiten, zoals:
Deze lokale invulling dient evenwel te gebeuren binnen de vastgelegde contouren van het vierpijlermodel en dient in overeenstemming te zijn met de Vlaamse regelgeving.
In functie van de inwerkingtreding op 1 januari 2027 dienen lokale besturen hun huidig toewijzingsreglement te evalueren en, waar nodig, aan te passen aan het nieuwe juridische kader. Dit vraagt een beleidsmatige afweging over de gewenste lokale accenten en prioriteiten binnen de beschikbare beleidsruimte.
Voorliggend dossier kadert in deze noodzakelijke voorbereiding, met het oog op het tijdig vaststellen van een aangepast lokaal toewijzingsreglement dat zowel conform is met de Vlaamse regelgeving als afgestemd op de specifieke lokale woonnoden.
Juridische grond
De nieuwe toewijzingsregels voor sociale woningen in Vlaanderen, die vanaf 1 januari 2027 van kracht worden zijn bedoeld om de toewijzing van sociale woningen eerlijker en efficiënter te maken. Deze wijzigingen zijn een resultaat van een principiële aanpassing van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en hebben dan ook een impact op wie voorrang krijgt.
Naast de algemene toewijzingsregels kunnen de lokale besturen nog steeds lokale accenten leggen in hun reglement, dit om in te spelen op noden van bepaalde doelgroepen, lokale binding enz., weliswaar binnen de contouren van het vierpijlermodel.
Het voorliggende ontwerp, afgestemd binnen het werkingsgebied van woonmaatschappij Vivendo, wordt bijgestuurd op volgende vlakken:
1. Lokale binding
Invoering van een verstrengde woonbinding om de kansen van lokaal verankerde kandidaten te versterken, met toepassing op zowel gemeentelijk niveau als het werkingsgebied van Vivendo. Deze lokale bindingsregels worden toegepast op de pijlers 1, 3 en 4. Het is een voorrangsregel waarbij telkens als eerste de (verstrengde) lokale voorrangsregel wordt toegepast, vervolgens de lokale voorrangsregel in de gemeente en ten derde de voorrangsregel binnen het werkingsgebied van Vivendo (m.u.v. Brugge). In laatste instantie is dit aan andere kandidaat-huurders zonder deze woonbinding. De lokale bindingsregels zijn van toepassing op alle volgende doelgroepen in dit toewijzingsreglement.
Vanaf 1 september 2027 wordt de voorrangsregel ‘werkbinding’ ingevoerd die op dezelfde voet komt te staan als de tweede voorrangsregel.
Na overleg met Vivendo en de toewijzingsraad (d.d. 27 april 2026 en 18 mei 2026) werd hiertoe een unanimiteit bereikt in de gemeenten Beernem, Damme, Jabbeke, Oostkamp en Zedelgem.
2. Specifieke doelgroepen (pijler 3):
2.1 De kandidaat-huurder vanaf 65 jaar
Beernem
Damme
Jabbeke
Oostkamp
Zedelgem
2.2 De kandidaat-huurder met een fysieke of mentale beperking
Vivendo voorziet in zijn ontwerpnota multifunctionele woningen die prioritair – maar niet exclusief – worden toegewezen aan kandidaat-huurders of hun gezinsleden die niet in staat zijn trappen te gebruiken. Het aantal per gemeente wordt hierbij niet bepaald op basis van de lokale nood of behoefte, maar op basis van het beschikbare aanbod aan aangepaste woningen (met uitsluiting van appartementen).
Gelet op het vastgestelde onevenwicht binnen de diverse gemeenten met betrekking tot het beschikbare aanbod, wordt de volgende herschikking voorgesteld:
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor sociaal beleid.
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Gijs Degrande en Nele Deslyper beantwoord door schepen Vicky Reynaert en voorzitter Kris Vincke.
Raadslid Gijs Degrande dient namens de N-VA fractie volgende amendementen in:
AMENDEMENT 1
Artikel 1, eerste punt, wordt als volgt aangepast:
“Met oog op bijsturing van de conceptnota beslist de gemeenteraad tot volgende aanpassingen en voor de gemeente Beernem met betrekking tot de strengere lokale binding (Pijler 1) volgende toewijzingsregels toe te passen:
Er wordt achtereenvolgens voorrang gegeven aan:
Toelichting
Dit amendement heeft als doel om de beschikbare sociale huurwoningen prioritair toe te wijzen aan personen met een aantoonbare en duurzame band met Beernem. Door de lokale woonbinding sterker te verankeren, wordt huisvesting in de eerste plaats ingezet voor inwoners die al jarenlang deel uitmaken van onze lokale gemeenschap.
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 8 stemmen voor van de fractie van N-VA,14 stemmen tegen van de fracties van CD&V, Vooruit en Groen en 0 onthoudingen.
AMENDEMENT 2
Er wordt een nieuw artikel toegevoegd met betrekking tot Pijler II dat luidt als volgt:
“De maximaal 20% versnelde toewijzingen worden gespreid in de tijd, in de regio, in het
patrimonium. Dat gebeurt op basis van een na te streven evenwichtige spreiding verdeeld over het werkingsgebied aan de hand van objectieve criteria: evenredigheid (pro rata) het inwonersaantal van de gemeenten in het werkingsgebied en het beschikbare woningaanbod.
Welzijnsorganisaties actief in het werkingsgebied kunnen kandidaat-huurders aanbrengen voor versnelde toewijzing. De Woonmaatschappij stelt voor deze toewijzingen als voorwaarde dat er begeleidende maatregelen, andere dan de basisbegeleidingstaken, worden aangeboden door de welzijnsorganisatie die de aanvraag doet. Het afsluiten van een begeleidingsovereenkomst is een voorwaarde voor een toewijzing binnen pijler II.”
Toelichting
We kiezen voor een evenwichtige en maatschappelijk verantwoorde toepassing van de versnelde toewijzingen. We opteren voor een gespreide verdeling over de gemeenten en het patrimonium en koppelen dat aan een verplichte begeleidingsovereenkomst en effectieve ondersteuning door de aanmeldende welzijnsorganisatie. Daarmee versterken we de leefbaarheid en draagkracht van de woonomgeving.
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 8 stemmen voor van de fractie van N-VA, 14 stemmen tegen van de fracties van CD&V, Vooruit en Groen en 0 onthoudingen.
AMENDEMENT 3
Er wordt een nieuw artikel toegevoegd met betrekking tot de rationele bezetting van het patrimonium van de Woonmaatschappij:
“De Woonmaatschappij werkt een duidelijk kader en beleid uit inzake rationele bezetting en onderbezetting en engageert zich om actief en maximaal in te zetten op een zo goed mogelijke bezetting van haar patrimonium.”
Toelichting
Het bestaande sociale woonpatrimonium moet zo efficiënt mogelijk moet worden benut.
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 8 stemmen voor van de fractie van N-VA, 13 stemmen tegen van de fracties van CD&V en Vooruit en 1 onthouding van de Groen fractie.
AMENDEMENT 4
Er wordt een nieuw artikel toegevoegd met betrekking tot de opvolging van de huurderverplichtingen inzake taal en VDAB:
“De gemeenteraad verzoekt de woonmaatschappij om de naleving van de wettelijke huurdersverplichtingen inzake taalkennis en inschrijving bij de VDAB op een actieve en nauwgezette wijze op te volgen.
In het bijzonder vraagt de gemeenteraad dat de woonmaatschappij om elke kandidaat-huurder actief te informeren over de geldende verplichtingen, de naleving van deze verplichtingen systematisch te controleren binnen de wettelijk voorziene termijnen en de dossiers waarin niet aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan consequent door te verwijzen naar de bevoegde toezichthoudende instanties.
De gemeenteraad vraagt de woonmaatschappij om, naast de strikte toepassing van de huidige wettelijke huurdersverplichtingen, ook de aangekondigde wijzigingen in de Vlaamse regelgeving inzake sociale huisvesting proactief voor te bereiden en zonder uitstel te implementeren zodra deze in werking treden.”
Toelichting
Met dit amendement onderstrepen we dat de rechten die gepaard gaan met sociale huisvesting ook gepaard gaan met duidelijke verantwoordelijkheden.
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 8 stemmen voor van de fractie van N-VA, 13 stemmen tegen van de fracties van CD&V en Vooruit en 1 onthouding van de Groen fractie.
* * *
Raadslid Nele Deslyper voegt volgende stemverklaring toe bij de onthouding van de groen-fractie bij de stemming over het reglement:
"Groen onthoudt zich. We betwisten niet dat Vivendo het kader correct toepast, en het tekort blijft de echte oorzaak. Voor Groen zou de feitelijke nood aan een sociale woning zwaarder moeten wegen dan hoe lang iemand al in de gemeente woont. Deze regeling maakt de omgekeerde keuze, en daarom kunnen wij ze niet goedkeuren."
Artikel 1: De gemeenteraad gaat akkoord met de voorgestelde bijsturing van ontwerpnota met name:
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
De gemeente Beernem is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging IVBO voor wat betreft het afvalbeheer en de afvalverwijdering op ons grondgebied. De aangesloten gemeenten streven ernaar om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
In de collegezitting van 14 februari 2025 werd inzake de DifTar-ophaling gunstig advies gegeven om de instap en de financiële impact mee te nemen in de besprekingen van het meerjarenplan 2026-2031.
In de collegezitting van 5 december 2025 werd gunstig advies verleend om op 1 maart 2027 in te stappen in de DifTar-ophaling.
In de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Beernem goedgekeurd. Onder actie 16.1.4. werd de actie 'DifTar-ophaling' opgenomen.
Deze actie houdt concreet in dat de gemeente Beernem op 1 maart 2027 toetreedt tot het DifTar-systeem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling van restafval en GFT in containers. DifTar staat voor gedifferentieerd tarief. Dit betekent dat de afvalstoffen worden afgerekend o.b.v. het aangeboden gewicht. Dit laat de gemeente toe om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen.
Er wordt gestreefd naar een intercommunale werking, zowel wat betreft tarifering, als wat betreft ophaal- en inzamelmodaliteiten. De actie Diftar-ophaling brengt daardoor - via de nieuwe reglementen - enkele belangrijke wijzigingen tegenover de huidige ophaling van afval.
Ter duiding van alle wijzigingen wordt aan de gemeenteraad het document 'DifTar-ophaling_voorstelling en accenten voor Beernem' voorgelegd.
In deze zitting worden tevens volgende reglementen ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de toetreding tot het DifTar-systeem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling in containers, met ingang vanaf 1 maart 2027, goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Ruben Strobbe, bevoegd voor recyclagepark en afvalbeleid.
DifTar-ophaling_voorstelling en accenten voor Beernem
Diftar-ophaling
De opstartkost voor Beernem bedraagt € 143.648,00 in 2027. De jaarlijkse uitgave voor diftar-ophaling in Beernem zal € 67.057,00 hoger liggen dan zonder diftar-ophaling. De jaarlijkse opbrengst uit de diftar-ophaling in Beernem zal € 382.402,00 hoger liggen dan zonder diftar-ophaling.
| Exploitatie |
Uitgave |
Ontvangst |
Saldo |
| 2026 |
0 |
0 |
0 |
| 2027 |
€ 210.705 |
€ 382.402 |
€ 171.697 |
| 2028 |
€ 67.057 |
€ 382.402 |
€ 315.345 |
| 2029 |
€ 67.057 |
€ 382.402 |
€ 315.345 |
| 2030 |
€ 67.057 |
€ 382.402 |
€ 315.345 |
| 2031 |
€ 67.057 |
€ 382.402 |
€ 315.345 |
| Totalen |
€ 478.933 |
€ 1.912.010 |
€ 1.433.077 |
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jef Vansteenhuyse & Gijs Degrande beantwoord door schepenen Ruben Strobbe & Vicky Reynaert & voorzitter Kris Vincke.
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag :
"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.
IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.
Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.
Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.
Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.
Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.
Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard".
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de toetreding tot het DifTar-systeem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling in containers, met ingang vanaf 1 maart 2027, goed.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikels 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
De gemeente Beernem is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging IVBO voor wat betreft het afvalbeheer en de afvalverwijdering op ons grondgebied. De aangesloten gemeenten streven ernaar om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
In de collegezitting van 14 februari 2025 werd inzake de DifTar-ophaling gunstig advies gegeven om de instap en de financiële impact mee te nemen in de besprekingen van het meerjarenplan 2026-2031.
In de collegezitting van 5 december 2025 werd gunstig advies verleend om op 1 maart 2027 in te stappen in de DifTar-ophaling.
In de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Beernem goedgekeurd. Onder actie 16.1.4. werd de actie 'DifTar-ophaling' opgenomen.
In de gemeenteraadszitting van 18 juni 2026 wordt akkoord gegaan met de toetreding tot het DifTarsysteem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling in containers.
De gemeente wil, in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag maximaal voorkomen.
Er bestaat een terugnameplicht voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, namelijk dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld.
Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk om huishoudelijk afval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema.
Prioriteit dient verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen. In tweede instantie dient het huishoudelijk afval maximaal selectief ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking.
De gemeente is toegetreden tot het DifTar-systeem van IVBO voor huis-aan-huisinzameling in containers. DifTar staat voor gedifferentieerd tarief. De afvalstoffen worden afgerekend o.b.v. het aangeboden gewicht. Inwoners mogen een container voor restafval of de toegang tot de ondergrondse of bovengrondse container voor restafval niet weigeren aangezien elke inwoner en elk gezin restafval produceert, hoe goed ze ook aan preventie doen of selectief inzamelen.
Naar aanleiding van de invoering van het DifTar-systeem is de politieverordening inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen aangepast.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de nieuwe politieverordening betreffende de inzameling en het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en de opheffing van de huidige politieverordening inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vanaf 1 maart 2027 goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Ruben Strobbe, bevoegd voor recyclagepark en afvalbeleid.
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jef Vansteenhuyse & Gijs Degrande beantwoord door schepenen Ruben Strobbe & Vicky Reynaert & voorzitter Kris Vincke.
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag:
"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.
IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.
Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.
Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.
Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.
Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.
Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard".
Artikel 1: De politieverordening betreffende de inzameling en het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt goedgekeurd en treedt in werking op 1 maart 2027.
Artikel 2: De politieverordening inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 26 februari 2026, wordt opgeheven op 1 maart 2027.
Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 4: Eenzelfde afschrift wordt voor gepast gevolg overgemaakt aan:
- de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge;
- de voorzitter van de politierechtbank te Brugge;
- de lokale politie;
- de IVBO;
- de OVAM;
- de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur
De gemeente Beernem is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging IVBO voor wat betreft het afvalbeheer en de afvalverwijdering op ons grondgebied. De aangesloten gemeenten streven ernaar om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
In de collegezitting van 14 februari 2025 werd inzake de DifTar-ophaling gunstig advies gegeven om de instap en de financiële impact mee te nemen in de besprekingen van het meerjarenplan 2026-2031.
In de collegezitting van 5 december 2025 werd gunstig advies verleend om op 1 maart 2027 in te stappen in de DifTar-ophaling.
In de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Beernem goedgekeurd. Onder actie 16.1.4. werd de actie 'DifTar-ophaling' opgenomen.
In de gemeenteraadszitting van 18 juni 2026 wordt akkoord gegaan met de toetreding tot het DifTarsysteem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling in containers.
De gemeente is toegetreden tot het DifTar-systeem van IVBO voor huis-aan-huisinzameling in containers. DifTar staat voor gedifferentieerd tarief. Dit betekent dat de afvalstoffen worden afgerekend o.b.v. het aangeboden gewicht. Dit laat de gemeente toe om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen.
Via het invoeren van een belasting op de inzameling en verwerking van afvalstoffen willen we in de eerste plaats onze inwoners stimuleren om afval te voorkomen en op de tweede plaats het hergebruik en recyclage van afvalstoffen stimuleren.
De belasting die geheven wordt per aansluitpunt dekt de algemene beschikbaarstelling en organisatie van de infrastructuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van de afvalinzameling, waaronder inbegrepen de terbeschikkingstelling van de containers, ongeacht het effectieve gebruik ervan. In functie van een performante afvalinzameling voorzien we ook een belasting op de installatie van een containerslot en op het omruilen van een container als dit meer dan 1 keer per kalenderjaar zou voorkomen.
Het is aldus gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Voor de inning van huisvuilbelastingen is een specifieke regeling uitgewerkt in artikel 26, tweede lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Deze regeling houdt in dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten kunnen verhalen en hiertoe het intergemeentelijk samenwerkingsverband (IVBO) kunnen machtigen de kosten te innen in de vorm van een belasting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen voor de aanslagjaren 2027 - 2031 en de opheffing van het retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vanaf 1 maart 2027 goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Ruben Strobbe, bevoegd voor recyclagepark en afvalbeleid.
Belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen - aanslagjaren 2027 - 2031
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jef Vansteenhuyse & Gijs Degrande beantwoord door schepenen Ruben Strobbe & Vicky Reynaert & voorzitter Kris Vincke.
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag:
"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.
IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.
Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.
Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.
Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.
Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.
Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard".
Artikel 1: Het belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen - aanslagjaren 2027 - 2031 wordt goedgekeurd en treedt in werking op 1 maart 2027.
Artikel 2: Het 'retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen', zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 26 februari 2026, wordt opgeheven op 1 maart 2027.
Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 4: Eenzelfde afschrift wordt voor gepast gevolg overgemaakt aan:
- de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge
- de voorzitter van de politierechtbank te Brugge
- de lokale politie
- de IVBO
- de OVAM
- de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur
Vanaf 1 maart 2027 treedt de gemeente Beernem toe tot het DifTar-systeem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling van restafval en GFT. Er wordt vanaf dan een belasting gevestigd op basis van het aangeboden gewicht restafval en GFT.
De gemeente Beernem wil bepaalde categorieën van inwoners omwille van medische of financiële redenen een subsidie toekennen onder de vorm van een saldo op de provisierekening.
Naar aanleiding van de intentie om op 1 maart 2027 in te stappen in de diftar-ophaling door IVBO is het gerechtvaardigd om de huidige sociale correcties (rollen gratis zakken voor welbepaalde doelgroepen) om te zetten in nieuwe sociale correcties (tegemoetkoming op persoonlijke provisierekening IVBO voor welbepaalde doelgroepen).
De huidige sociale correcties (rollen gratis zakken voor welbepaalde doelgroepen) zijn opgenomen in het retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. Dit retributiereglement wordt opgeheven op 1 maart 2027.
Voor de nieuwe sociale correcties gebeurde het bepalen van de subsidiebedragen als volgt:
De differentiatie van de subsidiebedragen wordt als volgt gemotiveerd:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor sociaal beleid.
subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen
Huidige uitgave, rekening houdend met huidige verkoopprijs restafvalzakken (€ 15,00 per rol 60L, € 8,50 per rol 30L)
|
|
2023 |
2024 |
2025 |
|||
|
|
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
| Medisch |
165 |
€ 5.610,00 |
171 |
€ 5.814,00 |
206 |
€ 7.004,00 |
| Financieel – AROP |
8 |
€ 272,00 |
7 |
€ 238,00 |
9 |
€ 306,00 |
| Financieel – IGO |
2 |
€ 68,00 |
2 |
€ 68,00 |
2 |
€ 68,00 |
| Financieel – Leefloon |
12 |
€ 408,00 |
8 |
€ 272,00 |
7 |
€ 238,00 |
| Financieel - FOD |
2 |
€ 68,00 |
3 |
€ 102,00 |
1 |
€ 34,00 |
| TOTAAL |
189 |
€ 6.426,00 |
191 |
€ 6.494,00 |
225 |
€ 7.650,00 |
Totale kost = aantal begunstigden x kostprijs rol 30L-zakken x 4 (= duurste optie)
Raming totale uitgave, indien rekening zou gehouden worden met de werkelijke kostprijs voor afvalinzameling vanaf 2027 (aanname: € 22,50 per rol 60L)
|
|
2023 |
2024 |
2025 |
|||
|
|
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
| Medisch |
165 |
€ 7.425,00 |
171 |
€ 7.695,00 |
206 |
€ 9.270,00 |
| Financieel |
24 |
€ 1.080,00 |
20 |
€ 900,00 |
19 |
€ 855,00 |
| TOTAAL |
189 |
€ 8.505,00 |
191 |
€ 8.595,00 |
225 |
€ 10.125,00 |
Totale kost = aantal begunstigden x kostprijs rol 60L-zakken x 2
Raming totale uitgave, indien rekening zou gehouden worden met de werkelijke kostprijs voor afvalinzameling vanaf 2027 (aanname: € 25,00 per rol 60L)
|
|
2023 |
2024 |
2025 |
|||
|
|
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
| Medisch |
165 |
€ 8.250,00 |
171 |
€ 8.550,00 |
206 |
€ 10.300,00 |
| Financieel |
24 |
€ 1.200,00 |
20 |
€ 1.000,00 |
19 |
€ 950,00 |
| TOTAAL |
189 |
€ 9.450,00 |
191 |
€ 9.550,00 |
225 |
€ 11.250,00 |
Totale kost = aantal begunstigden x werkelijke prijs rol 60L-zakken x 2
Raming toekomstige uitgave volgens voorstel
|
|
2023 |
2024 |
2025 |
|||
|
|
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
aantal begunstigden |
totale kost |
| Medisch |
165 |
€ 8.250,00 |
171 |
€ 8.550,00 |
206 |
€ 10.300,00 |
| Financieel |
24 |
€ 840,00 à € 1.680,00 gem. € 1.260,00 |
20 |
€ 700,00 à € 1.400,00 gem. € 1.050,00 |
19 |
€ 665,00 à € 1.330,00 gem. € 997,50 |
| TOTAAL |
189 |
€ 9.510,00 |
191 |
€ 9.600,00 |
225 |
€ 11.297,50 |
Totale kost = aantal begunstigden x voorgestelde subsidie
Medisch: € 50,00 per persoon
Financieel: € 70,00 per gezin van minstens 2 personen - € 35,00 per éénpersoonsgezin
Besluit: Met de voorgestelde subsidies in het nieuwe voorstel zal de jaarlijkse geraamde uitgave stijgen met ca. € 3.700,00, tegenover de huidige situatie.
N.B. In deze raming wordt geen rekening gehouden met eventuele wijzigingen in aantal aanvragen in de nieuwe regeling.
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Nele Deslyper & Jef Vansteenhuyse beantwoord door schepen Vicky Reynaert.
Gemeenteraadslid Nele Deslyper, Groen fractie, dient volgende amendement in:
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 1 stemmen voor van de groen-fractie en 21 stemmen tegen van de fracties van CD&V, Vooruit en N-VA, & 0 onthoudingen.
* * *
De meerderheidsfracties (CD&V en Vooruit) stellen voor om volgende indexeringsclausule toe te voegen aan het reglement:
Indexeringsclausule
Na de bestaande bepalingen over de subsidiebedragen wordt volgend lid toegevoegd:
"De subsidiebedragen vermeld in dit artikel worden vanaf 2028 jaarlijks aangepast volgens de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex (zoals gepubliceerd door Statbel). De aanpassing gebeurt telkens op 1 januari volgens de volgende formule:
Geïndexeerd bedrag = basisbedrag × (afgevlakte gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan de indexatie / afgevlakte gezondheidsindex van de maand februari 2027)
Als de afgevlakte gezondheidsindex wordt vervangen of niet langer wordt gepubliceerd, wordt een gelijkwaardige index toegepast.
Het aldus berekende bedrag wordt afgerond op de dichtstbijzijnde eurocent.”
Het reglement wordt met deze clausule aangepast.
* * *
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag tav het reglement :
"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.
IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.
Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.
Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.
Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.
Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.
Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard".
Artikel 1: Het (aangepaste) subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen wordt goedgekeurd en treedt in werking op 1 maart 2027.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 3: Eenzelfde afschrift wordt voor gepast gevolg overgemaakt aan de IVBO en de OVAM.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur
In 2016 werd atletiekpiste Tom Compernolle aangelegd in samenwerking met Oostkamp en Zedelgem. Er werd een stuurgroep opgericht met de gemeenten Oostkamp, Zedelgem en Beernem. De statuten van de stuurgroep werden goedgekeurd in de gemeenteraad van 7 juli 2016.
Op donderdag 23 april 2026 kwam de stuurgroep samen. Momenteel bepalen de statuten dat er jaarlijks vergaderd moet worden. De stuurgroep wenst dit aan te passen, zodat een vergadering enkel plaatsvindt wanneer dit nodig is.
Voorgestelde aanpassing:
De stuurgroep vergadert minstens éénmaal per legislatuur (in plaats van per jaar) en zo dikwijls als de belangen van de atletiekpiste het vereisen.
Deze vraag tot aanpassing werd meegedeeld in het overleg met de sportraad op 12 mei 2026.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen m.b.t. de aanpassing van de statuten van de stuurgroep van de atletiekpiste Tom Compernolle.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en de artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wijziging van de statuten dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Patricia Waerniers, bevoegd voor sport.
Er is een tussenkomst door raadslid Branco François beantwoord door schepen Patricia Waerniers.
Artikel 1: De aanpassing van de statuten atletiekpiste Tom Compernolle wordt goedgekeurd.
Artikel 2: Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de sportdienst voor gepast gevolg.
Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 en volgende van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) heeft als doel een geïntegreerd, kwaliteitsvol en inclusief aanbod van opvang en activiteiten te realiseren voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar. Met het wijzigingsdecreet BOA (goedgekeurd op 21 november 2025) wordt de verantwoordelijkheid voor de erkenning en kwaliteitsbewaking van het aanbod expliciet bij het lokaal bestuur gelegd.
Beernem maakt de beleidskeuze om formeel in te stappen in het BOA‑decreet per 1 september 2026, om zo de continuïteit van het bestaande opvangaanbod te waarborgen en de verdere uitbouw ervan mogelijk te maken met Vlaamse ondersteuning.
Lokale besturen die wensen in te stappen in het BOA‑decreet dienen uiterlijk op 1 september 2026 te beschikken over:
Voor de opmaak van het lokaal erkenningskader werd een gefaseerd traject doorlopen:
Het erkenningskader is van toepassing op alle organisatoren van buitenschoolse opvang op het grondgebied van Beernem en vormt een noodzakelijke stap om als lokaal bestuur formeel in te stappen in het BOA‑decreet per 1 september 2026.
De goedkeuring van dit erkenningskader creëert een inhoudelijke en juridische basis om het bestaande en toekomstige aanbod van buitenschoolse opvang kwaliteitsvol, toegankelijk en duurzaam verder te organiseren en te versterken.
Inhoud van het erkenningskader
Het lokaal erkenningskader is opgebouwd op basis van de zes kwaliteitspijlers vooropgesteld door Vlaanderen:
Het kader formuleert minimale erkenningsvoorwaarden die gelden voor alle organisatoren van buitenschoolse opvang op het grondgebied van Beernem, met behoud van ruimte voor professionele invulling binnen de lokale context.
De lokale erkenning verleent geen automatisch recht op subsidies, maar is een noodzakelijke voorwaarde om eventueel in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning binnen het gemeentelijk BOA‑beleid.
Erkenningsprocedure
Na goedkeuring van het erkenningskader door de gemeenteraad wordt een eerste erkenningsperiode opengesteld van 22 juni 2026 tot en met 5 juli 2026.
Alle organisatoren van buitenschoolse opvang op het grondgebied van Beernem kunnen in die periode een erkenningsaanvraag indienen. Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de aanvragen inhoudelijk en beslist gemotiveerd over de toekenning van de erkenning.
De erkenning wordt verleend voor onbepaalde duur, onder voorwaarde van jaarlijkse opvolging en rapportering.
Financiële context en beleidskeuzes
Voor de uitvoering van het decreet BOA ontvangt Beernem verschillende subsidies, verspreid over meerdere jaren. Deze middelen vormen de financiële basis om het lokale aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten verder uit te bouwen en te versterken.
De bedragen zijn als volgt:
Totaal BOA-subsidie 2026: € 363.554,59
Tot en met 31 augustus 2031 wordt een compensatiebedrag voorzien van € 466.372,17, wat het jaarlijkse BOA-bedrag vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 augustus 2031 op € 811.322,72 brengt.
Subsidieregeling
Op basis van een financiële analyse van de huidige BKO‑werking en met het oog op continuïteit, toegankelijkheid en geografische spreiding van het aanbod, maakt de gemeente de beleidskeuze om alle beschikbare BOA‑middelen toe te wijzen aan één of meerdere erkende organisatoren buitenschoolse opvang, en streeft naar een gelijk aantal vergunde plaatsen zoals op vandaag.
Na de goedkeuring van het erkenningskader buitenschoolse opvang en het doorlopen van de aanvraag- en erkenningsprocedure, wordt in het najaar een subsidieregeling ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Onderstaand worden de principes van deze regeling al medegedeeld:
De concrete subsidietoewijzing voor erkende BOA‑initiatieven wordt in een afzonderlijk dossier uitgewerkt en op een later tijdstip ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
In dit latere besluit wordt expliciet gemotiveerd:
Staatssteun en DAEB
Bij eventuele financiële ondersteuning worden de geldende staatssteunregels strikt nageleefd. Erkende BOA‑initiatieven kwalificeren als diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Subsidies worden in eerste instantie toegekend als DAEB‑de‑minimissteun (Verordening (EU) nr. 360/2012). Indien het toepasselijke plafond wordt overschreden, wordt het DAEB‑besluit 2012/21/EU toegepast via een subsidieovereenkomst met waarborgen tegen overcompensatie. De concrete DAEB-opdracht en compensatiemechanismen worden vastgelegd in de subsidieovereenkomst.
Aanpassing statuten LOK
In functie van het lokaal samenwerkingsverband werden enkele aanpassingen/toevoegingen opgenomen in de statuten van het LOK (zie bijlage). De aanpassingen gaan over het lokaal samenwerkingsverband BOA en de vertegenwoordiging van BOA op het LOK.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor kinderopvang.
Er is een tussenkomst door raadsleden Lien Dewispelaere beantwoord door schepen Vicky Reynaert.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het voorgelegde erkenningskader kwaliteit buitenschoolse opvang (BOA) goed.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de voorgestelde erkenningsprocedure goed.
Artikel 3: De gemeenteraad keurt de de aangepaste statuten van het Lokaal overleg kinderopvang (LOK) goed.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur.
Forza8330 vraagt om een ruimte te mogen gebruiken in Het Schepenhuys (linkerzijde - oude toeristische dienst). Deze ruimte wensen ze te gebruiken als start en aankomst van hun wekelijkse ritten op woensdag, donderdag en zondag. Ze willen ook graag gebruik van een kast voor opbergen van materiaal.
De linkerzijde van Het Schepenhuys was in gebruik door de bib als spellenbib. Wegens de hervorming van de bib in Oedelem komt deze ruimte meer ter beschikking maar moet zeker ook nog dienst doen als berging (in de maatkasten) voor de eigen diensten.
Voor dergelijk permanent gebruik is er niets opgenomen in het gebruiksreglement en tariefreglement voor het gemeenschapscentrum.
1. Beschikbaarheid:
De linkerzijde van Het Schepenhuys zal niet meer gebruikt worden door de bib en kan als extra ruimte verhuurd worden binnen het gemeenschapscentrum. Dit kan dan online gereserveerd worden door de potentiële gebruikers. Momenteel zijn dit al Okra Oedelem elke woensdag en de Spelanderthalers 1 vrijdagavond per maand. Zij gebruiken de ruimte allebei in combinatie met de raadzaal, die te klein is voor hun activiteit. De ruimte is dus nog ter beschikking op woensdagavond, donderdag en zondagmorgen.
2. Tarief:
Er zijn standaard geen jaartarieven voor gebruik van het gemeenschapscentrum. Het tarief voor repetitief gebruik is € 10,00. Zo betaalt Okra Oedelem wekelijks € 10,00 voor gebruik van de raadzaal, en ze kregen er het linkergedeelte bij omdat de raadzaal te klein was. Ze gebruiken de zaal 48 keer per jaar en betalen dus € 480,00. Just4Fun huurt 100 keer per jaar zaal Sinjo en betaalt dus € 1.000,00 in totaal. Harmonie Beernem en Okra Beernem huren wekelijks de Bargelaan. Zij kregen wel een uitzondering en betalen een 'sporttarief' € 7,50. De Harmonie huurt 50 keer de zaal en betaald dus € 375,00/jaar. Ook Femma Beernem en Ferm Beernem gebruiken wekelijks de zaal maar hebben geen jaartarief.
Er bestaan een aantal jaartarieven, apart goedgekeurd in de gemeenteraad:
Gezien Forza het lokaal 3 keer per week wil gebruiken voor hun start en aankomst, is het voorstel € 300,00/jaar. Gezien ze de zaal slechts 6 maanden gebruiken (april-september) komt dit op een totaal van € 150/jaar.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Patricia Waerniers, bevoegd voor vrije tijd.
Er wordt voorgesteld om de linkerzijde van Het Schepenhuys ter beschikking te stellen aan Forza8330 voor de prijs van € 150,00 voor een halfjaar (van april tot september).
Er is een tussenkomst door raadslid Gijs Degrande beantwoord door schepen Patricia Waerniers en burgemeester Jos Sypré.
Raadslid Gijs Degrande dient namens de N-VA fractie het volgende amendement in bij dit agendapunt.
Het amendement vervangt de huidige artikels door het volgende:
“Artikel 1: Het college wordt gevraagd op korte termijn een geïntegreerde toekomstvisie voor het Schepenhuys aan de gemeenteraad voor te leggen.
Artikel 2: Het Schepenhuys wordt opnieuw opengesteld voor alle verenigingen volgens gelijke en transparante voorwaarden. Daartoe wordt een algemeen gebruiks- en toewijzingsreglement uitgewerkt en ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Artikel 3: In afwachting van de goedkeuring van dit reglement wordt met wielerploeg Forza een tijdelijke gebruiksovereenkomst afgesloten voor een beperkte duur van zes maanden, verlengbaar indien noodzakelijk.”
Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 9 stemmen voor van de fracties van N-VA en Groen en 13 stemmen tegen van de fracties van CD&V en Vooruit en 0 onthoudingen.
* * *
De N-VA fractie wenst volgende stemverklaring toe te voegen aan hun stemgedrag (onthouding) bij de stemming van het agendapunt :
"De vraag van wielerploeg Forza om gebruik te maken van het Schepenhuys is uiteraard positief en toont aan dat het gebouw een belangrijke rol kan spelen voor verenigingsleven. De N-VA-fractie wil verenigingen maximaal ondersteunen en erkennen de nood aan geschikte ruimte voor hun werking. Tegelijk stelt dit dossier opnieuw de vraag naar de toekomst van het Schepenhuys. Vandaag worden beslissingen genomen op individuele basis, zonder dat er een duidelijk beleidskader of een gedragen visie bestaat over de rol en invulling van het gebouw. Dat zorgt voor een ad hoc-aanpak die weinig transparant is.
Het Schepenhuys verdient een duurzame toekomstvisie waarin verschillende functies – zoals ontmoeting, dienstverlening, cultuur en verenigingsleven – op een coherente manier worden samengebracht. Die vraag wordt des te pertinenter nu ook andere functies in het gebouw ter discussie staan.
Met dit amendement vragen we een duidelijke visie op de toekomst van het Schepenhuys en een algemeen en transparant reglement voor alle verenigingen. In afwachting zorgen we voor een tijdelijke oplossing voor Forza zodat de vereniging niet de dupe wordt van het uitblijven van dat kader".
Artikel 1: Er wordt beslist het linkerlokaal van het Schepenhuys te verhuren aan Forza8330 voor de start en aankomst van hun wielerritten tegen een gebruikstarief van € 150,00 voor 6 maanden.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur.
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn scholen beschikken over door de overheid goedgekeurde leerplannen. De leerplannen zijn voor de onderwijsinspectie een aanvullend instrument om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen.
Het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten (OVSG) heeft nieuwe leerplannen “Leerlokaal” ontwikkeld, afgestemd op de geactualiseerde minimumdoelen. Deze leerplannen worden gefaseerd ingevoerd in het basisonderwijs.
De gemeenteschool De Notelaar wenst deze leerplannen te implementeren met ingang van 2026-2027, teneinde haar onderwijsaanbod in overeenstemming te houden met de geldende regelgeving en pedagogische ontwikkelingen.
De implementatie van de leerplannen “Leerlokaal” maakt het mogelijk om:
De leerplannen sluiten aan bij de pedagogische visie van de school en het lokaal bestuur.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor onderwijs.
In bijlage visieteksten rond:
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De leerplannen “Leerlokaal” van het OVSG worden goedgekeurd voor implementatie in gemeenteschool De Notelaar.
Artikel 2: De directie en het schoolteam wordt belast met de gefaseerde invoering van deze leerplannen vanaf 2026-2027.
Artikel 3: De nodige middelen en ondersteuning worden voorzien om deze implementatie kwaliteitsvol te laten verlopen.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur
Op 20 maart 2026 besliste het college van burgemeester en schepenen om de openingsuren van bib Het Schepenhuys aan te passen. Deze beslissing is noodzakelijk om een kwaliteitsvolle bibliotheekwerking te kunnen blijven garanderen met het beschikbare personeel en de beschikbare middelen. Hiervoor dient het gebruiksreglement van de bibliotheek aangepast te worden. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enkele vereenvoudigingen door te voeren in de bibliotheekwerking en bijkomende aanpassingen in de werking op te nemen.
Het gaat om volgende wijzigingen:
Dit reglement gaat in vanaf 1 september 2026.
Deze aanpassingen werden ook besproken in de Raad van Beheer bibliotheek en gemeenschapscentrum van 18 mei 2026. De vergadering heeft geen opmerkingen geformuleerd op de voorgestelde aanpassingen.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Patricia Waerniers, bevoegd voor bibliotheek.
Bibliotheekreglement versie september 2026
Er is een tussenkomst door raadslid Gijs Degrande beantwoord door voorzitter Kris Vincke.
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag :
"De N-VA-fractie kan niet akkoord gaan met de beperkte opening en de verdere inperking van de bibliotheekwerking in het Schepenhuys. Zoals wij in ons agendapunt van april hebben uiteengezet, zijn wij van mening dat de bibliotheek in Oedelem haar volwaardige publieke functie moet kunnen behouden en niet mag worden herleid tot een sterk uitgeklede dienstverlening.
Het college besliste aanvankelijk zelfs om de bibliotheek volledig te sluiten voor het publiek. De bijsturing naar een beperkte en zeer minimale opening op dinsdagmiddag, blijft volstrekt onvoldoende. De huidige aanpassing betekent in de praktijk een verdere afbouw van het Schepenhuys, en de gemeentelijke dienstverlening, terwijl net de vraag en het gebruik aantonen dat de bibliotheek een belangrijke sociale en culturele rol vervult in Oedelem. Om die redenen stemmen wij tegen dit agendapunt".
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de voorgestelde aanpassingen aan het bibliotheekreglement goed. Dit aangepaste reglement gaat in vanaf 1 september 2026.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur
De kerkfabriek Sint-Amandus heeft haar budget 2026 gewijzigd. Deze wijziging werd goedgekeurd door de kerkraad op 20 april 2026 en ingediend bij het gemeentebestuur op 19 mei 2026.
Deze wijziging en de erin opgenomen gemeentelijke toelage blijven binnen het goedgekeurde meerjarenplan 2026-2031 en de in de huidige zitting door de gemeenteraad goedgekeurde meerjarenplanaanpassing.
De bisschop van Brugge heeft als vertegenwoordiger van het erkend representatief orgaan gunstig advies uitgebracht. De gemeenteraad moet binnen de vijftig dagen na ontvangst akte nemen van deze voorgelegde budgetwijziging 2026.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor kerkbesturen.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: Er wordt akte genomen van het aangepaste budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus.
Artikel 2: Een afschrift van deze beslissing wordt via Religiopoint ter kennisgeving overgemaakt aan het betrokken kerkbestuur, het centraal kerkbestuur van Beernem en het representatief orgaan van de eredienst (= de bisschop van Brugge).
Artikel 3: Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de financieel beheerder van de gemeente voor verder gevolg.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 en volgende van het decreet lokaal bestuur.
Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur
Het kerkbestuur van Sint-Amandus heeft een eerste wijziging van het meerjarenplan 2026-2031 opgemaakt. Deze wijziging werd goedgekeurd door de kerkraad op 20 april 2026.
Op 29 april 2026 diende het centraal kerkbestuur van de federatie Beernem deze meerjarenplanaanpassing in via de applicatie ReligioPoint. De samenvattende tabel van de voorziene gemeentelijke toelagen wordt voorgelegd.
De bisschop van Brugge verleende in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan op 18 mei 2026 gunstig advies aan deze meerjarenplanwijziging.
De gemeenteraad dient de wijziging goed te keuren binnen de honderd dagen na ontvangst van dit advies.
Deze wijziging komt er door de samenvoeging van de parochies Sint-Amandus en H.M.M.G.
In de afsprakennota tussen de gemeente en het Centraal Kerkbestuur staat vermeld dat bij een eventuele fusie van kerkbesturen de gemeentelijke dotatie opnieuw onderhandeld wordt.
Door de samenvoeging vervalt de gemeentelijke toelage voor H.M.M.G. De toelage voor Sint‑Amandus wordt aangepast door de inbreng van het resultaat van de eindrekening van de kerkfabriek H.M.M.Gods en door het voorzien van budgetten om de resterende exploitatiekosten van de kerk H.M.M.Gods te dekken (tot een eventuele verkoop van het gebouw) en om de bijkomende lasten van de infrastructuur van H.M.M.G. tijdelijk te kunnen dragen.
Aanpassing budget 2026
Budgettaire impact 2027–2031
Voor de jaren 2027 tot 2031 stijgt het budget van Sint‑Amandus jaarlijks met een bedrag van ongeveer € 8.500,00.
Deze verhoging is noodzakelijk om de blijvende kosten te dekken voor:
Deze kosten blijven bestaan zolang het gebouw niet verkocht is. Na verkoop vervallen deze lasten en kan de toelage opnieuw worden teruggebracht naar het oorspronkelijke budget in het meerjarenplan.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor kerkenbeleid en kerkbesturen.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De 1e wijziging van het meerjarenplan 2026 – 2031 van de Kerkfabriek Sint-Amandus wordt goedgekeurd.
Artikel 2: Een afschrift van deze beslissing wordt via Religiopoint ter kennisgeving overgemaakt aan het bestuur van de Kerkfabriek Sint-Amandus, het centraal kerkbestuur van Beernem, de provinciegouverneur en de bisschop van Brugge, als het representatief orgaan van de eredienst.
Artikel 3: Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de financieel beheerder van de gemeente voor verder gevolg.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 en volgende van het decreet lokaal bestuur.
De vragen en suggesties, ingediend door de gemeenteraadsleden, worden besproken.
Afbeeldingen bij vragen
De volgende vragen en suggesties worden behandeld:
Raadslid Anja Coens
Subsidies Oostveld Kermis juli 2026
De maand juli is al in zicht en dat betekent dat we kunnen aftellen naar Oostveld Kermis. In het straatbeeld van Beernem zie je her en der hun kleurrijke affiches met opnieuw een schitterend programma verspreid over 3 dagen.
Op vrijdag gaan ze van start met een kaartnamiddag voor senioren in samenwerking met Al te gaere Oostveld.
Daarna sluiten ze de dag af, zetten ze het weekend in met een afterwork met niemand minder dan Luc Steeno. Wat zowel inwoners van Beernem als fans van ver buiten de gemeente zal aantrekken.
Op zaterdag staat de Eurotrip en het Oostveldcafé op het programma. De Eurotrip is een vernieuwd initiatief waarbij deelnemers op een toegankelijke manier kennismaken met verschillende landen en culturen.
Op zondag organiseren ze het Proeversplein met lokale horecazaken, een speeldorp en nog andere animatie voor kinderen. De gezinsnamiddag bij uitstek.
Het weekend wordt 's avonds traditioneel afgesloten met de populaire playbackshow, waarvoor deelnemers klein en groot uit heel Groot-Beernem inschrijven.
Oostveld Kermis wordt volledig gedragen DOOR de gemeenschap en georganiseerd VOOR de gemeenschap.
Jaarlijks schenken ze een deel van hun opbrengst aan een project binnen Oostveld. Dit jaar zal Chiro Oostveld op een financieel duwtje mogen rekenen.
Tal van verenigingen werken mee als vrijwilliger bij het organiseren, waaronder Landelijke Gilde Oostveld, Al te Gaere Oostveld, Ferm Oostveld, Chiro Oostveld, oud vzw en de ouderraad Oostveld.
Op die manier brengt de kermis ook verenigingen, gezinnen en inwoners samen en versterkt ze het sociale weefsel binnen onze gemeente.
Graag wil ik aandacht vragen voor de subsidiëring van Oostveld kermis.
Kunnen zij ook in aanmerking komen voor subsidiëring?
Het wordt steeds moeilijker om de kermis te organiseren binnen de huidige cultuursubsidies. Oostveld kermis heeft een duidelijk bovenlokaal karakter. De activiteiten trekken niet alleen inwoners van Oostveld aan, maar bezoekers uit heel Beernem en daarbuiten.
Ik heb wat info ingewonnen over de mogelijke subsidiëring van uit de gemeente.
Ik weet daardoor dat de organistoren van de avondmarkt in Beernem en de organisatoren van de Kerstmarkt in Oedelem zeer terecht mooie subsidies ontvangen voor hun evenement. Kan VZW Oostveld ook in aanmerking komen voor gelijkaardige subsidies of andere mogelijkse ondersteuning voor hun 3daagse Kermis, gezien het bereik, de uitstraling en de verbindende rol van Oostveld Kermis?
Raadslid Greet Claeys
Tuin BKO Oedelem, school Ter Bunen
Een zestal jaar geleden was ik tewerkgesteld in de BKO te Oedelem.
Ik weet me te herinneren dat we met ons BKO-team urenlang vergaderd hebben samen met mensen van de provincie West-Vlaanderen om de buitenruimte van de opvang aantrekkelijker te maken voor de spelbevordering van kinderen. Op heden ziet de tuin er quasi onveranderd uit. (zie foto)
Een meer avontuurlijke ruimte met meer uitdagingen zoals een klein bos, klimmuur, een groententuin, verkeersparcours, … kan het spelplezier groter maken voor de kinderen.
Is er een reden waarom deze verandering nog nooit werd uitgevoerd?
Kan er ruimte voorzien worden om de buitenruimte aantrekkelijker te maken ?
Raadslid Nele Deslyper
Permanente snelheidsbeperking op de Hooiestraat, Waterstraat en Halfzotmolenstraat
In mei kondigde de burgemeester, in antwoord op een vraag van raadslid Justine Van Hoecke (CD&V), een snelheidsbeperking aan langs de Wellingstraat, Waterstraat, Halfzotmolenstraat, Hulstlo en Beelkens, als reactie op het sluipverkeer door de werken aan de stationsomgeving. De burgemeester erkende het probleem van sluipverkeer dat straten en woonkernen extra belast. Sinds kort staan de borden er effectief. Groen steunt dat, maar merkt op dat de Hooiestraat ontbreekt in de lijst. Dat is opvallend.
De werken maken een probleem zichtbaar dat er eigenlijk al jaren is.
De Hooiestraat verbindt twee stukken bebouwde kom. Het eerste deel is redelijk bebouwd, met blinde opritten. De weg is één rijstrook breed, met nauwelijks zicht op naderend verkeer door de bochten. Kinderen mogen er niet fietsen van hun ouders. Bewoners vragen al jaren om een snelheidsbeperking. Dat deze weg nog steeds geen bebouwde kom is, is moeilijk uit te leggen.
Het tweede deel van de Waterstraat is breed en recht — en nodigt daardoor uit om op te trekken wanneer je de bebouwde kom verlaat, net op het punt waar de Kallemoeie uitkomt en waar even verder fietsers via de tunnel onder de spoorweg de rijbaan opkomen. Er is geen fietspad.
De Halfzotmolenstraat heeft door de spoorwegbrug een beperkte zichtbaarheid. Wie aan 70 km/u van onder die brug komt, heeft weinig tijd om te reageren op wat er van de andere kant komt en daar is eveneens geen fietspad.
Die problemen verdwijnen niet als de laatste aannemer vertrekt.
In 2017 verlaagde het bestuur de snelheid in de Zeldonkstraat van 70 naar 50 km/u, op vraag van bewoners. Burgemeester Sypré motiveerde dat als volgt: "De vraag van de bewoners om de snelheid te verlagen en duidelijk aan te kondigen, is dus terecht." Die logica geldt hier evenzeer — dus ook na de werken.
1. Is het college bereid de Hooiestraat toe te voegen aan de aangekondigde snelheidsbeperking?
2. Is het college bereid die snelheidsbeperking permanent te maken (via een politiereglement en bord C43) en dus niet als tijdelijke maatregel voor de duur van de werken, maar als structurele oplossing voor een structureel probleem.
TFA in het drinkwater van Beernem en de gevolgen van de ECHA-classificatie van 9 juni 2026
Context
Op 26 februari 2026 stelde raadslid Jan Vanassche een mondelinge vraag over de aanwezigheid van triazolen in het drinkwater van Beernem. De bevoegde schepen antwoordde mondeling dat inwoners zich niet ongerust hoefden te maken. Bij de beantwoording van de vraag van Jan werd ervoor gekozen om heel strikt over triazolen te beantwoorden. Er werd geen proactieve informatie verstrekt over andere relevante aspecten van de drinkwaterkwaliteit in Beernem, ondanks het feit dat PFAS en TFA op dat moment breed in de actualiteit waren. Concreet werden de volgende elementen niet meegedeeld:
1. Twee leveringsgebieden met verschillende waterkwaliteit
Beernem telt twee leveringsgebieden. Leveringsgebied 1 (Beernem centrum) ontvangt grondwater uit Waalse winningen. Leveringsgebied 3 (Oedelem en Sint-Joris) ontvangt behandeld oppervlaktewater van het Albertkanaal en het Netekanaal. De waterkwaliteit verschilt aanzienlijk tussen beide gebieden. In leveringsgebied 3 liggen de totale PFAS-waarden bijna dubbel zo hoog als in leveringsgebied 1, zijn de trihalomethanen meer dan dubbel zo hoog, en is bisfenol-A meetbaar aanwezig. Deze informatie werd niet gecommuniceerd aan de raad, noch aan de inwoners.
2. TFA — geen wettelijke norm, wel hoge concentraties
In beide leveringsgebieden meet Farys TFA (trifluorazijnzuur) aan 1.300 ng/l. TFA is een ultrakorte keten PFAS-verbinding. Het accumuleert in water en is met de huidige technieken praktisch niet te filteren. In het Farys-verslag staat de kolom "maximaal toelaatbare waarde" bij TFA leeg: er was tot voor kort geen wettelijke norm. Vlaanderen hanteerde een gezondheidskundige advieswaarde van 15.600 ng/l. Nederland en Wallonië pasten het voorzorgsprincipe toe met een lagere drempelwaarde van 2.200 ng/l. Die TFA-waarden werden in maart 2026 publiek gepubliceerd op de Farys-website. Ze waren dus zeer waarschijnlijk al beschikbaar in het verslag dat het college in februari in handen had.
Tegelijkertijd waarschuwden Testaankoop en vzw Proper Drinkwater al geruime tijd voor de aanwezigheid van TFA in Vlaams drinkwater en berekende Testaankoop dat als TFA volledig als PFAS wordt erkend, 16 van de 20 geteste Vlaamse gemeenten de Europese grenswaarde zouden overschrijden.
Er was dus voldoende aanleiding om de raad en de inwoners proactief te informeren.
ECHA-classificatie van 9 juni 2026 — een fundamentele wijziging
Op 9 juni 2026 heeft het Comité voor Risicobeoordeling (RAC) van het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) TFA officieel geclassificeerd als reprotoxisch (Categorie 1B) — dat wil zeggen: vermoedelijk schadelijk voor de vruchtbaarheid en het ongeboren kind. Het RAC classificeerde TFA tevens als persistent, mobiel en toxisch (PMT) en als zeer persistent en zeer mobiel (vPvM).
Dit heeft de volgende gevolgen:
Aandeelhouderschap en vertegenwoordiging bij Farys
Beernem is aandeelhouder van Farys en beschikt over een vertegenwoordiger met stemrecht in de algemene vergadering. Het college heeft daarmee een concreet instrument om als lokaal bestuur actief invloed uit te oefenen op het beleid van haar drinkwatermaatschappij — onafhankelijk van wat de Vlaamse overheid oplegt.
Vragen aan het college
Raadslid Piet De Rycke
Speelpleinen
Mobiliteit
Het dossier fietspad Wingene werd op de valreep gered van ‘de diepvries’ mede dankzij Vlaams Parlementslid Brecht Warnez (in tegenstelling tot andere West-Vlaamse dossiers, bv. Tielt krijgt géén Vlaamse subsidies voor de verdere studie en voorbereiding van de zuidwestelijke ringweg, omdat de Vlaamse Regering het voorziene budget van 1 miljoen euro uit het investeringsprogramma heeft geschrapt).
Voor de fietsverbinding langs de N370 zijn € 300.000 aan studiekosten ingeschreven om het ontbrekend stuk fietspad tussen Wildenburg en Beernem te realiseren.
Enkele vragen:
Sinds de tijdelijke verkeerslichten zijn geïnstalleerd aan het kruispunt Wellingstraat-Parkstraat zijn er al enkele goeie aanpassingen geweest die de vlotheid ten goede komen. Blijkbaar gebruiken nog heel wat fietsers de Wellingstraat als verbindingsweg naar het sportpark. Ondanks dat er op verschillende sociale media van de gemeente al een omleidingsplannetje verscheen blijkt niet iedereen de veilige weg via het voetbalplein of via de Kallemoeie-dreef en de Waterstraat te kennen.
Nu de werken aan de stationsbrug bezig zijn kan dit het momentum zijn om op een eenvoudige en relatief goedkope manier verlichting onder stationsbrug te voorzien. Nu het wegdek opgebroken is kan in principe makkelijk aangesloten worden op het nieuw te installeren lichtnet van de brug.
Enkele vragen:
Raadslid Jef Vansteenhuyse
Asfaltwerken Grootmoers en Holleweg
Er wordt opnieuw gietasfalt aangekocht om o.a. aan te wenden in het Grootmoers en de Holleweg. Dit als voorlopige verlenging van de slechte asfalt op heel wat plaatsen in het wegdek. Eerder werd toegezegd om te herasfalteren in de wijk Lindemeersen en het verwijderen van de hoge drempels in deze wijk. Wanneer staat deze gehele aanpak in de wijk op het programma?
Raadslid Christine Stroobandt
Voetgangerstunnel
Nu er wegens de werken aan de brug, meer mensen gebruik maken van de tunnel onder de spoorweg is de drukte er toegenomen.
Weinig fietsers stappen af en gaan te voet. Zelfs brommers en steps vliegen aan hoge snelheid door de tunnel.
Wordt er ooit gecontroleerd ? Er hangen toch camera’s ?
Raadslid Branco François
Bijkomende gevolgen door de werken aan het station
Door de werken aan het kruispunt aan het station is er heel wat sluipverkeer tussen Beernem en Sint-Joris via Tiengemeten, de Miseriestraat en de dienstweg langs de spoorlijn. Dit is uiteraard niet de bedoeling. Welke maatregelen zullen hier nog genomen worden? Ook in de Waterstraat wordt er meer sluipverkeer vastgesteld. Welke scenario's liggen hier nog op tafel?
Daarnaast valt op dat de verkeerslichten aan het kruispunt Parkstraat-Wellingstraat ook buiten de piekuren dezelfde timing blijven volgen. Kan daar buiten de spits een vlottere regeling voorzien worden?
Raadslid Elodie Wildemeersch
EHBO baby’s & kinderen
Onlangs organiseerde Huis van het Kind een Baby & Babbels-bijeenkomst met een EHBO-cursus voor baby's en jonge kinderen. Deze bijeenkomsten vinden doorgaans overdag tijdens de week plaats.
Naast deze sessies worden er ook EHBO-cursussen aangeboden in de avonduren of tijdens het weekend. Dit is een positief initiatief voor inwoners die tijdens de week werken en toch graag een EHBO-opleiding willen volgen. Echter zijn deze sessies vaak zeer snel volzet.
Is het mogelijk om het aanbod van EHBO-sessies uit te breiden, zodat beter kan worden ingespeeld op de grote vraag?
Raadslid Gijs Degrande
Feest van de Vlaamse Gemeenschap
Welke initiatieven heeft de gemeente gepland rond het Feest van de Vlaamse Gemeenschap?
De voorzitter sluit de vergadering.
Namens gemeenteraad,
Els Declerck
algemeen directeur
Kris Vincke
voorzitter