Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur
De gemeente Beernem is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging IVBO voor wat betreft het afvalbeheer en de afvalverwijdering op ons grondgebied. De aangesloten gemeenten streven ernaar om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
In de collegezitting van 14 februari 2025 werd inzake de DifTar-ophaling gunstig advies gegeven om de instap en de financiële impact mee te nemen in de besprekingen van het meerjarenplan 2026-2031.
In de collegezitting van 5 december 2025 werd gunstig advies verleend om op 1 maart 2027 in te stappen in de DifTar-ophaling.
In de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 werd het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Beernem goedgekeurd. Onder actie 16.1.4. werd de actie 'DifTar-ophaling' opgenomen.
In de gemeenteraadszitting van 18 juni 2026 wordt akkoord gegaan met de toetreding tot het DifTarsysteem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling in containers.
De gemeente is toegetreden tot het DifTar-systeem van IVBO voor huis-aan-huisinzameling in containers. DifTar staat voor gedifferentieerd tarief. Dit betekent dat de afvalstoffen worden afgerekend o.b.v. het aangeboden gewicht. Dit laat de gemeente toe om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen.
Via het invoeren van een belasting op de inzameling en verwerking van afvalstoffen willen we in de eerste plaats onze inwoners stimuleren om afval te voorkomen en op de tweede plaats het hergebruik en recyclage van afvalstoffen stimuleren.
De belasting die geheven wordt per aansluitpunt dekt de algemene beschikbaarstelling en organisatie van de infrastructuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van de afvalinzameling, waaronder inbegrepen de terbeschikkingstelling van de containers, ongeacht het effectieve gebruik ervan. In functie van een performante afvalinzameling voorzien we ook een belasting op de installatie van een containerslot en op het omruilen van een container als dit meer dan 1 keer per kalenderjaar zou voorkomen.
Het is aldus gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Voor de inning van huisvuilbelastingen is een specifieke regeling uitgewerkt in artikel 26, tweede lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Deze regeling houdt in dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten kunnen verhalen en hiertoe het intergemeentelijk samenwerkingsverband (IVBO) kunnen machtigen de kosten te innen in de vorm van een belasting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen voor de aanslagjaren 2027 - 2031 en de opheffing van het retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vanaf 1 maart 2027 goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Ruben Strobbe, bevoegd voor recyclagepark en afvalbeleid.
Belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen - aanslagjaren 2027 - 2031
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jef Vansteenhuyse & Gijs Degrande beantwoord door schepenen Ruben Strobbe & Vicky Reynaert & voorzitter Kris Vincke.
De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag:
"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.
IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.
Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.
Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.
Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.
Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.
Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard".
Artikel 1: Het belastingreglement inzake de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen - aanslagjaren 2027 - 2031 wordt goedgekeurd en treedt in werking op 1 maart 2027.
Artikel 2: Het 'retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen', zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 26 februari 2026, wordt opgeheven op 1 maart 2027.
Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 4: Eenzelfde afschrift wordt voor gepast gevolg overgemaakt aan:
- de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge
- de voorzitter van de politierechtbank te Brugge
- de lokale politie
- de IVBO
- de OVAM
- de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving.