Terug
Gepubliceerd op 24/06/2026

Besluit  gemeenteraad

do 18/06/2026 - 19:30

Subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen

Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
Jos Sypré, burgemeester
Claudio Saelens, Patricia Waerniers, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, William Brysse, Justine Van Hoecke, Greet Claeys, Janne Martelez, Elodie Wildemeersch, Martine Deloof, Nele Deslyper, gemeenteraadsleden
Els Declerck, algemeen directeur
Verontschuldigd: Vicky Verstringe, tweede schepen
Lode Vanneste, Arthur De Brabander, gemeenteraadsleden
Aanleiding en/of bevoegdheid

Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

Feiten en voorgeschiedenis

Vanaf 1 maart 2027 treedt de gemeente Beernem toe tot het DifTar-systeem van IVBO voor de huis-aan-huisinzameling van restafval en GFT. Er wordt vanaf dan een belasting gevestigd op basis van het aangeboden gewicht restafval en GFT.

De gemeente Beernem wil bepaalde categorieën van inwoners omwille van medische of financiële redenen een subsidie toekennen onder de vorm van een saldo op de provisierekening.

Argumentatie

Naar aanleiding van de intentie om op 1 maart 2027 in te stappen in de diftar-ophaling door IVBO is het gerechtvaardigd om de huidige sociale correcties (rollen gratis zakken voor welbepaalde doelgroepen) om te zetten in nieuwe sociale correcties (tegemoetkoming op persoonlijke provisierekening IVBO voor welbepaalde doelgroepen).

De huidige sociale correcties (rollen gratis zakken voor welbepaalde doelgroepen) zijn opgenomen in het retributiereglement inzake het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. Dit retributiereglement wordt opgeheven op 1 maart 2027.

Voor de nieuwe sociale correcties gebeurde het bepalen van de subsidiebedragen als volgt:

  • Op heden kost een 60L-restafvalzak in Beernem € 1,50, een 30L-restafvalzak € 0,85. Op basis van deze kostprijs ontvangen inwoners op heden dus een subsidie van € 30,00 à € 34,00 (resp. 2 rollen 60L OF 4 rollen 30L).
  • De werkelijke kostprijs voor de ophaling en verwerking van de 60L-restafvalzak ligt echter een stuk hoger (€ 2,25 à 2,5). Op basis van deze werkelijke kostprijs zouden inwoners dus een subsidie van € 45,00 à € 50,00 (2 rollen 60L) ontvangen.
  • Hiermee is rekening gehouden in de voorgestelde bedragen.

De differentiatie van de subsidiebedragen wordt als volgt gemotiveerd:

  • medische redenen: Dit afval kan niet vermeden worden. Daarom het voorstel om voor medische redenen een hogere tegemoetkoming toe te kennen dan voor financiële redenen.
  • financiële redenen: De achterliggende redenering is dat het gemeentebestuur de basis betaalt, maar de inwoner zelf instaat voor de correcte toepassing van het diftar-principe en zo bewust leert omgaan met afvalvoorkoming en correcte sortering.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen goed te keuren.

Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor sociaal beleid.

Verwijzingsdocumenten

subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen

Financiële impact

Huidige uitgave, rekening houdend met huidige verkoopprijs restafvalzakken (€ 15,00 per rol 60L, € 8,50 per rol 30L)

 

2023

2024

2025

 

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

Medisch

165

€ 5.610,00

171

€ 5.814,00

206

€ 7.004,00

Financieel – AROP

8

€ 272,00

7

€ 238,00

9

€ 306,00

Financieel – IGO

2

€ 68,00

2

€ 68,00

2

€ 68,00

Financieel – Leefloon

12

€ 408,00

8

€ 272,00

7

€ 238,00

Financieel - FOD

2

€ 68,00

3

€ 102,00

1

€ 34,00

TOTAAL

189

€ 6.426,00

191

€ 6.494,00

225

€ 7.650,00

 

 

 

 

 

 
Totale kost = aantal begunstigden x kostprijs rol 30L-zakken x 4 (= duurste optie)

Raming totale uitgave, indien rekening zou gehouden worden met de werkelijke kostprijs voor afvalinzameling vanaf 2027 (aanname: € 22,50 per rol 60L)

 

2023

2024

2025

 

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

Medisch

165

€ 7.425,00

171

€ 7.695,00

206

€ 9.270,00

Financieel

24

€ 1.080,00

20

€ 900,00

19

€ 855,00

TOTAAL

189

€ 8.505,00

191

€ 8.595,00

225

€ 10.125,00

 

 

 

 

Totale kost = aantal begunstigden x kostprijs rol 60L-zakken x 2

Raming totale uitgave, indien rekening zou gehouden worden met de werkelijke kostprijs voor afvalinzameling vanaf 2027 (aanname: € 25,00 per rol 60L)

 

2023

2024

2025

 

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

Medisch

165

€ 8.250,00

171

€ 8.550,00

206

€ 10.300,00

Financieel

24

€ 1.200,00

20

€ 1.000,00

19

€ 950,00

TOTAAL

189

€ 9.450,00

191

€ 9.550,00

225

€ 11.250,00

 

 

 

 

Totale kost = aantal begunstigden x werkelijke prijs rol 60L-zakken x 2

Raming toekomstige uitgave volgens voorstel

 

2023

2024

2025

 

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

aantal begunstigden

totale kost

Medisch

165

€ 8.250,00

171

€ 8.550,00

206

€ 10.300,00

Financieel

24

€ 840,00 à € 1.680,00

gem. € 1.260,00

20

€ 700,00 à € 1.400,00

gem.  € 1.050,00

19

€ 665,00 à € 1.330,00

gem. € 997,50

TOTAAL

189

€ 9.510,00

191

€ 9.600,00

225

€ 11.297,50

 

 

 

 

 

Totale kost = aantal begunstigden x voorgestelde subsidie
Medisch: € 50,00 per persoon
Financieel: € 70,00 per gezin van minstens 2 personen - € 35,00 per éénpersoonsgezin

Besluit: Met de voorgestelde subsidies in het nieuwe voorstel zal de jaarlijkse geraamde uitgave stijgen met ca. € 3.700,00, tegenover de huidige situatie.

N.B. In deze raming wordt geen rekening gehouden met eventuele wijzigingen in aantal aanvragen in de nieuwe regeling.

Tussenkomsten

Er zijn tussenkomsten door raadsleden Nele Deslyper & Jef Vansteenhuyse beantwoord door schepen Vicky Reynaert.

 

Gemeenteraadslid Nele Deslyper, Groen fractie, dient volgende amendement  in:

 

  • Wijziging 1 — Artikel 1 §1: toevoeging categorie objectieve nood

    Na de bestaande bepaling over chronisch incontinente personen, dialysepatiënten en stomapatiënten wordt volgende zin toegevoegd:

    "Gezinnen met kinderen jonger dan drie jaar hebben per kind jonger dan drie jaar recht op een subsidie van € 50,00 per kalenderjaar. Deze subsidie wordt automatisch toegekend op basis van de gegevens in het bevolkingsregister van Beernem. Een afzonderlijke aanvraag is niet vereist."

    Motivering: Gezinnen met kinderen jonger dan drie jaar produceren door luiergebruik objectief en onvermijdbaar meer restafval. Dit is een verifieerbare situatie die aanleiding geeft tot structureel hogere afvalproductie (vergelijkbaar met de medische categorieën die artikel 1 §1 reeds erkent). Automatische toekenning via het bevolkingsregister is administratief uitvoerbaar en sluit aan bij de beleidsdoelstelling in BD 20 van het MJP 2026-2031: "We zorgen voor automatische toekenning van gemeentelijke premies."

  • Wijziging 2 — Artikel 1 §2: toevoeging categorie financiële redenen

    Na de bestaande bepalingen over IGO, FOD, leefloon en armoedegrens wordt volgende zin toegevoegd:

    "De personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering (VT-statuut) en die een geldig attest van hun ziekenfonds voorleggen waaruit dit recht blijkt."

    Motivering: Het VT-statuut is een erkend overheidsinstrument dat financiële kwetsbaarheid identificeert op basis van inkomen en gezinssituatie. De bestaande categorieën in artikel 1 §2 dekken een deel van de VT-gerechtigden, maar laten anderen buiten beschouwing (waaronder langdurig werklozen, eenoudergezinnen zonder leefloon en personen met bepaalde chronische aandoeningen). Een eventuele samenloop met bestaande financiële categorieën wordt opgevangen door artikel 4 §3 van het reglement.

  • Wijziging 3 — Artikel 3: toevoeging indexeringsclausule

    Na de bestaande bepalingen over de subsidiebedragen wordt volgend lid toegevoegd:

    "De subsidiebedragen vermeld in dit artikel worden jaarlijks aangepast volgens de samengestelde index zoals bepaald in artikel 11 van het belastingreglement op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. De eerste aanpassing gebeurt op 1 januari 2028, gelijktijdig met de eerste indexering van de DifTar-tarieven."

    Motivering: De variabele DifTar-tarieven worden vanaf het aanslagjaar 2028 jaarlijks geïndexeerd conform artikel 11 van het belastingreglement. De subsidiebedragen voor sociale correcties voorzien geen gelijkwaardige aanpassing. Zonder indexering daalt de reële waarde van de sociale correctie elk jaar ten opzichte van de stijgende tarieven. Deze wijziging zorgt ervoor dat structurele achteruitgang vermeden wordt.


Het voorgestelde amendement wordt verworpen met 1 stemmen voor van de groen-fractie en 21 stemmen tegen van de fracties van CD&V, Vooruit en N-VA, & 0 onthoudingen.


*       *       *


De meerderheidsfracties (CD&V en Vooruit) stellen voor om volgende indexeringsclausule toe te voegen aan het reglement:

Indexeringsclausule

Na de bestaande bepalingen over de subsidiebedragen wordt volgend lid toegevoegd:

"De subsidiebedragen vermeld in dit artikel worden vanaf 2028 jaarlijks aangepast volgens de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex (zoals gepubliceerd door Statbel). De aanpassing gebeurt telkens op 1 januari volgens de volgende formule:

Geïndexeerd bedrag = basisbedrag × (afgevlakte gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan de indexatie / afgevlakte gezondheidsindex van de maand februari 2027)

Als de afgevlakte gezondheidsindex wordt vervangen of niet langer wordt gepubliceerd, wordt een gelijkwaardige index toegepast.

Het aldus berekende bedrag wordt afgerond op de dichtstbijzijnde eurocent.”


Het reglement wordt met deze clausule aangepast.


*       *        *

 

De N-VA fractie wenst volgende verklaring toe te voegen aan hun stemgedrag tav het reglement : 

"Niemand betwist dat afvalpreventie en een verdere daling van de hoeveelheid restafval belangrijke doelstellingen zijn. Ook het principe "de vervuiler betaalt" is een uitgangspunt dat wij voluit steunen. De fundamentele vraag is echter of de voorgestelde omschakeling naar containers voor Beernem in verhouding staat tot de investering, de organisatorische impact en de bijkomende lasten voor onze inwoners.

IVBO laat uitschijnen dat een containersysteem de enige weg is naar de doelstellingen. Maar dat klopt niet. Het Materialendecreet legt geen verplichting op om met containers of gewichtsdiftar te werken. Cijfers tonen inderdaad aan dat gewichtsdiftar impact heeft op vlak van afvalreductie, maar tegelijk erkent de Vlaamse overheid dat ook gemeenten met een goed uitgewerkt volumediftarsysteem uitstekende resultaten kunnen behalen. Voorwaarde is dat zij inzetten op een doordacht tarievenbeleid, goede dienstverlening, selectieve inzameling en sensibilisering.

Als we kijken naar de cijfers en verwachtingen dan is een dure omschakeling naar een containersysteem voor Beernem niet noodzakelijk. Integendeel. Er is een kostprijsverhoging van de ophaling met 67.000 per jaar en de burger zal 380.000 euro meer moeten bijdragen.

Daarnaast is er ook een belangrijk praktisch aspect. Het huidige systeem met afvalzakken biedt voor veel inwoners een grotere gebruiksvriendelijkheid en flexibiliteit. Zeker voor bewoners van appartementsgebouwen en voor het groeiende aantal senioren vormen deze containers een achteruitgang in plaats van een verbetering. Integendeel. Opslagruimte en gebruiksgemak (schoonmaak van de containers bv) zijn daar vaak een reëel bijkomend negatief gevolg.

Bijkomend valt te vrezen dat de omschakeling naar containers voor een stijging van sluikstorten zal zorgen. Dat is ook een vaststelling die in andere gemeenten wordt gedaan. Dus daar zou – sowieso- bijkomende aandacht nodig zijn; en we weten hoe moeilijk het is om daar impact op te hebben.

Bovendien stellen we ook hier vast dat de grootste vennoot Brugge niet instapt in het systeem. Wat vragen stelt over het toekomstig beleid van IVBO op langere termijn.

Kortom: deze investering wordt voorgesteld als de meest efficiënte en maatschappelijk verantwoorde keuze is, maar het gaat om een zeer dure hervorming met een beperkt bijkomend effect en een hogere belasting – naar gebruik en kost - voor de inwoners. Dezelfde of vergelijkbare resultaten kunnen ook worden bereikt met minder ingrijpende en aanzienlijk goedkopere maatregelen. Het sop is de kool niet waard". 


Publieke stemming
Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Patricia Waerniers, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, William Brysse, Justine Van Hoecke, Greet Claeys, Janne Martelez, Elodie Wildemeersch, Martine Deloof, Nele Deslyper, Els Declerck
Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Patricia Waerniers, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Anja Coens, Piet De Rycke, Justine Van Hoecke, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Nele Deslyper
Tegenstanders: Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Lien De Wispelaere, Branco François, William Brysse, Elodie Wildemeersch
Resultaat: Met 14 stemmen voor, 8 stemmen tegen
Beslist

Artikel 1: Het (aangepaste) subsidiereglement Diftar voor medische en financiële redenen wordt goedgekeurd en treedt in werking op 1 maart 2027.

Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht aan dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3: Eenzelfde afschrift wordt voor gepast gevolg overgemaakt aan de IVBO en de OVAM.