De voorzitter opent de vergadering.
De notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 november 2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.
Artikelen 277 §1 en 278 §1 van het decreet lokaal bestuur
Ontwerpnotulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welziijn van 20 november 2025
De notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 november 2025 worden goedgekeurd.
Artikelen 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005 bepalen dat de meerjarenplannen van de lokale en provinciale besturen starten in het tweede jaar na de lokale en provinciale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen. Dat betekent dat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2026 tot 2031 opmaken en vastleggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026 tot 2031.
Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC).
Het ontwerpmeerjarenplan werd ter kennis genomen door het vast bureau in de zitting van 21 november 2025.
Het meerjarenplan 2026-2031 voor het OCMW Beernem wordt ter vaststelling voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
De regels die van toepassing zijn voor de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025 zijn vastgelegd in:
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
3. de toelichting.
Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen. De documentatie geeft bijkomende duiding bij de geplande verrichtingen die zijn ingeschreven in het ontwerp van het meerjarenplan dat aan de raadsleden wordt voorgelegd. Ze moet ertoe bijdragen dat beter tegemoetgekomen wordt aan de informatiebehoeften van de raadsleden.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt. Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerpmeerjarenplan voor gemeente en OCMW Beernem bestaat uit 3 grote speerpunten:
Er zijn in totaal 29 beleidsdoelstellingen bepaald die telkens bestaan uit verschillende actieplannen en acties.
Er is één prioritaire actie: Actie 1.1.1 Bewaren van het financieel evenwicht
Dat wordt zo opgenomen in de beleidsrapporten. Alle onderliggende ramingen verbonden aan de prioritaire actie zijn prioritair en worden als dusdanig opgenomen in de beleidsrapporten.
De zeven beleidsdomeinen uit het meerjarenplan 2020-2025 worden behouden om zo de omzetting in de nieuwe BBC te kunnen doen met dezelfde budgetcodes als bij de BBC 2020-2025. De 7 domeinen zijn algemene financiering; algemeen bestuur, interne werking en veiligheid; sociale dienstverlening; sociaal en economisch weefsel; duurzaamheid; wonen, verkeer en infrastructuur; talent en ontwikkeling.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.
Meerjarenplan OCMW Beernem 2026-2031
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Gijs Degrande, Jef Vansteenhuyse, Jan Vanassche beantwoord door schepenen Claudio Saelens, Vicky Reynaert, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe en burgemeester Jos Sypré & raadslid Piet De Rycke.
Stemverklaring N-VA fractie:
De N-VA kan dit meerjarenplan niet goedkeuren. Het plan wordt opgemaakt in een context van beperkte budgettaire ruimte, stijgende werkingskosten, dalende investeringen en een blijvende schuldenlast. Ondanks belastingverhogingen en bijkomende schulden van vorige legislatuur wordt de financiële druk doorgeschoven naar de komende jaren. In zo’n context mag minstens verwacht worden dat de beschikbare middelen doelgericht, strategisch en met een duidelijke visie worden ingezet. Dat is hier onvoldoende het geval.
Hoewel de omgevingsanalyse relevante uitdagingen benoemt, ziet N-VA deze nauwelijks vertaald in een samenhangend beleid. Het meerjarenplan blijft te vaak steken in een opsomming van losse acties en investeringen, zonder duidelijke doelstellingen, prioriteiten of samenhang. Veel acties behoren tot het normale dagelijkse beheer en worden niet ingebed in een ruimer beleidskader. Containerbegrippen vervangen een duidelijke richting en concrete keuzes.
Op meerdere beleidsdomeinen ontbreken visie en antwoorden. Het luik ondernemen en lokale economie blijft bijzonder mager en bevat geen strategisch plan of duidelijke afbakening van economische ontwikkelingszones. Ook voor cultuur en erfgoed, sport, seniorenbeleid, toerisme, mobiliteit en verkeersveiligheid ontbreken nieuwe initiatieven, concrete doelstellingen, timing en budgettaire garanties. Mobiliteit wordt als prioriteit benoemd, maar voor zwaar verkeer door de dorpskernen is geen duidelijk plan noch budget uitgewerkt. In de ruimtelijke ordening worden nu al keuzes vastgelegd, terwijl het Beleidsplan Ruimte net eerst richting en uitgangspunten zou moeten bepalen.
Het sociaal beleid vormt een duidelijke uitzondering door zijn uitgebreide en gedetailleerde uitwerking. N-VA stelt zich echter de vraag of dit overwicht niet leidt tot een onevenwicht binnen het meerjarenplan, zeker gezien de relatief gunstige armoedecijfers en de vastgestelde interne organisatorische knelpunten.
Verder stelt N-VA vast dat verschillende belangrijke dossiers en verkiezingsbeloftes worden afgezwakt, uitgesteld of volledig geschrapt. Grote investeringen, zoals een nieuw sociaal huis roepen vragen op over noodzaak en prioriteiten, terwijl andere projecten na jaren voorbereiding zonder duidelijk alternatief worden stopgezet. Verschillende dossiers worden opnieuw aangekondigd zonder timing, zonder zekerheid over uitvoering en met budgetten die nu al ontoereikend lijken. Beloftes zonder timing zijn geen plannen, maar louter aankondigingen.
N-VA ziet dat het meerjarenplan ook een aantal positieve elementen bevat. Tot onze tevredenheid zien we voorstellen en initiatieven terugkeren die N-VA in eerdere legislaturen of raadszittingen zelf heeft aangebracht en die toen werden afgewezen, maar vandaag alsnog worden opgenomen.
Wat vandaag voorligt, is een plan dat veel belooft maar weinig garandeert. Het somt acties op, maar kadert zelden. Het kondigt projecten aan zonder duidelijke finaliteit of budgettaire zekerheid. N-VA vraagt geen perfect meerjarenplan, maar wel een eerlijk en coherent plan dat duidelijke keuzes maakt, prioriteiten stelt en verantwoordelijkheid neemt. Zolang dit ontbreekt, kan N-VA dit meerjarenplan niet steunen.
Artikel 1: Het meerjarenplan 2026-2031 voor het OCMW Beernem wordt vastgesteld.
De wettelijke rapporten omvatten de strategische nota en de financiële nota. De financiële nota omvat de financiële nota met de schema’s M1 (financiële doelstellingenplan 2026-2031), M2 (de staat van het financieel evenwicht) en M3 (overzicht van de kredieten).
De toelichting omvat het overzicht van de ontvangsten en uitgaven - functioneel (T1); overzicht ontvangsten en uitgaven - economisch (T2), evolutie van de financiële schulden (T3), het overzicht van de investeringen, beschrijving van de financiële risico’s, overzicht van de personeelsinzet, overzicht van de IGS en de andere verbonden entiteiten en de beschrijving van assumpties en grondslagen. De documentatie bij het meerjarenplan omvat de omgevingsanalyse, het overzicht van de beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, de samenstelling van de beleidsdomeinen, het overzicht jaarlijkse opbrengst per belasting- en retributiesoort, het overzicht van de uitgaven en ontvangsten per beleidsveld en andere relevante informatie.
Artikel 2: Deze beslissingen worden gemotiveerd door het principe van goed bestuur waarbij de nodige budgetten voorzien worden om de doelstellingen te realiseren die het bestuur voor ogen heeft.
Artikel 3: Het voorliggende meerjarenplan 2026-2031 wordt voor goedkeuring overgemaakt aan de gemeenteraad in de zitting van 18 december 2025 en vervolgens wordt het geïntegreerd meerjarenplan gemeente en OCMW Beernem aan de toezichthoudende overheid en in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering overgemaakt.
Artikel 4: Deze beslissing wordt voor goedkeuring bezorgd aan de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
In de zitting van de OCMW-raad van 19 december 2019 werden in uitvoering van het OCMW-decreet beslissingen genomen omtrent ‘van visum vrijgestelde verrichtingen’ en ‘vaststelling definitie dagelijks bestuur’.
Om een soepele en efficiënte werking te behouden dient de definitie van dagelijks bestuur vernieuwd te worden. Aangezien het decreet over het lokaal bestuur de bevoegdheden van de gemeente- en OCMW-raad, respectievelijk het college van burgemeester en schepenen en vast bureau op elkaar heeft afgestemd, is het met het oog op de duidelijkheid en integratie noodzakelijk om ook de definiëring van het begrip dagelijks bestuur op elkaar af te stemmen. Het vaststellen van het begrip dagelijks bestuur is aangewezen om tot een soepele en efficiënte dagdagelijkse werking te komen.
Artikel 78, tweede lid, 9° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 geeft aan de OCMW-raad de bevoegdheid om vast te stellen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan.
In beginsel is de raad bevoegd voor de vaststelling van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden van de opdracht (artikel 78, tweede lid, 10° Decreet Lokaal Bestuur). Een uitzondering hierop, zijn de opdrachten van dagelijks bestuur (artikel 84, §3, 5° decreet over het lokaal bestuur). Deze opdrachten vallen rechtstreeks onder de bevoegdheid van het vast bureau, met mogelijkheid van delegatie aan de algemeen directeur (artikel 84, §3, 5° en 85, derde lid decreet over het lokaal bestuur).
Het is aan de raad om te bepalen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan (artikel 78, 9° decreet over het lokaal bestuur). Deze bevoegdheden kunnen gedelegeerd worden aan de algemeen directeur, die verder kan delegeren aan andere personeelsleden.
Het vast bureau doet het volgende voorstel van begrip 'dagelijks bestuur' en 'van visum vrijgestelde verrichtingen' aan de OCMW-raad:
A. Algemeenheden
De OCMW-raad beslist in het kader van het budget over de opportuniteit om een bepaalde overheidsopdracht uit te voeren (artikel 78, 10° decreet over het lokaal bestuur). Artikel 78, 10° van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat in beginsel de OCMW-raad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastlegt. De OCMW-raad kan dit delegeren aan het vast bureau.
1) Een eerste delegatie betreft de opdrachten van dagelijks bestuur. De OCMW-raad bepaalt wat onder het begrip "dagelijks bestuur" inzake overheidsopdrachten moet worden verstaan (artikel 78, 9° decreet over het lokaal bestuur). Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen aan het vast bureau worden toegewezen en het vast bureau kan de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastleggen. Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen bij delegatie aan de algemeen directeur worden toegewezen (artikel 57 decreet over het lokaal bestuur).
2) Een tweede delegatie betreft de opdrachten die nominatief aan het vast bureau worden toevertrouwd. In dat geval is het vast bureau bevoegd om de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vast te leggen.
Het vast bureau blijft bevoegd voor het eigenlijke voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (artikel 84, §3, 4° decreet over het lokaal bestuur).
Inzake opdrachten van dagelijks bestuur is ook het vast bureau bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht (artikel 84, §3, 5° decreet over het lokaal bestuur).
Het vast bureau is ook bevoegd: voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht die nominatief aan het vast bureau werd toevertrouwd (artikel 84, §3, 6° decreet over het lokaal bestuur).
Het vast bureau is bevoegd om beslissingen te nemen op eigen initiatief in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden (artikel 84, §4 decreet over het lokaal bestuur).
Artikel 177, 266 en 267 van het decreet over het lokaal bestuur voorzien dat de financieel directeur instaat voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en het OCMW. De OCMW-raad bepaalt de nadere voorwaarden waaronder deze controle wordt uitgeoefend. In dit besluit worden de voorwaarden voor de visumverplichting geformuleerd.
B. Beernem
De OCMW-raad bepaalt dat het vast bureau – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de OCMW-raad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De OCMW-raad legt het begrip 'dagelijks bestuur' en 'van visum vrijgestelde verrichtingen' als volgt vast:
De OCMW-raad bepaalt dat het vast bureau – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de OCMW-raad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikelen 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
Artikel 171 §2 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur namens het managementteam een afsprakennota afsluit met het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de burgemeester, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De afsprakennota gaat over de manier waarop de medewerkers van het lokale bestuur (algemeen directeur, managementteam, diensthoofden en medewerkers) samenwerken met de politieke organen om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Ook de omgangsvormen tussen de politieke verantwoordelijken en de medewerkers van het lokale bestuur zijn er in beschreven.
Een voorstel van afsprakennota (model VVSG) werd opgemaakt door de algemeen directeur samen met het managementteam op 27 augustus 2025.
De afsprakennota werd voorgelegd aan het college van burgemeester en schepen en het vast bureau op 24 oktober 2025 en door het bijzonder comité voor de sociale dienst op 24 november 2025.
De afsprakennota wordt ter kennisname voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikelen 40, 41, 56, 77 en 78, 84, 171 van het decreet over het lokaal bestuur
Het maken van de beleidskeuzes en het bepalen van de richting van het bestuur en zijn organisatie zijn vanzelfsprekend de verantwoordelijkheid van de politieke mandatarissen. Daarnaast is het de taak van de algemeen directeur om als ambtelijk verantwoordelijke de interne werking aan te sturen. Hij/zij staat in voor de werking van de diensten van de gemeente en het OCMW bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid. De algemeen directeur zorgt samen met de andere leden van het managementteam voor een moderne en vlot werkende lokale administratie.
Om dit te verwezenlijken, moet een afsprakennota afgesloten worden. De algemeen directeur sluit deze nota af namens het managementteam. Formeel wordt deze nota langs politieke zijde het best goedgekeurd door het college, het vast bureau, de burgemeester en de voorzitter van het vast bureau. Zo is de nota geldig binnen gemeente en OCMW.
De afsprakennota bevat afspraken over de omgangsvormen tussen bestuur en administratie en over de manier waarop ze samen de beleidsdoelstellingen van het bestuur willen realiseren. De afsprakennota is, naast de beleids-en beheerscyclus, het organisatiebeheersingssysteem en de afzonderlijke deontologische codes dan ook een belangrijk document, zowel voor de politieke mandatarissen als voor de personeelsleden van gemeente en OCMW.
De afsprakennota bevat de volgende elementen:
Essentieel is dat mandatarissen en personeelsleden blijven samenwerken aan een vertrouwensrelatie, uitgaande van wederzijds respect en aandacht voor elkaars rollen en taken.
Het college is de motor van het proces van de beleidsvoering. Deze functie veronderstelt dat de positie van de gemeenteraad, als bepaler van het beleid, wordt gerespecteerd. Daarnaast maakt het college goede afspraken met de top van de organisatie – de algemeen directeur en het managementteam - over de principes van beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. De algemeen directeur en het managementteam zijn verantwoordelijk voor de operationele sturing van de organisatie. De afspraken zullen steeds kaderen binnen de strategische nota uit het meerjarenplan.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.
Afsprakennota
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de afsprakennota tussen de algemeen directeur (namens het managementteam) en het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikelen 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
Conform artikel 170 van het decreet over het lokaal bestuur staat de algemeen directeur aan het hoofd van het personeel van de gemeente en is hij bevoegd voor het dagelijks personeelsbeheer. De OCMW-raad bepaalt wat onder ‘dagelijks personeelsbeheer’ moet worden verstaan.
Het dagelijks personeelsbeheer omschrijft de bevoegdheden die de algemeen directeur als hoofd van het personeel kan uitoefenen onder de voorwaarden en binnen de modaliteiten bepaald door de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement.
Een voorstel van omschrijving van 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' wordt aan de OCMW-raad ter goedkeuring voorgelegd.
De volgende omschrijving van 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' wordt door het vast bureau aan de OCMW-raad ter goedkeuring voorgelegd:
Onder dagelijks personeelsbeheer wordt verstaan:
§1. Individueel personeelsbeheer: verloven e.d.
§2. Individueel personeelsbeheer: salaris e.d.
§3. Individueel personeelsbeheer: vorming e.d.
§4. Individueel personeelsbeheer: prestaties e.d.
§5. Individueel personeelsbeheer: opvolging, feedback en evaluatie van het personeelslid en de organisatie ervan (overeenkomstig de RPR) (met uitzondering van de decretale graden), zoals:
§6. Collectief personeelsbeheer
§7. Verhoudingen met de vakorganisaties
§8. Deontologie
§9. Andere
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.
Beslissing VB 15 november 2019
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De OCMW-raad omschrijft 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' als volgt:
Onder dagelijks personeelsbeheer wordt verstaan:
§1. Individueel personeelsbeheer: verloven e.d.
§2. Individueel personeelsbeheer: salaris e.d.
§3. Individueel personeelsbeheer: vorming e.d.
§4. Individueel personeelsbeheer: prestaties e.d.
§5. Individueel personeelsbeheer: opvolging, feedback en evaluatie van het personeelslid en de organisatie ervan (overeenkomstig de RPR) (met uitzondering van de decretale graden), zoals:
§6. Collectief personeelsbeheer
§7. Verhoudingen met de vakorganisaties
§8. Deontologie
§9. Andere
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
In de OCMW-raadszitting van 19 december 2019 werden het begrip 'dagelijks bestuur' en het begrip 'dagelijks personeelsbeheer' vastgesteld.
Daarnaast werd door het vast bureau beslist om te werken met budgethouderschap. Het decreet over het lokaal bestuur bevat geen regels over het budgethouderschap, de daaraan verbonden bevoegdheden en de mogelijkheid tot delegatie ervan. Elk bestuur moet zelf een regeling op maat uitwerken.
Met de nieuwe legislatuur werd aan het college een actualisatie voorgelegd.
Het vast bureau heeft in de zitting van 26 september 2025 beslist om delegatie te verlenen voor de bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen binnen een voorgelegd kader. Het vast bureau stelde de algemeen directeur aan als budgethouder. De algemeen directeur kan deze bevoegdheid verder delegeren aan de personeelsleden.
Het vast bureau delegeerde ook in het kader van dagelijks personeelsbeheer een aantal bijkomende taken aan de algemeen directeur.
Deze beslissing wordt ter kennisname voorgelegd aan de OCMW-raad.
Decreet over het lokaal bestuur
Overeenkomstig artikel 78 van het decreet over het lokaal bestuur kan de OCMW-raad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het vast bureau. De OCMW-raad besliste in de zitting van 18 december 2025 wat moet worden verstaan onder 'dagelijks bestuur':
De OCMW-raad bepaalt dat het vast bureau – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de OCMW-raad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).
De gemeenteraad beslist om alle verrichtingen van dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 10.000,00 (excl. btw) uit te sluiten van de visumverplichting. Voor overeenkomsten die meerdere jaren beslaan wordt dit bedrag vastgesteld op basis van de kostprijs van de overeenkomst over een periode van maximaal vijf jaar.
Binnen de grenzen van dagelijks bestuur kan het vast bureau beslissingen delegeren. In dat kader werd beslist om te werken met budgethouderschap.
Met het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 is er geen sprake meer van budgethouderschap maar de term is algemeen gekend en dus zal de term verder worden gehanteerd.
Budgethouderschap houdt in dat een personeelslid zelf zijn toegewezen budget mag beheren en dit binnen de marge zoals afgesproken. De budgethouder moet zijn budget beheren als een goede huisvader.
Procedure: Het vast bureau stelde de algemeen directeur aan als budgethouder. De algemeen directeur kan deze bevoegdheid verder delegeren aan de personeelsleden.
Aan de algemeen directeur wordt gedelegeerd:
Overeenkomstig artikel 85 tweede lid van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt de OCMW-raad bij reglement wat onder het begrip 'dagelijks personeelsbeheer' valt. Dagelijks personeelsbeheer omschrijft de bevoegdheden die de algemeen directeur als hoofd van het personeel kan uitoefenen onder de voorwaarden en binnen de modaliteiten bepaald door de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement.
De OCMW-raad heeft in de zitting van 18 december het begrip dagelijks personeelsbeheer vastgelegd. De OCMW-raad delegeerde met beslissing in de zitting van 26 september 2025 ook in het kader van dagelijks personeelsbeheer een aantal bijkomende taken aan de algemeen directeur (nl. aanstelling van jobstudenten, monitoren, animatoren en lesgevers en de aanstelling van contractuele medewerkers voor een maximumperiode van 6 maanden).
Deze beslissing wordt ter kennisname voorgelegd aan de OCMW-raad.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.
Werkwijze toepassing budgethouderschap
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: Er wordt kennis genomen van de beslissing van het vast bureau van 26 september 2025 waarbij aan de algemeen directeur, de bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen tot een maximumbedrag van € 5.000,00 (excl. BTW) en bijkomend voor meerwerken bij investeringen tot € 10.000,00 (excl. BTW) wordt gedelegeerd en desgevallend de tijdige en correcte uitgaande facturatie, evenals van de delegatie van enkele bijkomende taken in het kader van het dagelijks personeelsbeheer. De algemeen directeur werd aangesteld als budgethouder, volgens de principes en werkwijze toegepast in het document dat als dossierstuk toegevoegd is bij het besluit van het vast bureau en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
Het OCMW van Zedelgem heeft een fulltime jurist in dienst die ter beschikking wordt gesteld aan het OCMW van Oostkamp (2 dagen per week) en het OCMW van Beernem (1 dag per week). De overige 2 dagen werkt de jurist in Zedelgem. De kosten worden volgens deze verdeelsleutel verdeeld, dus 20% voor Beernem en 40% voor Zedelgem en Oostkamp.
De jurist staat in voor de ondersteuning van de sociale dienst in het kader van schuldhulpverlening en kan ingeschakeld worden ter ondersteuning van de medewerkers van de sociale dienst.
De oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst inzake juridische ondersteuning voor de sociale dienst, afgesloten tussen de OCMW's van Zedelgem, Oostkamp en Beernem, werd opgemaakt in 2007 en was van toepassing voor die legislatuur. Er werd nadien echter geen nieuwe overeenkomst meer opgemaakt noch werd deze verlengd. De juridische ondersteuning via de ter beschikking gestelde jurist liep ondertussen wel al die jaren door.
Voor de periode 2026 - 2031 werd opnieuw een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt de samenwerkingsovereenkomst inzake juridische ondersteuning OCMW sociale dienst voor de jaren 2026-2031 ter goedkeuring voorgelegd.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor de sociale dienst.
Samenwerkingsovereenkomst inzake juridische ondersteuning OCMW sociale dienst 2026-2031
Er zijn geen tussenkomsten.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de samenwerkingsovereenkomst inzake juridische ondersteuning OCMW sociale dienst 2026-2031 goed.
Lokale besturen kunnen sinds de goedkeuring van het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 12 maart 2021 (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14 april 2021), fietslease aanbieden aan hun medewerkers. In de meerjarenplanning 2026-2031 wordt voorzien dat medewerkers van gemeente en OCMW Beernem en onderwijzend personeel van de gemeenteschool de mogelijkheid krijgen om een fiets te leasen.
Lokale besturen kunnen fietslease aanbieden aan hun medewerkers. Het aanbieden van fietslease gebeurt op vrijwillige basis:
Het principe van fietslease moet nog ingeschreven worden in de rechtspositieregeling en uitgewerkt worden in een reglement fietslease.
Het bestuur voldoet aan de voorwaarden om in te stappen in het raamcontract m.n. entiteit en rechtspersonen binnen West-Vlaanderen (toepassingsgebied) zoals de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de scholen van het officieel onderwijs georganiseerde door gemeenten gesitueerd in West-Vlaanderen.
Om vlug van start te kunnen gaan met het aanbieden van fietslease is het opportuun om in te stappen in de nieuwe raamcontract van de provincie West-Vlaanderen.
Ze werkten ook een reglement fietslease uit dat alle juridische en praktische modaliteiten bevat om van start te gaan met fietslease. Mits enkele aanpassingen aan onze lokale werking/visie, is dit reglement klaar om voor te leggen aan het bestuur en te onderhandelen in het BOC.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor personeelszaken.
Er is een tussenkomst door raadslid Lode Vanneste beantwoord door burgemeester Jos Sypré.
Artikel 1: De OCMW-raad gaat akkoord om vanaf 1 januari 2026 aan te sluiten bij de opdracht 'fietslease' via de raamovereenkomst van de provincie West-Vlaanderen.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur
Recent werd vanuit het BOZJ overleg (Beernem, Oostkamp, Zedelgem, Jabbeke) een vergelijking gemaakt tussen de samenwerkingsverbanden die elk lokaal bestuur is aangegaan in de loop der jaren.
Uit het overzicht blijkt dat Beernem tussenkomsten toekent aan 4 organisaties van gezins- en bejaardenhulp voor een totaal bedrag van € 27.500,00.
We stellen vast dat Beernem tussenkomsten betaalt maar verschillende andere lokale besturen betalen geen tussenkomsten. Er wordt voorgesteld om de tussenkomsten aan de organisaties voor gezins- en bejaardenhulp stop te zetten.
We hebben geïnformeerd bij de OCMW-raden en stellen vast dat in de OCMW raad van 13 februari 2001 (zie uittreksel in bijlage) beslist werd 1.100.000,00 BEF (= € 27.500,00) toe te kennen aan 4 organisaties gezins- en bejaardenhulpen en dat de toekenningen gebeuren op basis van de werkelijk gepresteerde uren bij de klanten. Het globaal krediet kan het bedrag van 1.100.000,00 BEF niet overstijgen en er is een pro rata verdeling tussen de organisaties onderling op basis van de gepresteerde uren.
De namen van die organisaties staan er echter niet specifiek bij vermeld, maar in dat uittreksel is er sprake dat die tussenkomsten sedert 1997 al van toepassing zijn voor 4 organisaties nl. Familiehulp, Familiezorg, Solidariteit voor het gezin (nu i-mens) en Bond Moyson (nu Solidaris).
We ontvangen van bovenvermelde organisaties overzichten van gepresteerde uren, maar door middel van steekproeven moeten we vaststellen dat de tussenkomsten door het OCMW niet worden meegedeeld in de overeenkomsten met noch op de factuur van de cliënten van voornoemde organisaties, noch dat de tussenkomst van het OCMW gestort wordt op de rekening van de cliënt. M.a.w. we moeten vaststellen dat onze inwoners van de tussenkomsten door het OCMW niets zien. Dit strookt niet met de geest van de in de tijd genomen beslissing om tegemoetkomingen te voorzien.
Bovendien stellen we vast dat de omliggende besturen geen tussenkomsten verlenen. We stellen dan ook voor om de tussenkomsten aan de organisaties stop te zetten en het hierdoor het vrijgekomen budget in te zetten voor andere noden binnen het sociaal beleid.
Aangezien de OCMW-raad de beslissing nam om de tussenkomsten toe te kennen, wordt er voorgesteld om de tussenkomsten stop te zetten d.m.v. een beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn. Deze beslissing wordt ter goedkeuring voorgelegd in de OCMW-raad.
Mondelinge toelichting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor sociaal beleid.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de tussenkomsten aan de organisaties voor gezins- en bejaardenhulp stop te zetten.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 77 en 78 van het decreet over het lokaal bestuur.
In de OCMW raad van 23 juni 2022 werd beslist om een administratieve kost van € 1,00 aan te rekenen bij elke aangerekende dienstencheque in het strijkatelier. Er werd gunstig advies verleend om deze kost vanaf 1 september 2022 aan te rekenen.
Er wordt voorgesteld om de administratieve kost van € 1,00 aan te passen naar € 1,50.
Er wordt voorgesteld om over te stappen naar een directe betalingsprocedure van de administratieve kost bij afhaling, vergelijkbaar met het systeem dat gehanteerd wordt bij het fietspunt.
1. Aanpassen administratieve kost van € 1,00 naar € 1,50 vanaf 1 januari 2026
Situatieschets
Omwille van de stijgende loon- en administratieve kosten willen we het financiële tekort binnen de poetsdienst blijvend beperken en tegelijk:
Voorstel tot wijziging
Daarom stellen we voor om vanaf 1 januari 2026 de administratieve kost van € 1,00 te verhogen naar € 1,50 per aangerekende dienstencheque voor zowel de poetsdienst als het strijkatelier.
2. Aanpassen betaalwijze administratieve kost strijkatelier
Situatieschets
Binnen de huidige werking van de strijkcentrale worden administratiekosten driemaandelijks gefactureerd. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee voor het opmaken, printen en versturen van facturen, evenals voor de opvolging van betalingen. Bovendien leidt dit systeem soms tot laattijdige of onvolledige betalingen.
Voorstel tot wijziging
Er wordt voorgesteld om over te stappen naar een directe betalingsprocedure bij afhaling, vergelijkbaar met het systeem dat gehanteerd wordt bij het fietspunt. Klanten zouden bij het ophalen van hun gestreken was:
Voordelen van het nieuwe systeem
Om dit systeem te implementeren, dient het reglement aangepast te worden. De huidige bepaling omtrent driemaandelijkse facturatie moet vervangen worden door een clausule die stelt dat een elektronische betaling (via Bancontact) dient te gebeuren bij afhaling.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Reynaert, bevoegd voor sociale zaken.
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om vanaf 1 januari 2026 de administratieve kost van € 1,00 naar € 1,50 aan te passen voor zowel de poetsdienst als het strijkatelier.
Artikel 2: De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om vanaf 1 januari 2026 in het strijkatelier over te gaan naar een directe elektronische betalingsprocedure van de administratieve kost bij afhaling van de gestreken was.
Artikel 3: De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om het reglement (artikel 4.1) en de overeenkomsten aan te passen aan de aangepaste administratieve kost en de nieuwe elektronische betalingsprocedure.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.
De voorzitter sluit de vergadering.
Namens OCMW-raad,
Els Declerck
algemeen directeur
Kris Vincke
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn