Artikelen 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005 bepalen dat de meerjarenplannen van de lokale en provinciale besturen starten in het tweede jaar na de lokale en provinciale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen. Dat betekent dat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2026 tot 2031 opmaken en vastleggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026 tot 2031.
Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC).
Het ontwerpmeerjarenplan werd ter kennis genomen door het vast bureau in de zitting van 21 november 2025.
Het meerjarenplan 2026-2031 voor het OCMW Beernem wordt ter vaststelling voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
De regels die van toepassing zijn voor de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025 zijn vastgelegd in:
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
3. de toelichting.
Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen. De documentatie geeft bijkomende duiding bij de geplande verrichtingen die zijn ingeschreven in het ontwerp van het meerjarenplan dat aan de raadsleden wordt voorgelegd. Ze moet ertoe bijdragen dat beter tegemoetgekomen wordt aan de informatiebehoeften van de raadsleden.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt. Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerpmeerjarenplan voor gemeente en OCMW Beernem bestaat uit 3 grote speerpunten:
Er zijn in totaal 29 beleidsdoelstellingen bepaald die telkens bestaan uit verschillende actieplannen en acties.
Er is één prioritaire actie: Actie 1.1.1 Bewaren van het financieel evenwicht
Dat wordt zo opgenomen in de beleidsrapporten. Alle onderliggende ramingen verbonden aan de prioritaire actie zijn prioritair en worden als dusdanig opgenomen in de beleidsrapporten.
De zeven beleidsdomeinen uit het meerjarenplan 2020-2025 worden behouden om zo de omzetting in de nieuwe BBC te kunnen doen met dezelfde budgetcodes als bij de BBC 2020-2025. De 7 domeinen zijn algemene financiering; algemeen bestuur, interne werking en veiligheid; sociale dienstverlening; sociaal en economisch weefsel; duurzaamheid; wonen, verkeer en infrastructuur; talent en ontwikkeling.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.
Meerjarenplan OCMW Beernem 2026-2031
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Gijs Degrande, Jef Vansteenhuyse, Jan Vanassche beantwoord door schepenen Claudio Saelens, Vicky Reynaert, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe en burgemeester Jos Sypré & raadslid Piet De Rycke.
Stemverklaring N-VA fractie:
De N-VA kan dit meerjarenplan niet goedkeuren. Het plan wordt opgemaakt in een context van beperkte budgettaire ruimte, stijgende werkingskosten, dalende investeringen en een blijvende schuldenlast. Ondanks belastingverhogingen en bijkomende schulden van vorige legislatuur wordt de financiële druk doorgeschoven naar de komende jaren. In zo’n context mag minstens verwacht worden dat de beschikbare middelen doelgericht, strategisch en met een duidelijke visie worden ingezet. Dat is hier onvoldoende het geval.
Hoewel de omgevingsanalyse relevante uitdagingen benoemt, ziet N-VA deze nauwelijks vertaald in een samenhangend beleid. Het meerjarenplan blijft te vaak steken in een opsomming van losse acties en investeringen, zonder duidelijke doelstellingen, prioriteiten of samenhang. Veel acties behoren tot het normale dagelijkse beheer en worden niet ingebed in een ruimer beleidskader. Containerbegrippen vervangen een duidelijke richting en concrete keuzes.
Op meerdere beleidsdomeinen ontbreken visie en antwoorden. Het luik ondernemen en lokale economie blijft bijzonder mager en bevat geen strategisch plan of duidelijke afbakening van economische ontwikkelingszones. Ook voor cultuur en erfgoed, sport, seniorenbeleid, toerisme, mobiliteit en verkeersveiligheid ontbreken nieuwe initiatieven, concrete doelstellingen, timing en budgettaire garanties. Mobiliteit wordt als prioriteit benoemd, maar voor zwaar verkeer door de dorpskernen is geen duidelijk plan noch budget uitgewerkt. In de ruimtelijke ordening worden nu al keuzes vastgelegd, terwijl het Beleidsplan Ruimte net eerst richting en uitgangspunten zou moeten bepalen.
Het sociaal beleid vormt een duidelijke uitzondering door zijn uitgebreide en gedetailleerde uitwerking. N-VA stelt zich echter de vraag of dit overwicht niet leidt tot een onevenwicht binnen het meerjarenplan, zeker gezien de relatief gunstige armoedecijfers en de vastgestelde interne organisatorische knelpunten.
Verder stelt N-VA vast dat verschillende belangrijke dossiers en verkiezingsbeloftes worden afgezwakt, uitgesteld of volledig geschrapt. Grote investeringen, zoals een nieuw sociaal huis roepen vragen op over noodzaak en prioriteiten, terwijl andere projecten na jaren voorbereiding zonder duidelijk alternatief worden stopgezet. Verschillende dossiers worden opnieuw aangekondigd zonder timing, zonder zekerheid over uitvoering en met budgetten die nu al ontoereikend lijken. Beloftes zonder timing zijn geen plannen, maar louter aankondigingen.
N-VA ziet dat het meerjarenplan ook een aantal positieve elementen bevat. Tot onze tevredenheid zien we voorstellen en initiatieven terugkeren die N-VA in eerdere legislaturen of raadszittingen zelf heeft aangebracht en die toen werden afgewezen, maar vandaag alsnog worden opgenomen.
Wat vandaag voorligt, is een plan dat veel belooft maar weinig garandeert. Het somt acties op, maar kadert zelden. Het kondigt projecten aan zonder duidelijke finaliteit of budgettaire zekerheid. N-VA vraagt geen perfect meerjarenplan, maar wel een eerlijk en coherent plan dat duidelijke keuzes maakt, prioriteiten stelt en verantwoordelijkheid neemt. Zolang dit ontbreekt, kan N-VA dit meerjarenplan niet steunen.
Artikel 1: Het meerjarenplan 2026-2031 voor het OCMW Beernem wordt vastgesteld.
De wettelijke rapporten omvatten de strategische nota en de financiële nota. De financiële nota omvat de financiële nota met de schema’s M1 (financiële doelstellingenplan 2026-2031), M2 (de staat van het financieel evenwicht) en M3 (overzicht van de kredieten).
De toelichting omvat het overzicht van de ontvangsten en uitgaven - functioneel (T1); overzicht ontvangsten en uitgaven - economisch (T2), evolutie van de financiële schulden (T3), het overzicht van de investeringen, beschrijving van de financiële risico’s, overzicht van de personeelsinzet, overzicht van de IGS en de andere verbonden entiteiten en de beschrijving van assumpties en grondslagen. De documentatie bij het meerjarenplan omvat de omgevingsanalyse, het overzicht van de beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, de samenstelling van de beleidsdomeinen, het overzicht jaarlijkse opbrengst per belasting- en retributiesoort, het overzicht van de uitgaven en ontvangsten per beleidsveld en andere relevante informatie.
Artikel 2: Deze beslissingen worden gemotiveerd door het principe van goed bestuur waarbij de nodige budgetten voorzien worden om de doelstellingen te realiseren die het bestuur voor ogen heeft.
Artikel 3: Het voorliggende meerjarenplan 2026-2031 wordt voor goedkeuring overgemaakt aan de gemeenteraad in de zitting van 18 december 2025 en vervolgens wordt het geïntegreerd meerjarenplan gemeente en OCMW Beernem aan de toezichthoudende overheid en in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering overgemaakt.
Artikel 4: Deze beslissing wordt voor goedkeuring bezorgd aan de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.