Terug
Gepubliceerd op 23/01/2026

Notulen  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:30 de raadzaal

De voorzitter opent de vergadering.

Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
Jos Sypré, burgemeester
Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
Els Declerck, algemeen directeur
Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
  • Mededelingen

    • Mededelingen bij de opening van de zitting

      Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
      Jos Sypré, burgemeester
      Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
      Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
      Els Declerck, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
      William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
      Feiten en voorgeschiedenis

      Bij de opening van de zitting worden de volgende mededelingen gedaan:

      • Zijn verontschuldigd: schepen Patricia Waerniers, raadsleden Justine Van Hoecke , Elodie Wildemeersch en William Brysse.
      • Na de zitting wordt een receptie aangeboden in de Trouwzaal (eerste verdieping).
      • Op vrijdag 9 januari 2025 is er nieuwjaarsreceptie in Club 54 vanaf 19 uur - inschrijven via event@beernem.be

      Procedure goedkeuring meerjarenplan en aanpak

      De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan.

      Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.

      Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

      De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de OCMW-raad maakt.

      Die besluitvorming laten we dus als volgt verlopen:

      • 1. de OCMW-raad stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
      • 2. de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
      • 3. de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de OCMW-raad heeft vastgesteld.

      De zittingen verlopen dus als volgt: de zitting van de OCMW-raad wordt geopend en de agendapunten 1 tot en met 2 (vaststelling meerjarenplan OCMW 2026-2031) worden behandeld. De zitting van de OCMW-raad wordt geschorst, de gemeenteraad wordt geopend en de agendapunten van de gemeenteraad worden behandeld (waaronder meerjarenplan). Na de zitting van de gemeenteraad wordt de OCMW-raad hervat en worden de resterende punten behandeld.

  • Goedkeuring notulen vorige zitting

    • Goedkeuring notulen gemeenteraadszitting van 20 november 2025

      Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
      Jos Sypré, burgemeester
      Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
      Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
      Els Declerck, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
      William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
      Feiten en voorgeschiedenis

      De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 20 november 2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.

      Regelgeving

      Artikelen 277 §1 en 278 §1 van het decreet lokaal bestuur

      Verwijzingsdocumenten

      Ontwerpnotulen van de zitting van de gemeenteraad van 20 november 2025.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
      Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Beslist

      De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 20 november 2025 worden goedgekeurd.

    • Goedkeuring notulen commissievergadering van 11 december 2025

      Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
      Jos Sypré, burgemeester
      Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
      Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
      Els Declerck, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
      William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
      Feiten en voorgeschiedenis

      De notulen van de zitting van de commissievergadering van 11 december 2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.

      Regelgeving

      Artikelen 277 §1 en 278 §1 van het decreet lokaal bestuur

      Verwijzingsdocumenten

      Ontwerpnotulen van de zitting van de commissievergadering van 11 december 2025.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
      Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Beslist

      De notulen van de zitting van de commissievergadering van 11 december 2025 worden goedgekeurd.

  • Openbaar

    • Financiën en begroting

      • Vaststelling meerjarenplan 2026-2031 gemeente Beernem en goedkeuring geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW Beernem

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005 bepalen dat de meerjarenplannen van de lokale en provinciale besturen starten in het tweede jaar na de lokale en provinciale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen. Dat betekent dat de nieuwe bewindsploegen in 2019 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2019 tot 2024 opmaken en vastleggen in het meerjarenplan voor de periode van 2020 tot 2025.
        Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC). De evaluatie van de BBC heeft geleid tot een bijsturing en vereenvoudiging van de regelgeving.

        Het ontwerpmeerjarenplan werd vastgelegd in de collegezitting van 21 november 2025.

        Het ontwerpmeerjarenplan voor gemeente en OCMW Beernem wordt ter vaststelling voorgelegd aan resp. de gemeenteraad en aan de OCMW-raad in de zitting van 18 december 2025. Het geïntegreerd meerjarenplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Regelgeving

        De regels die van toepassing zijn voor de opmaak van het meerjarenplan 2020-2025 zijn vastgelegd in:

        • het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
        • het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
        • het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
        • omzendbrief 2025/1 d.d. 18 juli 2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beheers- en beleidscyclus.
        Argumentatie

        Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:

        1. de strategische nota die bestaat uit:
          a. beleidsverklaring;
          b. overzicht met beschrijving van alle beleidsdoelstellingen;
          c. omschrijving prioritaire actie;
          d. verwijzing naar overzicht van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties.
        2. de financiële nota, die bestaat uit:
          a. het financiële doelstellingenplan (schema M1);
          b. de staat van het financieel evenwicht (schema M2);
          c. het overzicht van de kredieten (schema M3)1

                3. de toelichting.

        Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen. De documentatie geeft bijkomende duiding bij de geplande verrichtingen die zijn ingeschreven in het ontwerp van het meerjarenplan dat aan de raadsleden wordt voorgelegd. Ze moet ertoe bijdragen dat beter tegemoetgekomen wordt aan de informatiebehoeften van de raadsleden.

        De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt. Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerpmeerjarenplan voor gemeente en OCMW Beernem bestaat uit 3 grote speerpunten:

        1. Ondernemend en Bruisend Beernem;
        2. Een ecologisch en gezond Beernem;
        3. Een sociaal en zorgzaam Beernem.

        Er zijn in totaal 29 beleidsdoelstellingen bepaald die telkens bestaan uit verschillende actieplannen en acties.

        Er is één prioritaire actie: Actie 1.1.1 Bewaren van het financieel evenwicht

        Dat wordt zo opgenomen in de beleidsrapporten. Alle onderliggende ramingen verbonden aan de prioritaire actie zijn prioritair en worden als dusdanig opgenomen in de beleidsrapporten.

        De zeven beleidsdomeinen uit het meerjarenplan 2020-2025 worden behouden om zo de omzetting in de nieuwe BBC te kunnen doen met dezelfde budgetcodes als bij de BBC 2020-2025. De 7 domeinen zijn algemene financiering; algemeen bestuur, interne werking en veiligheid; sociale dienstverlening; sociaal en economisch weefsel; duurzaamheid; wonen, verkeer en infrastructuur; talent en ontwikkeling.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.

        Verwijzingsdocumenten
        • Meerjarenplan gemeente Beernem 2026-2031
        • Meerjarenplan OCMW Beernem 2026-2031
        • Geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031
        Tussenkomsten

        Er zijn tussenkomsten door raadsleden Gijs Degrande, Jef Vansteenhuyse, Jan Vanassche beantwoord door schepenen Claudio Saelens, Vicky  Reynaert, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe en burgemeester Jos Sypré & raadslid Piet De Rycke.

        Stemverklaring N-VA fractie:

        De N-VA kan dit meerjarenplan niet goedkeuren. Het plan wordt opgemaakt in een context van beperkte budgettaire ruimte, stijgende werkingskosten, dalende investeringen en een blijvende schuldenlast. Ondanks belastingverhogingen en bijkomende schulden van vorige legislatuur wordt de financiële druk doorgeschoven naar de komende jaren. In zo’n context mag minstens verwacht worden dat de beschikbare middelen doelgericht, strategisch en met een duidelijke visie worden ingezet. Dat is hier onvoldoende het geval.

        Hoewel de omgevingsanalyse relevante uitdagingen benoemt, ziet N-VA deze nauwelijks vertaald in een samenhangend beleid. Het meerjarenplan blijft te vaak steken in een opsomming van losse acties en investeringen, zonder duidelijke doelstellingen, prioriteiten of samenhang. Veel acties behoren tot het normale dagelijkse beheer en worden niet ingebed in een ruimer beleidskader. Containerbegrippen vervangen een duidelijke richting en concrete keuzes.

        Op meerdere beleidsdomeinen ontbreken visie en antwoorden. Het luik ondernemen en lokale economie blijft bijzonder mager en bevat geen strategisch plan of duidelijke afbakening van economische ontwikkelingszones. Ook voor cultuur en erfgoed, sport, seniorenbeleid, toerisme, mobiliteit en verkeersveiligheid ontbreken nieuwe initiatieven, concrete doelstellingen, timing en budgettaire garanties. Mobiliteit wordt als prioriteit benoemd, maar voor zwaar verkeer door de dorpskernen is geen duidelijk plan noch budget uitgewerkt. In de ruimtelijke ordening worden nu al keuzes vastgelegd, terwijl het Beleidsplan Ruimte net eerst richting en uitgangspunten zou moeten bepalen.

        Het sociaal beleid vormt een duidelijke uitzondering door zijn uitgebreide en gedetailleerde uitwerking. N-VA stelt zich echter de vraag of dit overwicht niet leidt tot een onevenwicht binnen het meerjarenplan, zeker gezien de relatief gunstige armoedecijfers en de vastgestelde interne organisatorische knelpunten.

        Verder stelt N-VA vast dat verschillende belangrijke dossiers en verkiezingsbeloftes worden afgezwakt, uitgesteld of volledig geschrapt. Grote investeringen, zoals een nieuw sociaal huis roepen vragen op over noodzaak en prioriteiten, terwijl andere projecten na jaren voorbereiding zonder duidelijk alternatief worden stopgezet. Verschillende dossiers worden opnieuw aangekondigd zonder timing, zonder zekerheid over uitvoering en met budgetten die nu al ontoereikend lijken. Beloftes zonder timing zijn geen plannen, maar louter aankondigingen.

        N-VA ziet dat het meerjarenplan ook een aantal positieve elementen bevat. Tot onze tevredenheid zien we voorstellen en initiatieven terugkeren die N-VA in eerdere legislaturen of raadszittingen zelf heeft aangebracht en die toen werden afgewezen, maar vandaag alsnog worden opgenomen.

        Wat vandaag voorligt, is een plan dat veel belooft maar weinig garandeert. Het somt acties op, maar kadert zelden. Het kondigt projecten aan zonder duidelijke finaliteit of budgettaire zekerheid. N-VA vraagt geen perfect meerjarenplan, maar wel een eerlijk en coherent plan dat duidelijke keuzes maakt, prioriteiten stelt en verantwoordelijkheid neemt. Zolang dit ontbreekt, kan N-VA dit meerjarenplan niet steunen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Anja Coens, Piet De Rycke, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Tegenstanders: Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Lien De Wispelaere, Branco François
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Beslist

        Artikel 1: Het meerjarenplan 2026-2031 voor de gemeente Beernem wordt vastgesteld. 

        Artikel 2: Het meerjarenplan 2026-2031, vastgesteld door de OCMW-raad voor het OCMW-Beernem in de zitting van 18 december 2025, wordt goedgekeurd.

        Artikel 3: Het geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 bestaande uit de wettelijke rapporten en toelichting voor gemeente en OCMW Beernem in zijn geheel is derhalve vastgesteld / goedgekeurd.

        De wettelijke rapporten omvatten de strategische nota en de financiële nota. De financiële nota omvat de financiële nota met de schema’s M1 (financiële doelstellingenplan 2026-2031), M2 (de staat van het financieel evenwicht) en M3 (overzicht van de kredieten).

        De toelichting omvat het overzicht van de ontvangsten en uitgaven - functioneel (T1); overzicht ontvangsten en uitgaven - economisch (T2), evolutie van de financiële schulden (T3), het overzicht van de investeringen, beschrijving van de financiële risico’s, overzicht van de personeelsinzet, overzicht van de IGS en de andere verbonden entiteiten en de beschrijving van assumpties en grondslagen. De documentatie bij het meerjarenplan omvat de omgevingsanalyse, het overzicht van de beleidsdoelstellingen actieplannen en acties, de samenstelling van de beleidsdomeinen, overzicht jaarlijkse opbrengst per belasting- en retributiesoort het overzicht van de uitgaven en ontvangsten per beleidsveld en andere relevante informatie.

        Artikel 4: Deze beslissingen worden gemotiveerd door het principe van goed bestuur waarbij de nodige budgetten voorzien worden om de doelstellingen te realiseren die het bestuur voor ogen heeft.

        Artikel 5: Het voorliggende geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 wordt voor goedkeuring aan de toezichthoudende overheid en in een digitaal bestand aan de Vlaamse regering overgemaakt.

        Artikel 6: Deze beslissing wordt voor goedkeuring bezorgd aan de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Gemeentebelastingen aanslagjaren 2026-2031 - aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        In de gemeenteraadszitting van 17 december 2020 werd de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting over de jaren 2021 tot en met 2025 op 7,8 % vastgesteld.

        Regelgeving
        • Grondwet, in het bijzonder artikel 170,§4
        • Artikelen 464 tot en met 470bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
        • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40,§3 en 41,14°
        Argumentatie

        Voor het waarborgen van een gezonde financiële toestand van de gemeente is het behoud van de aanvullende belasting op de personenbelasting op 7,8% verantwoord en noodzakelijk. De aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) wordt gevestigd als een percentage op de inkomstenbelastingen.


        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jan Vanassche en Gijs Degrande.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Anja Coens, Piet De Rycke, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Tegenstanders: Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Lien De Wispelaere, Branco François
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Beslist

        Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
        Artikel 2: De belasting wordt vastgesteld op 7,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
        Artikel 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
        Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

      • Gemeentebelastingen aanslagjaren 2026-2031 - opcentiemen op de onroerende voorheffing

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        In de gemeenteraadszitting van 17 december 2020 werden voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025 de opcentiemen op de onroerende voorheffing, ten bate van de gemeente, op 1.080 vastgesteld.

        Regelgeving
        • Grondwet, in het bijzonder artikel 170, §4
        • Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, in het bijzonder artikel 464, 1°
        • Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
        • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikels 40,§3 en 41,14°
        Argumentatie

        Voor het waarborgen van een gezonde financiële toestand van de gemeente is het behoud van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing op 1.080 verantwoord en noodzakelijk. Deze onroerende voorheffing is een belasting op het inkomen uit onroerende goederen.


        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jan Vanassche en Gijs Degrande.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Anja Coens, Piet De Rycke, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Tegenstanders: Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Lien De Wispelaere, Branco François
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Beslist

        Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente Beernem 1.080 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
        Artikel 2: De vestiging en de inning van deze gemeentelijke belasting gebeuren door de Vlaamse belastingdienst.
        Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

      • Belastingreglement op het parkeren in blauwe zone - aanslagjaren 2026 tot en met 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Het huidige belastingreglement op het parkeren in een blauwe zone eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, in het bijzonder de artikels 10/1 tot en met 10/3
        • Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode), in het bijzonder artikel 27
        • Koninklijk Besluit van 20 juli 2001 en het Ministerieel Besluit van 23 juli 2001 inzake inschrijving van de auto’s
        • Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
        Argumentatie

        Het blijft nodig om op bepaalde plaatsen een blauwe zone in stand te houden teneinde de parkeerrotatie in de gemeente en de dorpscentra in het bijzonder te bevorderen. Het aanleggen en het verbeteren van de parkeermogelijkheden brengen voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich mee. Het is gerechtvaardigd een billijke, financiële tussenkomst te vragen aan diegene die de gratis parkeertijd overschrijdt, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. De vrijstellingen van belasting die in het reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Voorgesteld wordt om het huidige belastingtarief te behouden.

        Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op het parkeren in blauwe zone - aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het Belastingreglement op het parkeren in blauwe zone - aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast:

        Belastingreglement op het parkeren in blauwe zone - aanslagjaren 2026 tot en met 2031

        Artikel 1: Belasting op parkeren in blauwe zone

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op het parkeren in een blauwe zone.

        Onder blauwe zonereglementering verstaat men een zone met beperkte parkeertijd, waar een parkeerschijf die overeenstemt met het door de minister van verkeer bepaalde model moet aangebracht worden op de binnenkant van de voorruit , of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van de auto.

        De belasting is verschuldigd zodra het motorvoertuig langer geparkeerd is dan de tijd die gratis is.

        Als de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van de auto wordt geplaatst, wordt men geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 3 bedoelde forfaitaire tarief.

        Artikel 2: Belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de houder van de nummerplaat. De bestuurder van het motorvoertuig, indien gekend, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        Artikel 3: Bedrag van de belasting

        De belasting wordt vastgesteld als volgt:

        • gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden
        • € 35,00 per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is

        De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van de auto van de parkeerschijf overeenkomstig artikel 27.1.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975.

        Artikel 4: Vrijstellingen

        Van de belasting worden vrijgesteld: de voertuigen gebruikt door personen met een handicap. De vrijstelling van de belasting wordt slechts verleend als de parkeerkaart voor personen met een handicap, uitgereikt op grond van het ministerieel besluit van 7 mei 1999, duidelijk zichtbaar achter de voorruit wordt geplaatst. Als dit niet het geval is, wordt steeds geacht dat men opteert voor het in artikel 3 bedoelde forfaitaire bedrag.

        De reglementering is niet van toepassing op voertuigen van de veiligheids- en hulpdiensten tijdens de uitvoering van hun opdrachten.

        Artikel 5: Betaling - inkohiering

        Bij toepassing van het in artikel 3 bedoelde forfaitaire tarief, brengt de aangestelde van de politiezone die optreedt voor de gemeente op de voorruit van het auto een uitnodiging aan om de belasting binnen 14 dagen te betalen door overschrijving op de rekening van de politiezone Het Houtsche. De politiezone stort op haar beurt de geïnde bedragen door aan de gemeente Beernem. In geval van betaling binnen de 14 dagen betreft dit een contantbelasting. In geval van niet-betaling binnen de voorziene termijn, wordt de belasting een kohierbelasting. De belasting wordt in dit geval betaald binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 6: Bezwaar

        De belastingschuldige, of zijn vertegenwoordiger, kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning of, wanneer de belasting een kohierbelasting wordt, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen.

        Artikel 7: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

      • Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - jaren 2026 tot en met 2028

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Het huidige retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke retributiereglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Regelgeving
        • Grondwet, in het bijzonder artikel 173
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        Argumentatie

        De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
        Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
        De gemeente Beernem heeft de code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen goedgekeurd die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
        Deze code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
        Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en er zijn daarnaast een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
        De code is geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP, ...
        Het is dan ook billijk om een retributie te blijven heffen op sleufwerken per dag en per lopende meter tenzij de werken samen uitgevoerd worden met werken uitgevoerd door de gemeente of het om werken gaat uitgevoerd op verzoek van de gemeente.

        Er wordt voorgesteld om deze bestaande retributie te handhaven voor de dienstjaren 2026-2028.

        Aan de gemeenteraad wordt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein voor de dienstjaren 2026 tot en met 2028 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens bevoegd voor financiën en openbare werken.

        Verwijzingsdocumenten
        • Brief Fluvius
        • Ontwerp retributiereglement
        • Retributiereglement algemeen kader
        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - jaren 2026 tot en met 2028 als volgt vast:

        Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - jaren 2026 tot en met 2028

        Artikel 1 - Algemeen

        Er wordt aan de eigenaar van elke nuts­voor­ziening een retributie aan­ge­­rekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het ge­meen­telijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeen­te­we­gen.

        Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

        • alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, ver­deel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
        • alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nuts­voorzieningen.

        De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voor­af­gaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.

        Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

        Onderhavig retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 de­cember 2028.

        Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken

        De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter open­lig­gende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen € 10,24, voor werken in voet­paden € 7,88 en voor werken in aardewegen € 4,73. 

        Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

        Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

        Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

        Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onder­­­­houdswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen

        Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aan­sluitingswerken, herstellingen en kleine onder­­­houdswerken met een sleufoppervlakte van maxi­mum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1,00 per op het grond­gebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.

        Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.

        Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals  jaarlijks gepubliceerd in augustus.

        Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitings­punten op het grondgebied van de stad/gemeente.

        Artikel 4 – Inning

        De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

      • Belastingreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater - aanslagjaren 2026 - 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Het huidige belastingreglement op de afkoppeling van regen- en afvalwater eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
        • Reglement van 30 juni 2009 inzake de afkoppeling van regen- en afvalwater en het collectief plaatsen en beheren van individuele waterzuiveringsinstallatie
        Argumentatie

        De gemeente is ertoe gehouden om een optimaal gescheiden rioleringsstelsel met een optimale afkoppeling op woningniveau te realiseren. Het is voor de goede werking van het gescheiden rioleringsstelsel noodzakelijk dat elke particuliere afkoppeling ook effectief wordt uitgevoerd. 

        Het is gerechtvaardigd een billijke, financiële tussenkomst te vragen op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater bij bestaande woningen in door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Voorgesteld wordt om het huidige belastingtarief te behouden.

        De vrijstelling van belasting die in dit reglement is opgenomen, sluit het beste aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater - aanslagjaren 2026 - 2031 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Verwijzingsdocumenten
        • GR 20090630 belasting-afkoppeling regenwater en afvalwater 2010-2013
        • GR 20090630 reglement afkoppeling IBA
        • GR 20131217 verlenging belasting afkoppeling regenwater en afvalwater 2014-2019
        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het belastingsreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater - aanslagjaren 2026-2031 als volgt vast:

        Belastingsreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater - aanslagjaren 2026-2031

        Artikel 1: Definities

        Afvalwater: water met afvalstoffen en/of verontreinigingen waarvan de houder zich ontdoet of moet ontdoen.

        Hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater.

        Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelstel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd voor hemelwater.

        Afkoppelingsdeskundige: wordt door de gemeente aangesteld. Informeert de bewoners, maakt het afkoppelingsplan, de kostenraming, volgt de uitvoering van de afkoppelingswerken op en controleert de facturen.

        Maximale afkoppeling: bij open en halfopen bebouwing dient alle hemelwater gescheiden van afvalwater afgevoerd te worden. Bij gesloten bebouwing dient het hemelwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen door of onder de woning dienen aangelegd te worden.

        Artikel 2: Termijn

        Vanaf 01 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater bij bestaande woningen in door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten.

        Onder afkoppelingsprojecten wordt verstaan de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de openbare weg zoals door de gemeente vastgesteld overeenkomstig het gemeentelijk reglement goedgekeurd in de gemeenteraad van 30 juni 2009 inzake de afkoppeling van regen- en afvalwater en het collectief plaatsen en beheren van individuele waterzuiveringsinstallatie.

        Artikel 3: Belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die eigenaar van het af te koppelen gebouw is op het moment van de uitvoering van het afkoppelingsproject en elke latere eigenaar én die binnen een termijn van 6 maanden na de datum van de uitvoering van de afkoppelingswerken, het hemelwater niet maximaal laat afkoppelen volgens het door de gemeente vastgestelde afkoppelingsproject.

        Artikel 4: Bedrag van de belasting

        De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 1.500,00 per jaar, verrekenbaar per maand en betaalbaar vanaf het einde van de zevende maand na de datum van de uitvoering van het afkoppelingsproject van het desbetreffende gebouw.

        Artikel 5: Vrijstelling

        Eigenaars van gebouwen waarvoor de maximale afkoppeling technisch-economisch niet haalbaar is, worden vrijgesteld van deze belasting. De haalbaarheid van de maximale afkoppeling wordt bepaald door de afkoppelingsdeskundige. In geval van onenigheid over deze beslissing zal een voor beide partijen aanvaardbare, onafhankelijke deskundige aangesteld worden die de definitieve beslissing zal nemen.

        Artikel 6: Invordering en inning

        §1 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        §2 De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 7: Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening gebeurt via beveiligde zending. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.

        §2. De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zaken gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 8: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Gemeentebelasting op de tweede verblijven - aanslagjaren 2026 tot en met 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        In de gemeenteraadszitting van 19 december 2018 werd de gemeentebelasting op de tweede verblijven voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025 vastgesteld.

        Regelgeving
        • Grondwet, in het bijzonder artikel 170,§4
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen
        • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40,§3 en 41,14°
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
        Argumentatie

        In een aantal woongelegenheden op de gemeente is niemand gedomicilieerd. Deze woongelegenheden kunnen ofwel worden gebruikt als een tweede verblijfplaats, of worden verhuurd aan een persoon of personen die niet op het adres ingeschreven zijn.

        In deze gevallen is het billijk dat de belasting op de tweede verblijven wordt gevestigd om reden dat de gebruiker van de woongelegenheid wel van een aantal diensten van de gemeente gebruik kan maken, maar geen aanvullende personenbelasting aan de gemeente betaalt. De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De Gemeenteraad stelt het gemeentelijke belastingreglement tweede verblijven als volgt vast:

        Belastingreglement op de tweede verblijven

        Artikel 1: Er wordt vanaf 1.1.2026 tot en met 31.12.2031 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse gemeentebelasting ingevoerd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.

        Artikel 2: Onder tweede verblijf moet verstaan worden elke private woongelegenheid die voor de persoon ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hem voor bewoning kan worden gebruikt, maar waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf en ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, apparte­menten, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste inrichtingen in de zin van artikel 4.2.1 – 1° van de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) 15.5.2009, gewijzigd op 16.7.2010.

         Als tweede verblijven worden niet beschouwd :

        • lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van beroepsactiviteit,
        • tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.

        Artikel 3: Onder wooncaravans moeten verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle andere soorten van caravans bedoeld, zoals caravans met een enkel stel wielen, de semi-wooncaravans met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken, voor zover zij niet vallen onder de toepassing van 4.2.1-1° van de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) van 15.5.2009, en latere wijzigingen.

        Artikel 4: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
        zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
        Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Beernem.
        In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
        De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        De hoedanigheid van tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.

        Artikel 5: Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 1.000,00 (per jaar en per tweede verblijf).

        Artikel 6: De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

        Artikel 7: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 8: De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
        Het bezwaarschrift kan via een duurzame drager worden ingediend indien het College van Burgemeester en Schepenen in deze mogelijkheid voorziet.
        De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

        Artikel 9: De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Het huidige belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Feiten en voorgeschiedenis

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        De gemeente Beernem maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid De Woonwinkel. Het activiteitenpakket van dit project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

        Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

        De registratie van leegstaande woningen en gebouwen wordt geregeld in het reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen. Dit reglement regelt de gemeentebelasting op leegstaande woningen en gebouwen. 

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 - 2.14
        • Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
        • Reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen van 18 december 2025
        Argumentatie

        Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        • Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
        • Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
        • Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
        • Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
        • Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.
        • Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
        • Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij tot de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

        Daarenboven zal de strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.

        De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente en zijn verantwoord aangezien:

        • bepaalde oorzaken van leegstand in feite een vorm van overmacht uitmaken (zoals bv. bij vernieling of beschadiging ten gevolge van een plotse ramp, de vaststelling van een (voorlopig of definitief) onteigeningsplan, de onmogelijkheid om de woning of het gebouw te gebruiken (bv. ingevolge verzegeling of betredingsverbod), de beperking van de handelingsbekwaamheid, de niet toegankelijkheid van een woning die deel uitmaakt van een effectief gebruikt gebouw, het beschermingsstatuut van de woning of het gebouw…).
        • bepaalde oorzaken van leegstand in essentie tijdelijk zijn (gedurende een overgangsperiode), in het kader waarvan het redelijk verantwoord is om in een welomlijnde en/of in de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien (zoals bijvoorbeeld bij zorgbehoevende belastingplichtigen die in woonzorgcentrum, psychiatrische instelling… verblijven).
        • het verantwoord is om voor nieuwe zakelijk gerechtigden en voor zakelijk gerechtigden die saneren, verbouwen, herbouwen, uitbreiden, slopen of renoveren in een in de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien, teneinde hen in staat te stellen de leegstand weg te werken.

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        De stuurgroep van De Woonwinkel stelde voor dat alle gemeenten van de intergemeentelijke samenwerking volgende tarieven hanteren:

        • een basisheffing van € 1.500,00 
        • een jaarlijkse verhoging van € 1.500,00
        • een maximumheffing van € 7.500,00
        • jaarlijks indexatie van de heffingen
        De stuurgroep beoogde ook een uniformisering op vlak van vrijstellingen.

        In het reglement worden de belangrijkste decretale definities overgenomen omwille van de leesbaarheid en duidelijkheid. 

        Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen aanslagjaren 2026-2031 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031 als volgt vast:

        Belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031

        Artikel 1: Begrippen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de definities van artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen

        3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende manieren waarop wordt  betekend:

        a) een aangetekend schrijven

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

        4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        5° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        6° leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden, zoals vermeld in artikel 2.10 §1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
        De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
        Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        7° leegstaande woning: Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt, zoals vermeld in artikel 2.10 §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd als dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie, zoals vermeld in artikel 2.10 §3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen.

        11° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Artikel 2: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

        §1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die op 1 januari van het aanslagjaar gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

        Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden volgens het gemeentelijk reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen.

        §2 De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw op 1 januari van het aanslagjaar gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

        Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat er op 1 januari van het aanslajaar een nieuwe termijn van 12 maanden is verstreken.

        Artikel 3: Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijke recht van de woning of het gebouw die op 1 januari van het aanslagjaar gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

        §2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Onverdeelde eigendom is een vorm van mede-eigendom.

        In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

        De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

        Artikel 4: Bedrag van de belasting

        § 1. Het basisbedrag van de belasting wordt per leegstaande woning of gebouw als volgt vastgelegd telkens als op 1 januari van het aanslagjaar een opeenvolgende termijn van 12 maanden in het leegstandsregister is verstreken:

        • 1ste termijn van twaalf maanden: € 1.500,00
        • 2de termijn van twaalf maanden: € 3.000,00
        • 3de termijn van twaalf maanden: € 4.500,00
        • 4de termijn van twaalf maanden: € 6.000,00
        • 5de termijn van twaalf maanden en volgende termijnen van twaalf maanden: € 7.500,00

        § 2. Vanaf aanslagjaar 2027 worden de bedragen jaarlijks geïndexeerd volgens volgende formule:

        Basisbedrag (volgens aantal termijnen in leegstandsregister) x nieuw indexcijfer
        aanvangsindexcijfer

        Het basisbedrag is het bedrag zoals bepaald in artikel 4 §1 van dit reglement.

        Het nieuwe indexcijfer is de abex-index van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

        De aanvangsindex is de abex-index van de maand december 2025.

        De geïndexeerde bedragen worden steeds afgerond naar de hogere euro.

        §3 Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht. Dit geldt niet voor overdrachten:

        • aan vennootschappen waarin de overdragende zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
        • aan vzw’s waarvan de overdragende zakelijk gerechtigde lid van is.
        • die het gevolg zijn van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel
        • aan bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament

        §4 Het aantal jaren waarvoor een vrijstelling van de belasting werd verkregen, wordt niet in mindering gebracht bij de berekening van het basisbedrag.

        Artikel 5: Vrijstellingen

        §1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de in §2 van dit artikel opgesomde vrijstellingen. Als hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

        Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd via beveiligde zending. 

        Elke vrijstelling kan slechts één keer aangevraagd worden. Vrijstellingen mogen worden gecumuleerd met uitzondering van enerzijds een verbouwing met niet-vervallen omgevingsvergunning (§2 4°) en anderzijds een verbouwing met een renovatienota (§2 5°).

        §2. De gronden voor het bekomen van een vrijstelling van de leegstandsbelasting zijn:

        1° Vrijstelling voor een nieuwe houder van het zakelijk recht

        De belastingplichtige die een zakelijk recht in de zin van artikel 1, 5° heeft verkregen op de woning of het gebouw, wordt vrijgesteld van de belasting.

        Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten:

        • aan vennootschappen waarin de overdragende zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
        • aan vzw’s waarvan de overdragende zakelijk gerechtigde lid van is.
        • die het gevolg zijn van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar vanaf de datum van de notariële akte waarin het verkrijgen van het zakelijk recht wordt geacteerd.  

        2° Vrijstelling voor een belastingplichtige met beperkte handelingsbekwaamheid

        De belastingplichtige van wie de handelingsbekwaamheid beperkt wordt door een gerechtelijke beslissing wordt vrijgesteld van de belasting.

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar, ingaand op de dag van de gerechtelijke beslissing.

        3° Vrijstelling voor een zorgbehoevende belastingplichtige

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als cumulatief aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

        • het betreft de woning die de belastingplichtige als laatste heeft bewoond als hoofdverblijfplaats.
        • de belastingplichtige is voor langdurig, onafgebroken verblijf opgenomen in een woonzorgcentrum, psychiatrisch centrum, ziekenhuis, erkend revalidatiecentrum…

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 3 jaar.  

        4° Vrijstelling wegens renovatie met een omgevingsvergunning

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting voor zover hij over een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden beschikt.

        Deze vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. De termijn van de vrijstelling gaat in op de dag van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning.

        5° Vrijstelling voor een niet-vergunningsplichtige, grondige renovatie

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als hij een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende renovatienota voorlegt.

        Deze renovatienota bestaat uit:

        1. een overzicht van de voorgenomen werken;
        2. een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd en waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal drie jaar de woning opnieuw bewoond zal zijn.   
        3. een raming van de kosten van minimum € 15.000,00 (excl. btw), vergezeld van offertes of facturen van aannemers;
        4. een plan of tekening en foto’s met een weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
        5. Indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars.

        Deze vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. Deze termijn van 3 jaar gaat in op de dag van de ontvangst van de volledige renovatienota. 

        Als de vrijstelling voor 2 jaar wordt verleend kan de vrijstelling maximaal 1 maal met 1 jaar verlengd worden. Als de vrijstelling voor 1 jaar wordt verleend kan de vrijstelling maximaal 2 maal met telkens 1 jaar verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de vrijstelling:

        • wordt schriftelijk ingediend bij de administratie uiterlijk 1 maand voor de lopende periode van de vrijstelling verstrijkt.
        • is gemotiveerd en bevat het bewijs van de effectieve uitvoering van de werken. Dit bewijs bevat onder meer foto’s waaruit de evolutie van de werken blijkt, de (voorschot)facturen van de al uitgevoerde werken, de ondertekende contracten en/of het bewijs van de aankoop of bestelling van materialen voor de nog uit te voeren werken, enz.

        De toekenning van deze vrijstelling of de verlenging ervan kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek door de administratie ter controle.

        6° Vrijstelling voor een sanerings- of renovatieproject

        De belastingplichtige die tegelijk meerdere woningen en/of gebouwen wenst te renoveren of te slopen en te vervangen, kan een vrijstelling krijgen die jaarlijks kan worden vernieuwd. De belastingplichtige moet jaarlijks rapporteren over de voortgang in het lokaal woonoverleg. Het woonoverleg geeft een advies aan het college van burgemeester en schepenen over de voortgang. Als er geen voortgang is in het sloop- of renovatieproject, kan de vrijstelling niet worden vernieuwd.

        7° Vrijstelling voor leegstand van een woning die geïntegreerd deel uitmaakt van een gebouw dat effectief in gebruik is

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting voor zover de leegstaande woning geïntegreerd deel uitmaakt van een gebouw dat niet leeg staat en effectief gebruikt wordt overeenkomstig de functie. Deze vrijstelling geldt dus niet voor een woning die deel uitmaakt van een gebouw, maar kadastraal afgesplitst is en een eigen adres heeft.

        De toekenning van deze vrijstelling kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek door de administratie ter controle.

        8° Vrijstelling voor een monument

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als de woning of het gebouw krachtens ministerieel besluit (voorlopig) is beschermd als monument.

        Deze vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 2 jaar en gaat in vanaf de datum van de administratieve akte.   

        9° Vrijstelling door onbruikbaarheid ingevolge een gerechtelijke procedure

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als de betrokken woning of het gebouw in het kader van een gerechtelijk onderzoek niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling, of enige andere gerechtelijke maatregel.

        De gerechtelijke maatregel moet van die aard en omvang zijn dat het gebruik van de woning of het gebouw overeenkomstig de functie onmogelijk is geworden.

        Deze vrijstelling wordt toegekend voor de duur van de onbruikbaarheid ingevolge de gerechtelijke maatregel, verlengd met 1 jaar. De vrijstelling start op de datum van de gerechtelijke beslissing die de maatregel invoert en eindigt 1 jaar volgend op de datum van de gerechtelijke beslissing die de maatregel opheft.   

        De belastingplichtige moet jaarlijks het bewijs leveren dat de gerechtelijke maatregel die het gebruik onmogelijk maakt nog steeds van toepassing is op de woning of het gebouw. Dit bewijs wordt schriftelijk ingediend bij de administratie uiterlijk 1 maand voor de verjaardag van de toekenning van deze vrijstelling.

        De toekenning van deze vrijstelling kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek door de administratie ter controle.

        10° Vrijstelling door onteigening

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als de woning of het gebouw binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

        Voor zover het onteigeningsplan wordt gewijzigd, wordt afgekeurd of wordt ongedaan gemaakt, waardoor de betrokken woning of het gebouw niet langer onder de onteigening valt, blijft de vrijstelling van toepassing gedurende de periode van 2 jaar die volgt op de datum van deze beslissing.

        11° Vrijstelling door een ramp

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als de woning of het gebouw vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige.

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 2 jaar volgend op de datum van de ramp.   

        De toekenning van deze vrijstelling kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek door de administratie ter controle.

        Artikel 6: Inkohiering - betaling

        §1 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        §2 De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 7: Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening gebeurt via beveiligde zending. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.

        §2. De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zaken gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 8: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

        §1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor die datum en die op 31 december 2025 nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum. Het bedrag van de heffing wordt bepaald volgens deze opnamedatum, evenwel met toepassing van de heffingsbedragen volgens het huidige belastingreglement. De leegstand moet niet opnieuw bewezen worden.

        §2 Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 19 december 2019 op de leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen, aanslagjaren 2020 tot en met 2025, blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien. Dezelfde vrijstellingsgronden kunnen niet meer ingeroepen worden op basis van dit belastingreglement.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

      • Belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Het huidige belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aanslagjaren eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Feiten en voorgeschiedenis

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        De gemeente Beernem maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid De Woonwinkel. Het activiteitenpakket van dit project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

        Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister bepalen.

        De registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt geregeld in het reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen. Dit reglement regelt de gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen. 

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 - 2.14
        • Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14
        • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
        • Reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen van 18 december 2025
        Argumentatie

        Er zijn meerdere redenen om verwaarloosde woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        • Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
        • Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling omdat een goed waarvoor geen zorg wordt gedragen weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
        • Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
        • Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
        • Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
        • Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
        • Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.

        Daarenboven zal de strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen maar een effect hebben als de opname in het verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.

        De vrijstellingen van belasting die in het reglement zijn opgenomen sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente en zijn verantwoord aangezien: 

        • het verantwoord is om voor nieuwe zakelijk gerechtigden en voor zakelijk gerechtigden die saneren, verbouwen, herbouwen, uitbreiden, slopen of renoveren (blijkens renovatienota) in een in de tijd beperkte vrijstellingsperiode te voorzien, teneinde hen in staat te stellen de verwaarlozing weg te werken
        • bepaalde oorzaken van verwaarlozing in feite een vorm van overmacht uitmaken, zoals bv. bij de vaststelling van een (voorlopig of definitief) onteigeningsplan

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        De stuurgroep van De Woonwinkel stelde voor dat alle gemeenten van de intergemeentelijke samenwerking volgende tarieven hanteren:

        • een basisheffing van € 1.500,00 
        • een jaarlijkse verhoging van € 1.500,00
        • een maximumheffing van € 7.500,00
        • jaarlijks indexatie van de heffingen
        De stuurgroep beoogde ook een uniformisering op vlak van vrijstellingen.

        In het reglement worden de belangrijkste decretale definities overgenomen omwille van de leesbaarheid en verstaanbaarheid. 

        Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aanslagjaren 2026-2031 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031 als volgt vast:

        Belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen aanslagjaren 2026 - 2031

        Artikel 1: Begrippen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister.

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen

        3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende manieren waarop wordt  betekend:

        a) een aangetekend schrijven

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

        4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        5° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        6° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister wordt opgenomen.

        7° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        8° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Artikel 2: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn

        §1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die op 1 januari van het aanslagjaar gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.

        Het verwaarlozingsregister wordt opgemaakt en bijgehouden volgens het gemeentelijk reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        §2 De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw op 1 januari van het aanslagjaar gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat er op 1 januari van het aanslajaar een nieuwe termijn van 12 maanden is verstreken

        Artikel 3: Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijke recht van de woning of het gebouw die op 1 januari van het aanslagjaar gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.

        §2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Onverdeelde eigendom is een vorm van mede-eigendom.

        In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.

        De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

        Artikel 4: Bedrag van de belasting

        § 1. Het basisbedrag van de belasting wordt per verwaarloosde woning of gebouw als volgt vastgelegd telkens als op 1 januari van het aanslagjaar een opeenvolgende termijn van 12 maanden in het verwaarlozingsregister is verstreken:

        • 1ste termijn van twaalf maanden: € 1.500,00
        • 2de termijn van twaalf maanden: € 3.000,00
        • 3de termijn van twaalf maanden: € 4.500,00
        • 4de termijn van twaalf maanden: € 6.000,00
        • 5de termijn van twaalf maanden en volgende termijnen van twaalf maanden: € 7.500,00

        § 2. Vanaf aanslagjaar 2027 worden de bedragen jaarlijks geïndexeerd volgens volgende formule:

        Basisbedrag (volgens aantal termijnen in verwaarlozingsregister) x nieuw indexcijfer
        aanvangsindexcijfer

        Het basisbedrag is het bedrag zoals bepaald in artikel 4 §1 van dit reglement.

        Het nieuwe indexcijfer is de abex-index van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

        De aanvangsindex is de abex-index van de maand december 2025.

        De geïndexeerde bedragen worden steeds afgerond naar de hogere euro.

        §3 Het aantal termijnen van 12 maanden dat een gebouw of woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht. Dit geldt niet voor overdrachten:

        • aan vennootschappen waarin de overdragende zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
        • aan vzw’s waarvan de overdragende zakelijk gerechtigde lid van is.
        • die het gevolg zijn van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel
        • aan bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament

        §4 Het aantal jaren waarvoor een vrijstelling van de belasting werd verkregen, wordt niet in mindering gebracht bij de berekening van het basisbedrag.

        Artikel 5: Vrijstellingen

        §1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de in §2 van dit artikel opgesomde vrijstellingen. Als hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

        Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd via beveiligde zending. 

        Elke vrijstelling kan slechts één keer aangevraagd worden. Vrijstellingen mogen worden gecumuleerd met uitzondering van enerzijds een verbouwing met niet-vervallen omgevingsvergunning (§2 2°) en anderzijds een verbouwing met een renovatienota (§2 3°).

        §2. De gronden voor het bekomen van een vrijstelling van de leegstandsbelasting zijn:

        1° Vrijstelling voor een nieuwe houder van het zakelijk recht

        De belastingplichtige die recent een zakelijk recht in de zin van artikel 1, 5° heeft verkregen over de woning of het gebouw, wordt vrijgesteld van de belasting.

        Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten:

        • aan vennootschappen waarin de overdragende zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
        • aan vzw’s waarvan de overdragende zakelijk gerechtigde lid van is.
        • die het gevolg zijn van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar vanaf de datum van de notariële akte waarin het verkrijgen van het zakelijk recht wordt geacteerd.

        2° Vrijstelling wegens renovatie met een omgevingsvergunning

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting voor zover hij over een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden beschikt.

        Deze vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. De termijn van de vrijstelling gaat in op de dag van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning.

        3° Vrijstelling voor een niet-vergunningsplichtige, grondige renovatie

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als hij een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende renovatienota voorlegt.

        Deze renovatienota bestaat uit:

        1. een overzicht van de voorgenomen werken;
        2. een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd en waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal drie jaar de woning opnieuw bewoond zal zijn.
        3. een raming van de kosten van minimum € 15.000,00 (excl. btw), vergezeld van offertes of facturen van aannemers;
        4. een plan of tekening en foto’s met een weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
        5. indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars.

        Deze vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. Deze termijn van 3 jaar gaat in op de dag van de ontvangst van de volledige renovatienota. 

        Als de vrijstelling voor 2 jaar wordt verleend kan de vrijstelling maximaal 1 maal met 1 jaar verlengd worden. Als de vrijstelling voor 1 jaar wordt verleend kan de vrijstelling maximaal 2 maal met telkens 1 jaar verlengd worden. De aanvraag tot verlenging van de vrijstelling:

        • wordt schriftelijk ingediend bij de administratie uiterlijk 1 maand voor de lopende periode van de vrijstelling verstrijkt.
        • is gemotiveerd en bevat het bewijs van de effectieve uitvoering van de werken. Dit bewijs bevat onder meer foto’s waaruit de evolutie van de werken blijkt, de (voorschot)facturen van de al uitgevoerde werken, de ondertekende contracten en/of het bewijs van de aankoop of bestelling van materialen voor de nog uit te voeren werken, enz.

        De toekenning van deze vrijstelling of de verlenging ervan kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek door de administratie ter controle.

        4° Vrijstelling voor een sanerings- of renovatieproject

        De belastingplichtige die tegelijk meerdere woningen wenst te renoveren of te slopen en te vervangen, kan een vrijstelling krijgen die jaarlijks kan worden vernieuwd. De belastingplichtige moet jaarlijks rapporteren over de voortgang in het lokaal woonoverleg. Het woonoverleg geeft een advies aan het college van burgemeester en schepenen over de voortgang. Als er geen voortgang is in het sloop- of renovatieproject, kan de vrijstelling niet worden vernieuwd.

        5° Vrijstelling door onteigening

        De belastingplichtige wordt vrijgesteld van de belasting als de woning of het gebouw binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

        Voor zover het onteigeningsplan wordt gewijzigd, wordt afgekeurd of wordt ongedaan gemaakt, waardoor de betrokken woning of het gebouw niet langer onder de onteigening valt, blijft de vrijstelling van toepassing gedurende de periode van 2 jaar die volgt op de datum van deze beslissing.

        Artikel 6: Inkohiering - betaling

        §1 De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        §2 De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 7: Bezwaarprocedure

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening gebeurt via beveiligde zending. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.

        §2. De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zaken gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 8: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

        §1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor die datum en die op 31 december 2025 nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum. Het bedrag van de heffing wordt bepaald volgens deze opnamedatum, evenwel met toepassing van de heffingsbedragen volgens het huidige belastingreglement. De verwaarlozing moet niet opnieuw bewezen worden.

        §2 Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 19 december 2019 op de leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen, aanslagjaren 2020 tot en met 2025, blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien. Dezelfde vrijstellingsgronden kunnen niet meer ingeroepen worden op basis van dit belastingreglement.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Belastingreglement weghalen van afvalstoffen - aanslagjaren 2026 - 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Het huidige belastingreglement weghalen van afvalstoffen eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
        • artikel 12 van het 'Materialendecreet'
        • Algemeen Politiereglement, in het bijzonder het stuk over openbare netheid
        Argumentatie

        Achtergelaten afvalstoffen zorgen voor visuele vervuiling en verstoren het mooie beeld van de gemeente. Daarom worden deze afvalstoffen zo snel mogelijk geruimd zodra ze worden opgemerkt of er melding van wordt gemaakt. Het verwijderen ervan gaat gepaard met uitgaven voor het gemeentebestuur en het is billijk en gerechtvaardigd deze uitgaven te recupereren bij diegene die het afval heeft gestort, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. 

        Als de identiteit van de dader gekend is, wil de gemeente, naast eventueel strafrechtelijk optreden of een eventuele GAS-boete, de opruimingskosten van afvalstoffen verhalen op de dader. Hierbij is het belangrijk dat de vergoeding voor het opruimen van het sluikstort louter kostendekkend is. Het mag dus geen extra sanctie zijn (non bis in idem). Er wordt uitgegaan van het principe "de vervuiler betaalt" zodat de omvang van de belasting wordt bepaald in functie van de hoeveelheid en de aard van de gestorte afvalstoffen aangezien dit evenredig is met de uitgaven voor de gemeente.

        Bij het bepalen van het tarief wordt rekening gehouden met de hoeveelheid van de achtergelaten afvalstoffen en met het ingezette materieel en personeel.

        Huidige tarieven worden gehanteerd:

        • € 36,00 per uur en per werknemer die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstort wordt ingezet;
        • € 50,00 per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan,…), exclusief de bediener van het ingezette voertuig;
        • € 0,50 per kg opgeruimde afvalstoffen in zoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In dit geval worden ook de werkelijke kosten van de verwerking doorgerekend aan de sluikstorter of eigenaar van het perceel.

        Voorstel om voor aanslagjaren aanslagjaren 2026 - 2031 volgende tarieven te hanteren:

        • € 40,00 per uur en per werknemer die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstort wordt ingezet;
        • € 50,00 per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan,…), exclusief de bediener van het ingezette voertuig;
        • € 0,50 per kg opgeruimde afvalstoffen in zoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In dit geval worden ook de werkelijke kosten van de verwerking doorgerekend aan de sluikstorter of eigenaar van het perceel.

        Het voorgestelde tarief voor de uurloonkost per werknemer is aangepast aan de huidige, werkelijke kost (stijging van € 4,00 per uur).

        Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen voor de aanslagjaren 2026 - 2031 ter goedkeuring voorgelegd.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadslid Lode Vanneste beantwoord door schepen Ruben Strobbe. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het belastingreglement weghalen van afvalstoffen - aanslagjaren 2026 - 2031 als volgt vast:

        Belastingreglement weghalen van afvalstoffen - aanslagjaren 2026 - 2031

        Artikel 1: Er wordt ten voordele van de gemeente Beernem, voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, een belasting gevestigd op het weghalen en verwijderen door het gemeentebestuur van allerhande afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet-reglementaire plaatsen of op niet reglementaire wijze achtergelaten.

        Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft of hiertoe opdracht heeft gegeven. Ingeval er meerdere natuurlijke personen samen afvalstoffen gelijktijdig op eenzelfde plaats hebben achtergelaten, zijn zij de belasting hoofdelijk verschuldigd. Desgevallend is diegene die daartoe opdracht of toelating gaf hoofdelijk mede aansprakelijk voor de betaling van de belasting. 

        Artikel 3:

        § 1. Het bedrag van deze belasting wordt als volgt vastgesteld:

        • € 40,00 per uur en per werknemer die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstort wordt ingezet;
        • € 50,00 per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan,…), exclusief de bediener van het ingezette voertuig;
        • € 0,50 per kg opgeruimde afvalstoffen in zoverre het geen afval betreft waarvoor een bijkomende verwerking noodzakelijk is. In dit geval worden ook de werkelijke kosten van de verwerking doorgerekend aan de sluikstorter of eigenaar van het perceel.

        § 2. De vermelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kilogram. Voor prestaties buiten de diensturen worden naargelang het tijdstip waarop de prestaties geleverd worden, de voorziene toeslagen van 25%, 50%, 100% of 125% op het uurloon aangerekend. Voor prestaties ingevolge onvoorziene oproepen wordt een verstoringstoeslag van 200% op het uurloon aangerekend.

        § 3. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze derde doorgerekend aan de sluikstorter.

        Artikel 4: De belasting op het weghalen van afvalstoffen wordt ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 5: De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 6: De belastingschuldige kan een bezwaar indienen tegen de belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening kan gebeuren door aangetekende verzending of door overhandiging. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat. 

        De procedure verloopt in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 7: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 8: Het belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Belastingreglement voor ambulante handel op vaste standplaatsen op openbaar domein

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Het huidige belastingreglement voor ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Feiten en voorgeschiedenis

        De ambulante handel wordt geregeld in het reglement ambulante handel. Dit reglement regelt de gemeentebelasting op ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein.

        Regelgeving
        • Grondwet, artikel 41, 162 en 170 § 4
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 §3 en 41 2de lid 14°
        • decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
        • gemeentelijk reglement ambulante handel van 18 september 2025
        Argumentatie

        Het openbaar domein is bestemd tot het gebruik van allen of tot een openbare dienst. Bij inname van een vaste standplaats op openbaar domein door een handelaar wordt afbreuk gedaan aan het principe van het collectief gebruik van het openbaar domein. De uitoefening van ambulante activiteiten op openbaar domein creëert bovendien extra verkeersdrukte bij het op- en afrijden van en naar deze verkoopkramen. Het is gerechtvaardigd om een billijke, financiële tussenkomst te vragen aan de handelaars die op het openbaar domein een standplaats toegewezen krijgen om handel te voeren, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. De vrijstellingen van belasting die in het reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Zijn vrijgesteld van belasting ambulante handel met vaste standplaats op openbaar domein:

        • Verkopen van producten of diensten met niet-commercieel karakter, gezien hun menslievend, dierlievend, vredelievend, sociaal, cultureel, educatief of sportief doel
        • Standplaatsen op kermissen en circussen
        • Ambulante handel tijdens evenementen (bv. wielerwedstrijden, avondmarkten…)

        Voorgesteld wordt om het huidige belastingtarief te behouden.

        Het belastingreglement voor ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Verwijzingsdocumenten

        Reglement ambulante handel van 18 september 2025

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd voor ambulante handel op vaste standplaatsen op openbaar domein.

        Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een standplaats op openbaar domein wordt toegewezen.

        Artikel 3: Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgelegd: € 1,00 per lopende meter per dag, met een minimum van € 4,00 per dag.

        Artikel 4: Van de belasting worden vrijgesteld:

        • Verkopen van producten of diensten met niet-commercieel karakter, gezien hun menslievend, dierlievend, vredelievend, sociaal, cultureel, educatief of sportief doel
        • Standplaatsen op kermissen en circussen
        • Ambulante handel tijdens evenementen (bv. wielerwedstrijden, avondmarkten…)

        Artikel 5: In geval van toewijzing van een losse standplaats wordt de belasting onmiddellijk na de toewijzing betaald. In geval van toewijzing van een standplaats per abonnement wordt de belasting per half jaar op voorhand betaald vóór 1 januari voor het 1e semester en vóór 1 juli voor het 2e semester, desgevallend pro rata berekend. In geval van tijdige betaling betreft dit een contantbelasting. In geval van niet-betaling binnen de voorziene termijn, wordt de belasting een kohierbelasting. De belasting wordt in dit geval betaald binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 6: De belastingschuldige, of zijn vertegenwoordiger, kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning of, wanneer de belasting een kohierbelasting wordt, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen.

        Artikel 7: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 8: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

         

         

    • Bestuur en beleid

      • Kennisname afsprakennota algemeen directeur (namens het managementteam) met het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Artikel 171 §2 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur namens het managementteam een afsprakennota afsluit met het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de burgemeester, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        De afsprakennota gaat over de manier waarop de medewerkers van het lokale bestuur (algemeen directeur, managementteam, diensthoofden en medewerkers) samenwerken met de politieke organen om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Ook de omgangsvormen tussen de politieke verantwoordelijken en de medewerkers van het lokale bestuur zijn er in beschreven.

        Een voorstel van afsprakennota (model VVSG) werd opgemaakt door de algemeen directeur samen met het managementteam op 27 augustus 2025.

        De afsprakennota werd voorgelegd aan het college van burgemeester en schepen en het vast bureau op 24 oktober 2025 en door het bijzonder comité voor de sociale dienst op 24 november 2025. 

        De afsprakennota wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Regelgeving

        Artikelen 40, 41, 56, 84, 171 van het decreet over het lokaal bestuur

        Argumentatie

        Het maken van de beleidskeuzes en het bepalen van de richting van het bestuur en zijn organisatie zijn vanzelfsprekend de verantwoordelijkheid van de politieke mandatarissen. Daarnaast is het de taak van de algemeen directeur om als ambtelijk verantwoordelijke de interne werking aan te sturen. Hij/zij staat in voor de werking van de diensten van de gemeente en het OCMW bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid. De algemeen directeur zorgt samen met de andere leden van het managementteam voor een moderne en vlot werkende lokale administratie. 

        Om dit te verwezenlijken, moet een afsprakennota afgesloten worden. De algemeen directeur sluit deze nota af namens het managementteam. Formeel wordt deze nota langs politieke zijde het best goedgekeurd door het college, het vast bureau, de burgemeester en de voorzitter van het vast bureau. Zo is de nota geldig binnen gemeente en OCMW.

        De afsprakennota bevat afspraken over de omgangsvormen tussen bestuur en administratie en over de manier waarop ze samen de beleidsdoelstellingen van het bestuur willen realiseren. De afsprakennota is, naast de beleids-en beheerscyclus, het organisatiebeheersingssysteem en de afzonderlijke deontologische codes dan ook een belangrijk document, zowel voor de politieke mandatarissen als voor de personeelsleden van gemeente en OCMW.

        De afsprakennota bevat de volgende elementen:

        • de wijze waarop de algemeen directeur en de overige leden van het managementteam met het college, de burgemeester, het vast bureau en de voorzitter van het vast bureau samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren;
        • de omgangsvormen tussen bestuur en administratie;
        • de wijze waarop de algemeen directeur de bevoegdheden uitoefent die aan hem/haar zijn gedelegeerd door het college en het vast bureau.

        Essentieel is dat mandatarissen en personeelsleden blijven samenwerken aan een vertrouwensrelatie, uitgaande van wederzijds respect en aandacht voor elkaars rollen en taken.

        Het college is de motor van het proces van de beleidsvoering. Deze functie veronderstelt dat de positie van de gemeenteraad, als bepaler van het beleid, wordt gerespecteerd. Daarnaast maakt het college goede afspraken met de top van de organisatie – de algemeen directeur en het managementteam - over de principes van beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. De algemeen directeur en het managementteam zijn verantwoordelijk voor de operationele sturing van de organisatie. De afspraken zullen steeds kaderen binnen de strategische nota uit het meerjarenplan.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.

        Verwijzingsdocumenten

        Afsprakennota

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de afsprakennota tussen de algemeen directeur (namens het managementteam) en het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

      • Vaststellen begrip 'dagelijks bestuur' en 'van visum vrijgestelde verrichtingen'

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        In de zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019 werden in uitvoering van het gemeentedecreet beslissingen genomen omtrent ‘van visum vrijgestelde verrichtingen’ en ‘vaststelling definitie dagelijks bestuur’. Om een soepele en efficiënte werking te behouden dient de definitie van dagelijks bestuur vernieuwd te worden en is het wenselijk om de beslissingen genomen in 2019 te actualiseren.  

        Artikel 41, 8° van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 geeft aan de gemeenteraad de bevoegdheid om vast te stellen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan.

        In beginsel is de raad bevoegd voor de vaststelling van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen en het vaststellen van de voorwaarden van de opdracht (artikel 41, 10° Decreet Lokaal Bestuur). Een uitzondering hierop zijn de opdrachten van dagelijks bestuur (artikel 41, 10°, a Decreet Lokaal Bestuur). Deze opdrachten vallen rechtstreeks onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen of het vast bureau, met mogelijkheid van delegatie aan de algemeen directeur (artikel 56, §3, 5° en 57, derde lid + artikel 84, §3, 5° en 85, derde lid, Decreet over het Lokaal Bestuur).

        Het is aan de raad om te bepalen wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' moet worden verstaan (artikel 41,8° en 78, 9° Decreet Lokaal Bestuur). Deze bevoegdheden kunnen gedelegeerd worden aan de algemeen directeur, die verder kan delegeren aan andere personeelsleden.

        Regelgeving
        • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, 56, 177, 266 en 267
        • Artikel 41, 8° van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 geeft aan de gemeenteraad de bevoegdheid om vast te stellen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan
        Argumentatie

        Het college van burgemeester en schepenen doet het volgende voorstel van begrip 'dagelijks bestuur' en 'van visum vrijgestelde verrichtingen' aan de gemeenteraad:

        A. Algemeenheden

        De gemeenteraad beslist in het kader van het budget over de opportuniteit om een bepaalde overheidsopdracht uit te voeren (artikel 41, 3° Decreet Lokaal Bestuur). Artikel 41, 10° van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat in beginsel de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastlegt. De gemeenteraad kan dit delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.

        1) Een eerste delegatie betreft de opdrachten van dagelijks bestuur. De gemeenteraad bepaalt wat onder het begrip "dagelijks bestuur" inzake overheidsopdrachten moet worden verstaan (artikel 41, 8° Decreet Lokaal Bestuur). Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen aan het college van burgemeester en schepenen worden toegewezen en het college kan de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastleggen. Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen bij delegatie aan de algemeen directeur worden toegewezen (artikel 57 Decreet over het Lokaal Bestuur).

        2) Een tweede delegatie betreft de opdrachten die nominatief aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. In dat geval is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vast te leggen.

        Het college van burgemeester en schepenen blijft bevoegd voor het eigenlijke voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (artikel 56, §3, 4° Decreet Lokaal Bestuur).

        Inzake opdrachten van dagelijks bestuur is ook het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht (artikel 56, §3, 5° Decreet Lokaal Bestuur).

        Het college van burgemeester en schepenen is ook bevoegd: voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht die nominatief aan het college van burgemeester en schepenen werd toevertrouwd (artikel 56, §3, 6° Decreet Lokaal Bestuur).

        Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om beslissingen te nemen op eigen initiatief in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden (art. 56, §4 Decreet Lokaal Bestuur).
        Artikel 177, 266 en 267 van het Decreet over het Lokaal Bestuur voorzien dat de financieel directeur instaat voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en het OCMW. De gemeenteraad bepaalt de nadere voorwaarden waaronder deze controle wordt uitgeoefend. In dit besluit worden de voorwaarden voor de visumverplichting geformuleerd.

        B.  Beernem

        • Algemene omschrijving van het begrip dagelijks bestuur
          1. De handelingen van dagelijks bestuur hebben betrekking op de regeling van de behoeften van het dagelijks leven, de zaken van gering belang en de zaken die naar snelheid van optreden een dringend karakter vertonen.
          2. Alle beheersdaden zonder financiële impact die niet expliciet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoren, behoren tot het dagelijks bestuur.
          3. Alle beheersdaden die betrekking hebben op het aangaan van verbintenissen met financiële impact op het exploitatiebudget behoren tot het dagelijks bestuur. Dit omvat ook de bevoegdheid om leningen aan te gaan, de wijze waarop leningsovereenkomsten tot stand moeten komen en schuldpapier uit te geven met het oog op de financiering van de uitgaven die voorzien zijn in het meerjarenplan.
        • Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van overheidsopdrachten
          Volgende overheidsopdrachten worden beschouwd  als “dagelijks bestuur”:
          • alle uitgaven waarvoor kredieten op het exploitatie- en liquiditeitenbudget zijn ingeschreven;
          • alle uitgaven van minder dan 30.000 euro (exclusief btw) waarvoor kredieten op het investeringsbudget zijn ingeschreven.

        De gemeenteraad bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).

        • Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen
          1. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor alle daden van beheer over onroerende goederen. Hieronder worden begrepen alle daden en handelingen die nuttig en nodig zijn voor het behoud, de goede werking, de opbrengst, … van het goed. Deze daden worden beschouwd als dagelijks bestuur.
          2. Worden eveneens beschouwd als daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen door het college van burgemeester en schepenen, en dus dagelijks bestuur: de vestiging van onroerende zakelijke rechten en contracten betreffende onroerende goederen met een maximale duur van 9 jaar.
          3. In afwijking van b) behoort het verlenen van begraafplaatsconcessies onverminderd tot het dagelijks bestuur.
        • Rapportage

          De besluiten door het college van burgemeester en schepenen genomen met toepassing van onderhavig reglement houdende de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur, kunnen door de gemeenteraadsleden worden ingezien in de notulen van het college van burgemeester en schepenen.
        • Voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole

          De financieel directeur oefent de controle, bedoeld in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur als volgt uit: De gemeenteraad beslist om alle verrichtingen van dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 10.000,00 (excl. btw) uit te sluiten van de visumverplichting. Om te bepalen of een verrichting uitgesloten is van de visumverplichting houdt de financieel directeur rekening met de volledige looptijd van de voorgenomen verbintenis. Voor overeenkomsten die meerdere jaren beslaan wordt dit bedrag vastgesteld op basis van de kostprijs van de overeenkomst over een periode van maximaal vijf jaar.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1:  De gemeenteraad legt het begrip 'dagelijks bestuur' en 'van visum vrijgestelde verrichtingen' als volgt vast:

        • Algemene omschrijving van het begrip dagelijks bestuur
          1. De handelingen van dagelijks bestuur hebben betrekking op de regeling van de behoeften van het dagelijks leven, de zaken van gering belang en de zaken die naar snelheid van optreden een dringend karakter vertonen.
          2. Alle beheersdaden zonder financiële impact die niet expliciet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoren, behoren tot het dagelijks bestuur.
          3. Alle beheersdaden die betrekking hebben op het aangaan van verbintenissen met financiële impact op het exploitatiebudget behoren tot het dagelijks bestuur. Dit omvat ook de bevoegdheid om leningen aan te gaan, de wijze waarop leningsovereenkomsten tot stand moeten komen en schuldpapier uit te geven met het oog op de financiering van de uitgaven die voorzien zijn in het meerjarenplan.
        • Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van overheidsopdrachten
          Volgende overheidsopdrachten worden beschouwd als “dagelijks bestuur”:
          • alle uitgaven waarvoor kredieten op het exploitatie- en liquiditeitenbudget zijn ingeschreven;
          • alle uitgaven van minder dan 30.000 euro (exclusief btw) waarvoor kredieten op het investeringsbudget zijn ingeschreven.

        De gemeenteraad bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).

        • Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen
          1. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor alle daden van beheer over onroerende goederen. Hieronder worden begrepen alle daden en handelingen die nuttig en nodig zijn voor het behoud, de goede werking, de opbrengst, … van het goed. Deze daden worden beschouwd als dagelijks bestuur.
          2. Worden eveneens beschouwd als daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen door het college van burgemeester en schepenen, en dus dagelijks bestuur: de vestiging van onroerende zakelijke rechten en contracten betreffende onroerende goederen met een maximale duur van 9 jaar.
          3. In afwijking van b) behoort het verlenen van begraafplaatsconcessies onverminderd tot het dagelijks bestuur.
        • Rapportage

          De besluiten door het college van burgemeester en schepenen genomen met toepassing van onderhavig reglement houdende de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur, kunnen door de gemeenteraadsleden worden ingezien in de notulen van het college van burgemeester en schepenen.
        • Voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole

          De financieel directeur oefent de controle, bedoeld in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur als volgt uit: De gemeenteraad beslist om alle verrichtingen van dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan 10.000 euro excl. btw uit te sluiten van de visumverplichting. Om te bepalen of een verrichting uitgesloten is van de visumverplichting houdt de financieel directeur rekening met de volledige looptijd van de voorgenomen verbintenis. Voor overeenkomsten die meerdere jaren beslaan wordt dit bedrag vastgesteld op basis van de kostprijs van de overeenkomst over een periode van maximaal vijf jaar.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

      • Vaststellen begrip dagelijks personeelsbeheer

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Conform artikel 170 van het decreet over het lokaal bestuur staat de algemeen directeur aan het hoofd van het personeel van de gemeente en is hij bevoegd voor het dagelijks personeelsbeheer. De gemeenteraad bepaalt wat onder ‘dagelijks personeelsbeheer’ moet worden verstaan.

        Het dagelijks personeelsbeheer omschrijft de bevoegdheden die de algemeen directeur als hoofd van het personeel kan uitoefenen onder de voorwaarden en binnen de modaliteiten bepaald door de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement.

        Een voorstel van omschrijving van 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' wordt aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd.

        Regelgeving
        • Artikel 57, tweede lid van het decreet over het lokaal bestuur
        • Artikel 170 van het decreet over het lokaal bestuur
        Argumentatie

        De volgende omschrijving van 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' wordt door het college aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd:

        Onder dagelijks personeelsbeheer wordt verstaan: 

        §1. Individueel personeelsbeheer: verloven e.d.

        • Beslissing over de individuele verlofaanvragen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald in de rechtspositieregeling
        • Beslissing over verlof voor opdracht
        • Beslissing over specifieke stelsels van loopbaanonderbreking en andere tijdelijke loopbaanonderbrekingen en thematische verloven
        • Beslissing over aanvraag zorgkrediet
        • Beslissing over dienstvrijstellingen
        • Beslissing over het aantal vakantiedagen (bv. bij indiensttreding)
        • Vastlegging van één of meerdere collectieve vakantiedagen
        • Organisatie van de ziektecontrole, uitgeoefend door het geneeskundig controleorgaan dat is aangeduid door het bestuur
        • Beslissing over de niet-erkenning van een afwezigheid als ziekteverlof
        • Bepaling van het jaarlijkse ziektekrediet
        • Beslissing over het deeltijds opnieuw opnemen van de functie door het statutaire personeelslid, na een afwezigheid wegens ziekte of ongeval.

        §2. Individueel personeelsbeheer: salaris e.d.

        • De vaststelling van het individuele jaarsalaris van het personeelslid, met inbegrip van de overname van anciënniteit en de beslissing over het aantal jaren relevante beroepservaring in de privésector, in het onderwijs of als zelfstandige, weliswaar binnen de grenzen inzake meerekenbaarheid van anciënniteit die het college in de RPR gesteld hebben.
        • Beslissing over het doorschuiven in de functionele loopbaan
        • Vaststelling van de toelage voor het waarnemen van een hogere functie (statutair personeelslid) en van de salarisschaal verbonden aan de hogere functie
        • Goedkeuring van aanvragen van personeelsleden voor toelagen en vergoedingen

        §3. Individueel personeelsbeheer: vorming e.d.

        • Voorbereiden van het vormingsrecht en de vormingsplicht op basis van de vastgestelde vormingsbehoeften. Goedkeuring van de wijze van verplaatsing, goedkeuring van de gemaakte kosten en toekenning van een dienstvrijstelling

        §4. Individueel personeelsbeheer: prestaties e.d.

        • Inzet van personeel op een andere standplaats, binnen de bestaande arbeidsovereenkomst
        • Opdracht tot permanentieplicht
        • Goedkeuring van het uurrooster van personeelsleden
        • Het verlenen van toestemming om het werk te hervatten na een periode van ongerechtvaardigde afwezigheid

        §5. Individueel personeelsbeheer: opvolging, feedback en evaluatie van het personeelslid en de organisatie ervan (overeenkomstig de RPR) (met uitzondering van de decretale graden), zoals:

        • Interne organisatie van de opvolging, feedback en evaluatie
        • Het nemen van passende maatregelen met het oog op het verbeteren van de wijze waarop het personeelslid functioneert
        • Aanwijzen van de evaluatoren
        • Individuele opvolging van de opvolging, feedback en evaluatie
        • Beslissen over het gevolg van de evaluatie (met uitzondering van het ontslag wegens beroepsongeschiktheid)
        • Formuleren van een gemotiveerd voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid op basis van het evaluatieverslag van de tussentijdse evaluatie
        • Doorgeven aan de beroepsinstantie van een beroep tegen de evaluatie met een ongunstig evaluatieresultaat, ingediend door het personeelslid
        • Beslissen over de bevestiging of de aanpassing van de evaluatie en van het evaluatieresultaat na gemotiveerd advies van de beroepsinstantie
        • In het kader van het evaluatiesysteem van het onderwijzend personeel: eerste evaluator van de schooldirecteurs en tweede evaluator voor de wervingsambten

        §6. Collectief personeelsbeheer

        • Vastleggen van vakantieperiodes binnen de bepalingen van het arbeidsreglement en de rechtspositieregeling
        • Het toestaan van een uitzondering op de algemene regeling inzake dienstverzekering
        • Het opstellen van dienstnota’s
        • Het opstellen van aanvraagformulieren voor allerlei aanvragen (zoals vorming, toelagen, …)
        • Interne communicatie over personeelsaangelegenheden

        §7. Verhoudingen met de vakorganisaties

        • Het voor kennisneming viseren van de berichten van de vakorganisaties die in de lokalen van de diensten van het personeel waarvan zij de beroepsbelangen behartigen worden aangeplakt (Koninklijk Besluit tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel)
        • Aanduiding van de plaatsen waar berichten kunnen worden aangeplakt
        • Het bepalen bij onderlinge overeenkomst met de betrokken representatieve vakorganisaties van de plaats, dagen en uren van de vergaderingen die zij beleggen in de lokalen van de administratie

        §8. Deontologie

        • Controle op de naleving van de deontologische code van personeelsleden

        §9. Andere

        • Vaststelling van de functiebeschrijving, met uitzondering van de functiebeschrijving van de Algemeen Directeur en de Financieel Directeur
        • Aanduiden van een waarnemer van een hogere functie 
        • Toestemming dienstreizen en beslissing over het meest verantwoorde vervoermiddel
        • Controle op de naleving van het arbeidsreglement en van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel
        • Toewijzen van onbezoldigde vrijwilligers en stagiairs (school- en werkstages) aan diensten

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor bestuur en beleid.

        Verwijzingsdocumenten

        Beslissing CBS 15 november 2019

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad omschrijft 'het begrip dagelijks personeelsbeheer' als volgt:

        Onder dagelijks personeelsbeheer wordt verstaan: 

        §1. Individueel personeelsbeheer: verloven e.d.

        • Beslissing over de individuele verlofaanvragen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald in de rechtspositieregeling
        • Beslissing over verlof voor opdracht
        • Beslissing over specifieke stelsels van loopbaanonderbreking en andere tijdelijke loopbaanonderbrekingen en thematische verloven
        • Beslissing over aanvraag zorgkrediet
        • Beslissing over dienstvrijstellingen
        • Beslissing over het aantal vakantiedagen (bv. bij indiensttreding)
        • Vastlegging van één of meerdere collectieve vakantiedagen
        • Organisatie van de ziektecontrole, uitgeoefend door het geneeskundig controleorgaan dat is aangeduid door het bestuur
        • Beslissing over de niet-erkenning van een afwezigheid als ziekteverlof
        • Bepaling van het jaarlijkse ziektekrediet
        • Beslissing over het deeltijds opnieuw opnemen van de functie door het statutaire personeelslid, na een afwezigheid wegens ziekte of ongeval.

        §2. Individueel personeelsbeheer: salaris e.d.

        • De vaststelling van het individuele jaarsalaris van het personeelslid, met inbegrip van de overname van anciënniteit en de beslissing over het aantal jaren relevante beroepservaring in de privésector, in het onderwijs of als zelfstandige, weliswaar binnen de grenzen inzake meerekenbaarheid van anciënniteit die het college in de RPR gesteld hebben.
        • Beslissing over het doorschuiven in de functionele loopbaan
        • Vaststelling van de toelage voor het waarnemen van een hogere functie (statutair personeelslid) en van de salarisschaal verbonden aan de hogere functie
        • Goedkeuring van aanvragen van personeelsleden voor toelagen en vergoedingen

        §3. Individueel personeelsbeheer: vorming e.d.

        • Voorbereiden van het vormingsrecht en de vormingsplicht op basis van de vastgestelde vormingsbehoeften. Goedkeuring van de wijze van verplaatsing, goedkeuring van de gemaakte kosten en toekenning van een dienstvrijstelling

        §4. Individueel personeelsbeheer: prestaties e.d.

        • Inzet van personeel op een andere standplaats, binnen de bestaande arbeidsovereenkomst
        • Opdracht tot permanentieplicht
        • Goedkeuring van het uurrooster van personeelsleden
        • Het verlenen van toestemming om het werk te hervatten na een periode van ongerechtvaardigde afwezigheid

        §5. Individueel personeelsbeheer: opvolging, feedback en evaluatie van het personeelslid en de organisatie ervan (overeenkomstig de RPR) (met uitzondering van de decretale graden), zoals:

        • Interne organisatie van de opvolging, feedback en evaluatie
        • Het nemen van passende maatregelen met het oog op het verbeteren van de wijze waarop het personeelslid functioneert
        • Aanwijzen van de evaluatoren
        • Individuele opvolging van de opvolging, feedback en evaluatie
        • Beslissen over het gevolg van de evaluatie (met uitzondering van het ontslag wegens beroepsongeschiktheid)
        • Formuleren van een gemotiveerd voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid op basis van het evaluatieverslag van de tussentijdse evaluatie
        • Doorgeven aan de beroepsinstantie van een beroep tegen de evaluatie met een ongunstig evaluatieresultaat, ingediend door het personeelslid
        • Beslissen over de bevestiging of de aanpassing van de evaluatie en van het evaluatieresultaat na gemotiveerd advies van de beroepsinstantie
        • In het kader van het evaluatiesysteem van het onderwijzend personeel: eerste evaluator van de schooldirecteurs en tweede evaluator voor de wervingsambten

        §6. Collectief personeelsbeheer

        • Vastleggen van vakantieperiodes binnen de bepalingen van het arbeidsreglement en de rechtspositieregeling
        • Het toestaan van een uitzondering op de algemene regeling inzake dienstverzekering
        • Het opstellen van dienstnota’s
        • Het opstellen van aanvraagformulieren voor allerlei aanvragen (zoals vorming, toelagen, …)
        • Interne communicatie over personeelsaangelegenheden

        §7. Verhoudingen met de vakorganisaties

        • Het voor kennisneming viseren van de berichten van de vakorganisaties die in de lokalen van de diensten van het personeel waarvan zij de beroepsbelangen behartigen worden aangeplakt (Koninklijk Besluit tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel)
        • Aanduiding van de plaatsen waar berichten kunnen worden aangeplakt
        • Het bepalen bij onderlinge overeenkomst met de betrokken representatieve vakorganisaties van de plaats, dagen en uren van de vergaderingen die zij beleggen in de lokalen van de administratie

        §8. Deontologie

        • Controle op de naleving van de deontologische code van personeelsleden

        §9. Andere

        • Vaststelling van de functiebeschrijving, met uitzondering van de functiebeschrijving van de Algemeen Directeur en de Financieel Directeur
        • Aanduiden van een tijdelijke waarnemer van een hogere functie
        • Toestemming dienstreizen en beslissing over het meest verantwoorde vervoermiddel
        • Controle op de naleving van het arbeidsreglement en van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel
        • Toewijzen van onbezoldigde vrijwilligers en stagiairs (school- en werkstages) aan diensten

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

      • Dagelijks bestuur - kennisname delegatie aan de algemeen directeur voor bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen en delegatie dagelijks personeelsbeheer

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        In de gemeenteraadszitting van 19 december 2019 werden het begrip 'dagelijks bestuur' en het begrip 'dagelijks personeelsbeheer' vastgesteld.  
        Daarnaast werd door het college beslist om te werken met budgethouderschap. Het decreet lokaal bestuur bevat geen regels over het budgethouderschap, de daaraan verbonden bevoegdheden en de mogelijkheid tot delegatie ervan. Elk bestuur moet zelf een regeling op maat uitwerken.

        Met de nieuwe legislatuur werd aan het college een actualisatie voorgelegd.

        Het college van burgemeester en schepenen heeft in de zitting van 26 september 2025 beslist om delegatie te verlenen voor de bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen binnen een voorgelegd kader. Het college van burgemeester en schepenen stelde de algemeen directeur aan als budgethouder. De algemeen directeur kan deze bevoegdheid verder delegeren aan de personeelsleden. 

        Het college delegeerde ook in het kader van dagelijks personeelsbeheer een aantal bijkomende taken aan de algemeen directeur.

        Deze beslissing wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Regelgeving

        Decreet over het lokaal bestuur

        Argumentatie

        Overeenkomstig artikel 41, 8° van het decreet over het lokaal bestuur kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad besliste in de zitting van 18 december 2025 wat moet worden verstaan onder 'dagelijks bestuur':  

        • alle uitgaven waarvoor kredieten op het exploitatie- en liquiditeitenbudget zijn ingeschreven;
        • alle uitgaven van minder dan € 30.000,00 (excl. btw) waarvoor kredieten op het investeringsbudget zijn ingeschreven.

        De  gemeenteraad bepaalt dat het college – voor wat betreft de overheidsopdrachten waarvoor de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden heeft vastgesteld – tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht (niet-wezenlijke) wijzigingen kan aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen geen meeruitgave met zich meebrengen van meer dan 10 procent van de totale waarde van de opdracht (zijnde het gunningsbedrag met daarbij ook de meeruitgaven ingevolge eventuele eerdere wijzigingen).
        De gemeenteraad beslist om alle verrichtingen van dagelijks bestuur waarvan het bedrag niet hoger is dan € 10.000,00 (excl. btw) uit te sluiten van de visumverplichting. Voor overeenkomsten die meerdere jaren beslaan wordt dit bedrag vastgesteld op basis van de kostprijs van de overeenkomst over een periode van maximaal vijf jaar.

        Binnen de grenzen van dagelijks bestuur kan het college van burgemeester en schepenen beslissingen delegeren. In dat kader werd beslist om te werken met budgethouderschap.

        Met het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 is er geen sprake meer van budgethouderschap maar de term is algemeen gekend en dus zal de term verder worden gehanteerd.  

        Budgethouderschap houdt in dat een personeelslid zelf zijn toegewezen budget mag beheren en dit binnen de marge zoals afgesproken. De budgethouder moet zijn budget beheren als een goede huisvader. 

        Procedure: Het college stelde de algemeen directeur aan als budgethouder. De algemeen directeur kan deze bevoegdheid verder delegeren aan de personeelsleden. 

        Aan de algemeen directeur wordt gedelegeerd:

        • de bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen tot een bedrag van € 5.000,00 (excl. btw) en bijkomend voor meerwerken bij investeringen tot € 10.000,00 (excl. btw). De algemeen directeur kan deze bevoegdheid verder delegeren naar de personeelsleden.

        Overeenkomstig artikel 57 tweede lid van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt de gemeenteraad bij reglement wat onder het begrip 'dagelijks personeelsbeheer' valt. Dagelijks personeelsbeheer omschrijft de bevoegdheden die de algemeen directeur als hoofd van het personeel kan uitoefenen onder de voorwaarden en binnen de modaliteiten bepaald door de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement.

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 18 december het begrip dagelijks personeelsbeheer vastgelegd. Het college delegeerde met beslissing in de zitting van 26 september 2025 ook in het kader van dagelijks personeelsbeheer een aantal bijkomende taken aan de algemeen directeur (nl. aanstelling van jobstudenten, monitoren, animatoren en lesgevers en de aanstelling van contractuele medewerkers voor een maximumperiode van 6 maanden).

        Deze beslissing wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

        Verwijzingsdocumenten

        Werkwijze toepassing budgethouderschap

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: Er wordt kennis genomen van de beslissing van het college van 26 september 2025 waarbij aan de algemeen directeur, de bestelling en betaling van diensten, leveringen en goederen tot een maximumbedrag van € 5.000,00 (excl. BTW) en bijkomend voor meerwerken bij investeringen tot € 10.000,00 (excl. BTW) wordt gedelegeerd en desgevallend de tijdige en correcte uitgaande facturatie, evenals van de delegatie van enkele bijkomende taken in het kader van het dagelijks personeelsbeheer. De algemeen directeur werd aangesteld als budgethouder, volgens de principes en werkwijze toegepast in het document dat als dossierstuk toegevoegd is bij het besluit van het college van burgemeester en schepenen en er integraal deel van uitmaakt.
        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

    • Juridische zaken

      • Premiereglement inbraakbeveiliging woningen 2026 - 2031

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Het huidig premiereglement inbraakbeveiliging woningen is geldig van 1 januari 2020 tot 31 december 2025. Een nieuw reglement dringt zich op wil de gemeente de premie ook voor de jaren 2026-2031 uitbetalen ter stimulatie van inbraakpreventie van woningen. Inhoudelijk verandert er niets. Dat betekent dat de onderstaande bepalingen, zoals overeengekomen tijdens het politiecollege van 26 augustus 2019, nog altijd van toepassing zijn - en dit voor de ganse politiezone:

        • De premie bedraagt 25% met een maximum van € 300,00 per woning.
        • Enkel particuliere woningen komen in aanmerking - losstaande gebouwen, garages, beroepslokalen komen niet in aanmerking.
        • Zonder voorafgaandelijk diefstalpreventieadvies kan geen premie aangevraagd worden.
        • Elektronische alarmsystemen en/of camerabewaking zijn uitgesloten.
        • Enkel facturen komen in aanmerking - aankoopbonnetjes worden niet aanvaard.
        Argumentatie

        De gemeente Beernem treft samen met de politie verschillende maatregelen om inbraken tegen te gaan. Het is echter aangewezen dat ook inwoners hun woning goed beveiligen tegen inbraken. Via het toekennen van een premie als tussenkomst in de kosten bij aankoop en/of installatie van beveiliging wil de gemeente haar inwoners aanzetten tot investering in dergelijke beveiliging.

        Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor veiligheid.

        Verwijzingsdocumenten

        Besluit politiecollege van 26 augustus 2019 tot goedkeuring van het uniform reglement

        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadslid Lode Vanneste beantwoord door Burgemeester Jos Sypré.

        Raadslid Lode Vanneste dient namens de N-VA -fractie volgend amendement in bij het agendapunt: 

        De gemeenteraad,

        Gelet op het ontwerp van het premiereglement inbraakbeveiliging woningen 2026–2031;

        Overwegende dat ook beroepslokalen en panden waarin een handels- of beroepsactiviteit wordt uitgeoefend het risico lopen het slachtoffer te worden van inbraak;

        Overwegende dat het nemen van preventieve beveiligingsmaatregelen bij beroepslokalen bijdraagt tot de algemene veiligheid, leefbaarheid en economische dynamiek binnen de gemeente;

        Overwegende dat het wenselijk is om ook zelfstandigen en vrije beroepen aan te moedigen te investeren in mechanische inbraakpreventie, zonder hierbij een subsidiereglement voor ondernemingen of rechtspersonen te creëren;

        Beslist het ontwerp van reglement als volgt te amenderen:

        Artikelsgewijze wijzigingen

        Artikel 3

        Artikel 3 van het reglement wordt aangevuld met een bijkomend lid, luidende:

        “In afwijking van het voorgaande is dit reglement eveneens van toepassing op beroepslokalen.

        Met beroepslokalen worden panden bedoeld waar een handels- of beroepsactiviteit wordt uitgeoefend en die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Beernem.

        De overige bepalingen van dit reglement, met inbegrip van het voorafgaand verplicht diefstalpreventieadvies, de uitgesloten beveiligingsmaatregelen en de maximale premiebedragen, blijven onverkort van toepassing.” 

        Artikel 4

        Artikel 4 van het reglement wordt aangevuld met een bijkomend lid, luidende:

        “Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een beroepslokaal, kan de premie uitsluitend worden aangevraagd door een natuurlijk persoon die:

        • eigenaar is van het pand waarin het beroepslokaal is gevestigd, of
        • huurder is van het beroepslokaal en het pand zelf gebruikt voor de uitoefening van een handels- of beroepsactiviteit.

        Ondernemingen, vzw’s en feitelijke verenigingen komen niet in aanmerking als aanvrager.”

        Het amendement wordt na bespreking van het amendement ingetrokken door de N-VA fractie. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt hiernavolgend premiereglement inbraakbeveiliging woningen 2026-2031 vast:

        Artikel 1: Voor een termijn van zes jaar, ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, kan het college van burgemeester en schepenen een premie toekennen aan de aanvrager binnen de perken van de beschikbare kredieten voor de installatie van mechanische maatregelen met als doel een betere beveiliging van de particuliere woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente.
        Artikel 2: De premie bedraagt 25% van de aankoop en/of installatiekosten met een maximum van € 300,00 per woning.
        De premie kan enkel bekomen worden mits voorafgaand diefstalpreventieadvies uitgevoerd door de diefstalpreventieadviseur erkend door de FOD Binnenlandse Zaken en aangeduid door de politiezone Het Houtsche.
        Artikel 3: Met particuliere woningen wordt in dit reglement bedoeld: een huis of een appartement gelegen op het grondgebied van de gemeente bestemd voor bewoning en waar geen handelsactiviteiten worden uitgeoefend.
        Voor een pand waarin zowel een particuliere woning als een beroepslokaal zijn gevestigd, kan slecht een premie worden aangevraagd als de tussendeur tussen het woongedeelte en het beroepslokaal wordt beveiligd volgens de voorwaarden van de diefstalpreventieadviseur. 
        Maatregelen ter beveiliging van garages en/of bijgebouwen, worden enkel mee in aanmerking genomen voor een premie als de garage en/of het bijgebouw is aangebouwd en er een directe toegangsdeur is tussen de garage/het bijgebouw en de woning.
        De woning moet op de dag van de aanvraag minstens vijf jaar oud zijn volgens de kadastrale gegevens.
        Er kan slechts één premie per woning en per tien jaar worden toegekend uitgezonderd als de woning verandert van eigenaar.
        Artikel 4: De premie wordt toegekend en uitbetaald aan de aanvrager.
        De aanvrager is een natuurlijk persoon die:
        - Ofwel de huurder van de woning is en die er zijn domicilie heeft
        - Ofwel de eigenaar van de woning is.
        De aanvrager kan geen onderneming, vzw of feitelijke vereniging zijn.
        Artikel 5: De aanvrager vraagt vooraf een gratis en vrijblijvend diefstalpreventieadvies aan via het online aanvraagformulier op www.hethoutsche.be. Men kan ook een papieren aanvraagformulier opvragen bij politiezone Het Houtsche, Siemenslaan 6, 8020 Oostkamp.
        Na de ontvangst van de aanvraag maakt een diefstalpreventieadviseur een afspraak met de aanvrager voor een screening van de woning naar veiligheid toe.
        De diefstalpreventieadviseur maakt een diefstalpreventieadvies op over de te nemen maatregelen om in aanmerking te komen voor een premie. 
        De premie wordt niet toegekend voor de aankoop en/of installatie van elektronische alarmsystemen en/of camerabewaking.
        Bepaalde andere elektronische beveiligingssystemen ter beveiliging van gevelopeningen zoals elektrische sloten, toegangscontrolesystemen en motorisatie van garagepoorten kunnen wel in aanmerking komen.
        De aanvrager krijgt twee jaar de tijd vanaf de datum van het diefstalpreventieadvies om de aanbevolen beveiligingswerken uit te voeren. Van zodra de werken zijn uitgevoerd en de aanvrager over de nodige facturen/aankoopbewijzen beschikt om de gemaakte kosten te bewijzen, neemt de aanvrager contact op met de politie voor een controlebezoek.
        Na het controlebezoek van de diefstalpreventieadviseur maakt hij een verslag op van de uitgevoerde maatregelen die in aanmerking komen voor een premie.
        Het diefstalpreventieadvies en het verslag van de uitgevoerde maatregelen worden overgemaakt aan het gemeentebestuur, samen met de nodige facturen of aankoopbewijzen en het rekeningnummer waarop de premie mag worden uitbetaald. 
        Het gemeentebestuur betaalt enkel een premie uit op basis van facturen die vallen binnen een termijn van 2 jaar na de datum van het diefstalpreventieadvies en die op het ogenblik van de aanvraag tot terugbetaling maximum 6 maanden oud zijn.
        De kostprijs van de beveiligingsmaatregelen moet duidelijk blijken uit een gedetailleerde factuur.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Personeelszaken

      • Personeel - fietslease - aansluiting bij raamovereenkomst provincie West-Vlaanderen

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Lokale besturen kunnen sinds de goedkeuring van het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 12 maart 2021 (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14 april 2021), fietslease aanbieden aan hun medewerkers. In de meerjarenplanning 2026-2031 wordt voorzien dat medewerkers van gemeente en OCMW Beernem en onderwijzend personeel van de gemeenteschool de mogelijkheid krijgen om een fiets te leasen.

        Feiten en voorgeschiedenis

        Lokale besturen kunnen fietslease aanbieden aan hun medewerkers. Het aanbieden van fietslease gebeurt op vrijwillige basis:

        • Het lokaal bestuur (de werkgever) beslist vrijwillig over het al dan niet aanbieden van fietslease én over de voordelen die kunnen worden ingeruild;
        • Het individueel personeelslid (de werknemer) beslist vrijwillig om al dan niet bestaande voordelen om te zetten naar fietslease én welke voordelen ingeruild worden.

        Het principe van fietslease moet nog ingeschreven worden in de rechtspositieregeling en uitgewerkt worden in een reglement fietslease.

        Regelgeving
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021
        • Afdeling 2, artikel 32 van het Besluit van de Vlaams Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen.
        • Artikel 41, 10° van het decreet over het lokaal bestuur.
        • De wet d.d. 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid 47.
        Argumentatie

        Het bestuur voldoet aan de voorwaarden om in te stappen in het raamcontract m.n. entiteit en rechtspersonen binnen West-Vlaanderen (toepassingsgebied) zoals de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de scholen van het officieel onderwijs georganiseerde door gemeenten gesitueerd in West-Vlaanderen.

        Om vlug van start te kunnen gaan met het aanbieden van fietslease is het opportuun om in te stappen in de nieuwe raamcontract van de provincie West-Vlaanderen.
        Ze werkten ook een reglement fietslease uit dat alle juridische en praktische modaliteiten bevat om van start te gaan met fietslease. Mits enkele aanpassingen aan onze lokale werking/visie, is dit reglement klaar om voor te leggen aan het bestuur en te onderhandelen in het BOC.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor personeelszaken.

        Verwijzingsdocumenten
        • Bestek aankoopcentrale provincie West-Vlaanderen
        • Uittreksel uit de notulen van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 3 juli 2025 betreffende de gunning raamcontract voor fietslease.
        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadsleden Lode Vanneste beantwoord door burgemeester Jos Sypré.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad gaat akkoord om vanaf 1 januari 2026 aan te sluiten bij de opdracht 'fietslease' via de raamovereenkomst van de provincie West-Vlaanderen.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Groen

      • Aanleg parking Kerkstraat Sint-Joris

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Voor Vrije Basisschool Sint-Joris, Kerkstraat 9 werd tijdens een verbouwing een nieuwe turnzaal gebouwd waarbij bijkomende noodzakelijke parkeerplaatsen moeten voorzien worden. De parking wordt aangelegd zowel in functie van de school (tijdens de schooluren) als van de kerk, het kerkhof en de omgeving (buiten de schooluren). Er worden 10 parkeerplaatsen voorzien waarvan 1 parkeerplaats voorbehouden voor personen met een beperking.

        Bij de voorbespreking, in de zitting van 7 augustus 2020, heeft het college beslist om de parking als een openbare parking aan te leggen. In ruil hiervan geeft de eigenaar, Schoolgebouwen Decanaat Brugge-Zuid met maatschappelijke zetel Pastorieplein 1 te 8020 Oostkamp, de grond die nodig is voor de aanleg van de parking in erfpacht aan de gemeente. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 15 december 2022 werd de ontwerpakte voor het vestigen van een erfpacht - Kerkstraat 11, goedgekeurd.

        Er werd overeengekomen de parking aan te leggen nadat de bouwwerken van de school zijn uitgevoerd, zodoende gaat de erfpacht pas in op 1 januari 2025 en wordt die verleend voor een periode van 50 jaar.

        In aanloop van de einde van de werken aan de school (voorziene oplevering december 2025) werd de uitvoering van de parking voorbereid. De aanleg van de parking is een mooi werk die kan uitgevoerd worden door de eigen technische buitendienst.

        Het plan van de parking werd meegenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag van de school. De uitvoering is voorzien conform het vergunde plan.

        Het project aanleg parking Kerkstraat Sint-Joris wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Regelgeving
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
        • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
        • Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
        • Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van € 30.000,00 niet);
        • Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
        • Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
        • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
        Argumentatie

        Op vandaag liggen voor de kerk twee parkeerplaatsen waarvan 1 voor personen met een beperking. Door deze parkeerplaatsen te verplaatsen naar de nieuwe parking ontstaan er mogelijkheden om de ruimte voor de kerk anders in te richten. Daarbij is het ook een kans om te ontharden, extra groen te voorzien en ruimte te creëren waar water ter plaatse kan infiltreren. Er wordt voorgesteld te ontharden voor de zijbeuken van de kerk. De bestaande boom aan de kerkhofomheining blijft behouden en wordt op deze manier voorzien van meer groeiplaats aan de voet, geïntegreerd in het plantvak. Daarnaast worden twee grote oppervlaktes onthard en ingericht als groenzone waarin enkele bomen ruimte krijgen om te groeien (totaal oppervlakte ontharding: 80,50 m²).

        In de plantvakken zal een assortiment van vaste planten worden aangeplant. Robuust, klimaatbestendig en met voldoende afwisseling doorheen de seizoenen waardoor er het jaar rond iets te beleven valt voor zowel mens als fauna en flora.

        Er wordt een scheiding gemaakt tussen het plein en de parking doormiddel van een middelhoge haag (+/- 1,10 m) in kader van sociale controle. Ook tussen de parking en de achterliggende tuin van de school wordt een haag voorzien als afscheiding. De parking wordt van het schoolterrein afgesloten doormiddel van een draadafsluiting (geplaatst door de school). Op de parking zelf wordt de aanplant van 1 nieuwe boom voorzien in een groenzone.

        Er komt een toegang voor voetgangers naar het kerkhof vanaf het plein. De bestaande kerkhofpoort wordt verplaatst naar de parking. Zo is het kerkhof in geval dit nodig zou zijn ook bereikbaar met groter werkmateriaal.

        De materialisatie van het ontwerp bestaat uit het volgende:

        • Donkergrijze waterpasserende betonklinker 22x11x8 voor het gedeelte rijweg en parking mindervalide.
        • Grasbetondallen 60x40x10 voor de gewone parkeerplaatsen.
        • Gebouchardeerde grijze betonklinkers 22x22x8 voor het plein conform de bestaande klinkers van het voetpad en plein in de Kerkstraat. Het patroon van bestrating wordt aangehouden conform de aanleg van de Kerkstraat. Klinkers die worden opgebroken voor de ontharding worden hergebruikt binnen de heraanleg.

        De school legt een wadi aan in de tuinzone achter de parking. De wadi dient als waterinfiltratiezone voor de overloop van de regenwaterput van de nieuwbouw.

        Ondanks de parking wordt uitgevoerd in waterdoorlatende verhardingen wordt er één straatkolk voorzien om bij extreme regelval het water af te leiden. De straatkolk zal aangesloten worden op de wadi gelegen in de tuinzone van de school.

        Het onderhoud van de parking (zone erfpacht), de nieuwe hagen en groenzones is ten laste van de gemeente. Het onderhoud van de wadi is ten laste van de school (valt buiten de zone erfpacht of openbaar domein).

        Aan de twee grote groenzones worden telkens twee zitbanken geplaatst. Er komen 5 fietsnietjes (plaats voor 10 fietsen) op het plein aan de kant van de parking om fietsverplaatsing bij extern gebruik van de zaal te stimuleren. Het plein aan de parking is een extra publieke ruimte die als wachtruimte en ontmoetingsplaats dient voor activiteiten die plaatsvinden in de school, de zaal, de kerk/het kerkhof.

        In geval van een uitvaartdienst kan de lijkwagen steeds parallel aan de rijweg parkeren, zoals dat ook in huidige situaties gebeurt.

        Er staat één openbare verlichtingspaal en drie elektriciteitskasten aan de oude scheidingsmuur. Deze moeten verplaatst worden in kader van de toegang tot de parking. Fluvius maakte hiervoor offertes op. Voorstel is deze te verplaatsen naar de hoek van het schoolgebouw. De offertes worden ter goedkeuring voorgelegd.

        Er werd gevraagd aan CM en ACV om de brievenbussen die aan de oude scheidingsmuur hangen te verwijderen en een nieuwe locatie te zoeken gezien de muur gesloopt wordt. 

        De start van de werken is voorzien in januari 2026. Hiermee wordt rekening gehouden in de planning van de technische buitendienst. Het is eveneens de bedoeling om bij de afwerking van het werk ook de hagen, bomen en vaste planten aan te planten voor het einde van het plantseizoen voorjaar 2026. De duur van de werken wordt geschat op 4 à 6 weken. 

        Het totaalproject wordt geraamd op € 44.648,41, de uitgaven worden opgesplitst in twee investeringskredieten:

        De aanleg van de parking en met uitbreiding de ontharding en vergroening van de ruimte voor de Sint-Joriskerk, uitgevoerd door de eigen technische dienst wordt geraamd op € 25.532,08 (excl. btw) of € 30.893,82 (incl. btw) en wordt gefinancierd met het investeringsbudget 'voetpaden & woonstraten met artikelnummer 0200-00/2240007. Er is een budget voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 voor een bedrag van € 215.000,00 voor het dienstjaar 2026.

        Het verplaatsen van de openbare verlichting en drie elektriciteitskasten wordt volgens de offertes van Fluvius geraamd op € 13.754,59 en wordt gefinancierd met het investeringsbudget nutleidingen met artikelnummer 0670-00/2250007. Er is nog budget beschikbaar van € 273.020,00 voor het jaar 2025 in het meerjarenplan 2020-2025.

        Het ontwerpplan en de raming worden toegevoegd als bijlage.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor openbare werken.

        Verwijzingsdocumenten
        • Ontwerpplan parking Kerkstraat
        • Raming aanleg parking Kerkstraat
        • Offertes Fluvius
        Financiële impact

        Aanleg parking, groen en inrichting

        Dienst

         infrastructuur 

        Omschrijving

         aanleg parking Kerkstraat Sint-Joris 

        Raming (incl. btw)

         € 30.893,82 (incl. btw)

        Budgetcode

         0200-00/2240007 - voetpaden en woonstraten

        Beschikbaar krediet

         € 215.000,00 (voorzien meerjarenplan 2026-2031 - dienstjaar 2026) 

        Werken nutsleidingen

        Dienst

         infrastructuur 

        Omschrijving

         verplaatsen OV-paal en elektriciteitskasten

        Raming (incl. btw)

         € 13.754,59 (incl. btw)

        Budgetcode

         0670-00/225007 - nutsleidingen

        Beschikbaar krediet

         € 273.020,46 (beschikbaar meerjarenplan 2020-2025 - dienstjaar 2025) 

        Financieel advies: Er is nog een restbudget beschikbaar voor nutsleidingen in dienstjaar 2025 (meerjarenplan 2020-2025). Voor de benodigdheden voor aanleg parking is budget voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 (dienstjaar 2026).

        Visumnummer

         2025/091

        Datum visum

         25 november 2025

        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadslid Jan Vanassche beantwoord door schepenen Claudio Saelens en Vicky Verstringe. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: Het ontwerpplan voor de aanleg van de parking voor dubbelgebruik, de ontharding en vergroening van de ruimte voor de Sint-Joriskerk aangelegd door de eigen technische dienst wordt goedgekeurd. De uitgaven worden geraamd op € 30.893,82 (incl. btw). De technische dienst koopt hiervoor de nodige zaken aan via aanvaarde factuur of maakt gebruik van jaarlijkse prijsvragen (zand, beton, straatstenen, ...)

        Artikel 2: De offertes van Fluvius voor het verplaatsen van de OV-paal en elektriciteitskasten wordt goedgekeurd voor een bedrag van € 13.754,59 (incl. btw).

        Artikel 3: Er is nog een restbudget beschikbaar voor nutsleidingen in dienstjaar 2025 (meerjarenplan 2020-2025) op budgetartikel 0670-00/225007 van de buitengewone dienst. Voor de benodigdheden voor aanleg parking is budget voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 (dienstjaar 2026) op budgetartikel 0200-00/2240007 van de buitengewone dienst.

    • Mobiliteit, verkeer en openbaar vervoer

      • Trage weg Oostveld - Steenoven: definitieve vaststelling rooilijnplan

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        De inwoners van het gehucht Steenoven zijn sterk georiënteerd naar Oostveld voor het verenigingsleven, school, kerk, … Er is bij hen reeds een jarenlange vraag naar een rechtstreekse verbinding tussen Steenoven en Oostveld. De bestaande route via de Steenoven / Knesselarestraat / Tinhoutstraat is niet fietsveilig. De gemeente wenst voor de fietsers en voetgangers een veilige en aangename verbinding te creëren tussen Steenoven en Oostveld door middel van een trage weg. Een dergelijke directe en veilige verbinding stimuleert bovendien verplaatsingen te voet en met de fiets.

        Regelgeving
        • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
        • Het decreet houdende gemeentewegen van 3 mei 2019

          Bij beslissingen over de aanleg van gemeentewegen wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes vermeld in artikel 3 en 4 van het gemeentewegendecreet.

          Artikel 3. Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
          Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
          1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
          2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.

          Artikel 4.
           Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
          1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
          2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
          3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
          4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
          5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
        Argumentatie

        De gemeente Beernem wenst een veilige fiets- en wandelverbinding (trage weg) te voorzien die de verbinding maakt van Steenoven naar Oostveld gelegen op haar grondgebied. De gemeente heeft hiervoor een alternatievenonderzoek gedaan waar zij deze weg het beste kan realiseren.

        Om de trage verbinding juridisch te bestendigen is het noodzakelijk om een rooilijnplan op te maken tot aanleg van een nieuwe gemeenteweg conform artikel 16 tot en met 19 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019. Voor de vestiging van een nieuwe gemeenteweg werd een rooilijnplan opgemaakt door landmeter Vanden Bussche welke voldoet aan de bepalingen van artikel 16 van het decreet houdende de gemeentewegen. Het opgemaakte rooilijnplan wordt voorgelegd aan de gemeenteraad ter definitieve vaststelling zoals voorzien in artikel 17, §5 en §6 van het decreet houdende de gemeentewegen.

        Conform artikel 26 §2 van het decreet houdende de gemeentewegen wordt daarnaast voorzien in de verplichte verwerving van de bedding van de gemeenteweg. Daarom wordt aan dit rooilijnplan een onteigeningsplan gekoppeld ter realisatie van de gemeenteweg.

        Het voornemen tot het aanleggen van de gemeenteweg geeft uitvoering aan artikel 3 (doelstellingen) en aan artikel 4 (principes) van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 en werd aan deze artikels getoetst.

        Artikel 3 van het decreet houdende de gemeentewegen bepaalt het volgende:

        ‘Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

        Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

        1. de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

        2. de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.’

        De toetsing aan artikel 3 houdt in dat de voorgestelde maatregel beoogt om een trage verbinding te creëren tussen Steenoven en Oostveld. Op deze manier kunnen trage weggebruikers een veiligere en recreatievere verbinding maken en wordt het netwerk van trage wegen in Beernem versterkt.

        Daarenboven past de nieuwe verbinding ook binnen het ruimtelijk doordacht wegennet van de gemeente Beernem, daar zij voorziet in een duidelijk trage verbinding tussen het gehucht Steenoven en Oostveld.

        Artikel 4 van het decreet houdende de gemeentewegen bepaalt het volgende:

        Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:

        1. wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

        2. een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

        3. de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

        4. wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

        5. bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.’

        In het kader van artikel 4 van het decreet houdende de gemeentewegen, werd rekening gehouden met de vooropgestelde principes, en kan de aanleg als volgt worden gemotiveerd:

        1. Wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang:

        De aanleg van de nieuwe gemeenteweg dient het algemeen belang en meer bepaald om een veilige fiets- en wandelverbinding te creëren tussen Steenoven en Oostveld.

        De inwoners van het gehucht Steenoven zijn sterk georiënteerd naar Oostveld voor het verenigingsleven, school, kerk… De bestaande route via de Steenoven / Knesselarestraat / Tinhoutstraat is niet fietsveilig. De Knesselarestraat is een gewestweg (N337) welke geen gescheiden fiets en/of voetpad heeft. Fietsers en voetgangers die vanuit Steenoven naar Oostveld willen, moeten eerst de Knesselarestraat (een eerste keer) dwarsen. Vervolgens vervolgen ze hun weg via het smalle dubbelrichtingsfietspad dat aanliggend (!) is langs de druk bereden Knesselarestraat. Om in de Tinhoutstraat te geraken, moeten fietsers en wandelaars een tweede keer de Knesselarestraat dwarsen, dit keer via een kruispunt met 4 drukke takken (kruispunt Knesselarestraat – Tinhoutstraat - Schipperstraat). Oversteken als fietser is er niet evident. Wil men naar de parochiezaal of de school, dan moet men dus ook nog eens de Tinhoutstraat dwarsen. 

        In het kader van verkeersstromen, is het de veiligste oplossing om de zwakke weggebruikers, waar mogelijk, te scheiden van het drukke verkeer (autoverkeer, vrachtverkeer,…) en hen rustigere alternatieven te bieden.

        2. Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd:

        Aangezien het een aanleg van een nieuwe gemeenteweg betreft, wordt dit niet aanzien als een uitzonderingsmaatregel.

        Echter zal de aanleg van een nieuwe gemeenteweg gekaderd worden in de creatie van een goed ruimtelijk doordacht wegennet van de gemeente. Met de creatie van de nieuwe gemeenteweg wordt een verkeersveilige verbinding gecreëerd tussen Oostveld en Steenoven.

        Er is geen enkele trage verbinding (meer) tussen Steenoven en Oostveld. Dus momenteel kunnen we geen rustiger alternatief aanbieden voor fietsers en wandelaars, terwijl de gemeente verplaatsingen te voet en met de fiets juist wenst te stimuleren. Dit komt tot uiting in zowel het mobiliteitsplan, goedgekeurd in de gemeenteraad van 22 februari 2018, als het meerjarenplan 2020 - 2025. Ook in het participatietraject in de aanloop naar dit meerjarenplan kwam naar voor dat fietsen aangenamer en veiliger moet en dat dit kan via het (her)openen van bestaande 'kerkwegels'.

        Ooit was er een trage weg tussen Steenoven en Oostveld. Deze historische verbinding werd meer dan 60 jaar gebruikt tot die halfweg de jaren 80 voor een stuk werd ingenomen door de landbouwer-eigenaar waardoor die niet meer toegankelijk was.

        Er kwam hierop onmiddellijk enorm veel protest van de inwoners en van belangengroepen om dit gedeelte van de weg opnieuw open te stellen. Naar aanleiding van de blijvende vraag werd beslist tot de opmaak van een Trage Wegen Plan Oostveld. Dit plan werd goedgekeurd in zitting van 15 september 2016 waarbij de trage weg tussen Steenoven en Oostveld een A-label kreeg, namelijk op te nemen als deel van het basisnetwerk trage wegen. In dit Trage Wegen Plan Oostveld is bovendien beslist om binnen het kader van de uitbouw van een fijnmazig veilig wegennet voor de zachte weggebruiker, in het binnengebied tussen de  Knesselarestraat, de Tinhoutstraat en Ruweschuurstraat niet enkel een NW-ZO verbinding te creëren, maar ook een NO-ZW-verbinding. Het zou dus een enorme meerwaarde zijn mocht de nieuwe trage weg aansluiten op de Tinhoutstraat, die dan op haar beurt aansluiting kan maken op het Grote Routepad Tijl Uilenspiegel, wat dan weer een recreatieve meerwaarde heeft.

        Er zijn verschillende redenen waarom het gemeentebestuur een nieuwe trage weg wil realiseren tussen Steenoven en Oostveld (op vraag van de bewoners omwille van de veiligheid, uitbouw fijnmazig, veilig wegennet voor zachte weggebruikers, recreatief, cultuurhistorisch), waarvan de voornaamste reden de verkeersveiligheid is.

        Aangezien er geen enkele bestaande trage verbinding is tussen Steenoven en Oostveld, is de werkgroep trage wegen nagegaan welke mogelijke verbindingen er kunnen gelegd worden tussen Steenoven en Oostveld. Tijdens het daaropvolgende alternatievenonderzoek werden alle mogelijke verbindingen tussen Steenoven en Oostveld in kaart gebracht. Het alternatievenonderzoek is gevoegd in bijlage en maakt integraal deel uit van deze beslissing.

        3. De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen:

        De verbindingen die een huiskavel dwarsen worden omwille van financiële redenen en omwille van de impact op de bewoners na het alternatievenonderzoek niet weerhouden. Via de mogelijke verbindingen vanuit de Ruweschuurstraat zou een omweg gecreëerd worden van bijna 1,5 km met bovendien het dwarsen van een kruispunt (Ruweschuurstraat / Tinhoutstraat / Bruinbergstraat). Voor fietsers, en zeker voetgangers, is dergelijke omweg te ver. Daarom worden ook deze verbindingen niet weerhouden als mogelijke veilige trage verbinding tussen Steenoven en Oostveld.

        Na voornoemd alternatievenonderzoek blijkt de verbinding via de parochiezaal (optie A) de beste optie te zijn om volgende redenen:

        • De verbinding eindigt (of start) via de toegangsweg naar de parochiezaal, dé ontmoetingsplaats bij uitstek in Oostveld. Wil men de parochiezaal bereiken via de verbinding die eindigt tussen huisnummers 49 - 51, dan moet men eerst nog 2 x de Tinhoutstraat dwarsen en een 500-tal meter extra afleggen met de fiets of te voet.
        • Vanuit de verbinding via de parochiezaal kan gemakkelijk aansluiting gevonden worden met de Ruweschuurstraat in een latere fase. Voor de verbinding via huisnummers 49-51 vergt dit veel extra grondinname.
        • Bij voorkeur nemen we zoveel mogelijk bestaande weg in om de inname van landbouwgrond beperkt te houden. De verbinding via de parochiezaal verloopt 475 m langs bestaande wegen ten opzichte van 100 m via de verbinding 49-51.
        • Bij de verbinding via de parochiezaal moet 500 m² minder landbouwgrond aangekocht worden dan bij de verbinding 49-51. 

        4. Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief:

        De verbinding tussen Oostveld en Steenoven zal een positieve invloed hebben op het ruimtelijk doordacht wegennet van de gemeente Beernem. Er is geen gemeentegrensoverschrijdende context gezien de verbinding twee delen binnen het grondgebied van de gemeente Beernem met elkaar verbindt.

        5. Bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen:

        Het huidige project, is een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Door deze aanleg van de nieuwe gemeenteweg zal er een verbinding gecreëerd worden welke dienstig is voor zowel de huidige generatie als de toekomstige generatie, en dit zonder de verdere ontwikkeling van het gebied in het gedrang te brengen.

        Met andere woorden is de aanleg van de gemeenteweg, inclusief de geplande wegeniswerken, een toekomstgerichte handeling die het wegenbeleid van de gemeente Beernem ten goede komt en geen afbreuk doet aan toekomstige ontwikkelingen van het gebied. Er worden immers door de aanleg geen andere projecten (bouwprojecten of verbindingen) in het gedrang gebracht.

        Volgens het decreet stelt de gemeenteraad het rooilijnplan definitief vast. Dit rooilijnplan bevat tevens een berekening van de waardevermindering in het kader van artikel 28 van het decreet houdende de gemeentewegen en de onteigeningsvergoeding. Aangezien artikel 26 §2 van het decreet houdende de gemeentewegen de gemeente Beernem verplicht om tot verwerving van de wegbedding over te gaan zal de minwaardevergoeding worden verrekend bij een uiteindelijke aankoop en/of bij een onteigening (dit gelet op de planneutraliteit).

        De minwaardeberekening is door landmeter - expert Vanden Bussche als volgt gebeurd: De wijze van waardering is een berekening waarbij o.a. rekening wordt gehouden met de waardeverandering over het gehele getroffen perceel. Om deze waarde te bepalen, wordt ook gekeken naar de venale waarde die gebaseerd is op een combinatie van vergelijkende methode-analytische methode. Voor betrokken goederen worden relevante vergelijkingspunten aangebracht en onderzocht. De goederen worden hierbij afgewogen tegenover o.a. deze vergelijkingspunten. Naast de venale waarde wordt ook rekening gehouden met de gelijke behandeling van burgers voor de opgelegde openbare lasten in het kader van het algemeen belang en ermee rekening gehouden, de bestaande openbare en privatieve erfdienstbaarheden en de vigerende overheidsbesluiten over het grondgebruik. Ook wordt rekening gehouden met reeds bestaande doorgangen. Dit leidt er uiteindelijk toe om de waardeverandering te kennen voor en na de uitvoering van de nieuwe rooilijn. Het volledige verslag van de berekening van de minwaarde is als bijlage toegevoegd.

        De minwaardeberekening zal verrekend worden met de onteigeningsvergoeding.

        Openbaar onderzoek

        Het openbaar onderzoek liep van 9 oktober 2025 tot en met 7 november 2025.

        Er werden twee bezwaren ontvangen. Bezwaar 2 heeft grotendeels betrekking op de onteigeningsprocedure.

        Hieronder beantwoordt de gemeente de bezwaren welke volgens haar betrekking hebben op het rooilijnplan. De overige bezwaren zullen behandeld worden binnen de onteigeningsprocedure.

        Bezwaarschift 1 van 6 november 2025

        Bezwaarindieners menen dat het voorziene rooilijnplan verkeersonveilig is doordat bochten van 90 graden wordt gecreëerd voor trage weggebruikers.

        Bezwaarindieners vrezen aanrijdingen tussen ‘amateurveldrijders’ en andere weggebruikers.

        Tot slot stellen bezwaarindieners een alternatieve route voor om reden dat ‘2 ononverzichtelijke bochten worden vermeden’, wat volgens bezwaarindieners een veiligere situatie zou opleveren.

        De bezwaren van bezwaarindieners zijn feitelijk incorrect. Het voorliggende rooilijnplan creëert ter hoogte van woning Steenoven 16B geen bocht van 90 graden. Dit betreft immers een bestaand tracé waarop voorliggend rooilijnplan geen aanpassingen aan doorvoert.

        Daarenboven komt de nieuwe trage verbinding uit ter hoogte van Steenoven 17. De trage weg, en voorliggend rooilijnplan, takt hierbij aan op de bestaande gemeenteweg Steenoven.

        De fietsers en wandelaars dienen derhalve links af te slaan om hun weg verder te zetten. Als men rechts afslaat, bevindt zich verderop enkel een boerderij. Dit is derhalve een doodlopende weg welke enkel nog beperkt bestemmingsverkeer ontvangt.

        Op de plaats waar de trage weg uitkomt in de Steenoven, is er dus weinig (gemotoriseerd) verkeer aangezien die er op dit punt enkel (nog) gemotoriseerd verkeer is in functie van de verderopliggende boerderij. Voor de rest zijn er geen percelen meer aan de rechterkant van de trage weg.

        Tot slot dienen de weggebruikers de verkeersregels en voorrangsregels te volgen zoals zij gelden.

        Het voorstel tot alternatief van bezwaarindieners is een opportuniteitsbezwaar welke niet past binnen de toetsingsgronden zoals voorzien in het decreet houdende de gemeentewegen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De voorziene verbinding past immers binnen een goed ruimtelijk doordacht wegennet van de gemeente Beernem.

        Bezwaarschrift 2 van 7 november 2025

        Het bezwaarschrift gaat voornamelijk in op de onteigeningsprocedure.

        Als de gemeente dit als dusdanig mag begrijpen binnen de rooilijnprocedure, stellen bezwaarindieners dat de nieuwe weg eigendommen splitst.

        De stelling klopt echter niet. Er worden géén kadastrale percelen gesplitst, er is ook geen splitsing van feitelijk gebruik van percelen met het voorstel van nieuwe weg.

        Wel is het zo dat er percelen aan beide zijden van de trage weg liggen. Echter worden deze percelen heden reeds doorsneden door een bestaande gracht. De nieuwe weg komt op deze plaats langs de bestaande gracht te liggen. Door de aanwezigheid van deze gracht kunnen de percelen langs weerszijden nooit als  één geheel gebruikt worden. Verder is de voorziene weg ook verkeersveilig daar er een goede zichtbaarheid is. Een fietser en een landbouwvoertuig kunnen elkaar goed zien, en kunnen elkaar kruisen op de stukken waar dit nodig is.

        Wat betreft de verkeersveiligheid en de doelstelling van de aanleg van de nieuwe gemeenteweg dient benadrukt te worden dat het de bedoeling is van de gemeente Beernem om een verkeersveilige doorsteek te maken van Steenoven naar Oostveld en omgekeerd, waarbij drukke gemeentewegen en gewestweg N337 wordt vermeden.

        De gemeente Beernem heeft immers geen bevoegdheid voor het herinrichten van een gewestweg zodoende zij haar goede ruimtelijk doordacht wegennet dient in te richten middels de haar voorziene mogelijkheden. Het is immers de veiligste oplossing om de zwakke weggebruikers, waar mogelijk, te scheiden van het drukke verkeer (autoverkeer, vrachtverkeer,…) en hen rustigere alternatieven te bieden.

        Tot slot stellen bezwaarindieners dat artikel 3 van het decreet houdende de gemeentewegen spreekt over de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen. Bezwaarindieners stellen hier dat dit enkel zou gaan om bestaande trage wegen.

        Deze stelling van bezwaarindieners klopt niet. Artikel 3 van het decreet houdende de gemeentewegen is er op gericht om het volledige trage wegennetwerk van de gemeente te herwaarderen en beschermen, niet enkel de bestaande wegen.

        De parlementaire voorbereidingen bij dit artikel stellen daarom ook het volgende:

        Dit artikel geeft aan wat de basisdoelstellingen zijn van het beleid dat het Vlaamse Gewest en de gemeenten nastreven.

        De basisdoelstelling is de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren door middel van een geïntegreerd beleid op lokaal niveau. Bijzondere aandacht gaat naar het garanderen van de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit, onder meer door maatregelen te nemen voor de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen. Trage verbindingen zijn van belang voor een veilig functioneel en recreatief verkeer in de ruimtelijke structuur van een gemeente. Een netwerk van trage wegen draagt bij tot een aangename en veilige mobiliteit.

        Het is duidelijk dat dit decreet en de doelstellingen van dit decreet niet los gezien kunnen worden van de algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling van een gemeente. Het beleid is dan ook gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling, waarbij de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen worden”.

        De gemeente Beernem voert een geïntegreerd beleid op lokaal niveau tot uitbouw en beschermen van haar ruimtelijk doordacht wegennet.

        In deze is er duidelijk een behoefte om te voorzien in een veilige verbinding voor trage weggebruikers tussen Steenoven en Oostveld.

        Wat betreft de argumentatie van de bezwaarindieners dat er meer landbouwgrond zou worden ingenomen dan bij de andere alternatieven, dient verwezen te worden naar hetgeen hierboven werd uiteengezet bij de bespreking van artikel 4, 3° van het Decreet houdende de gemeentewegen.

        Bezwaarindieners menen een ‘perfect valabel alternatief’ voor te kunnen stellen. Maar dit werd uitvoerig behandeld bij het alternatievenonderzoek. Dit alternatievenonderzoek bracht echter naar voor dat het voorliggend tracé het meest aangewezen tracé is vanuit openbaar belang en verkeersveiligheid. Dergelijk voorstel tot ‘perfect valabel alternatief’ gaat ook in tegen de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Tot slot stellen de bezwaarindieners dat het openbaar onderzoek gebrekkig zou zijn verlopen, ten eerste omdat de bijlagen bij het alternatievenonderzoek niet raadpleegbaar zouden zijn geweest. De bezwaarindieners vergeten hierbij dat het alternatievenonderzoek, noch de bijlagen ervan, documenten zijn die verplicht aan een openbaar onderzoek dienen te worden onderworpen.

        Daarenboven beschikken de bezwaarindieners — indien zij dit wensen — nog steeds over de mogelijkheid om via de openbaarheid van bestuur deze documenten te raadplegen.

        Het openbaar onderzoek voldoet aan de vereisten gesteld door het Decreet houdende de gemeentewegen.

        De bezwaren worden niet weerhouden

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor mobiliteit.

        Verwijzingsdocumenten
        • Rooilijnplan
        • Alternatievenonderzoek met bijlagen
        • Minwaardeberekening 
        • Gemeenteraadsbesluit van 18 september 2025 tot voorlopige vaststelling van het rooilijnplan Oostveld - Steenoven
        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: Het gemeentelijk rooilijnplan 'Steenoven-Tinhoutstraat', opgemaakt door landmeter Vanden Bussche, wordt definitief vastgesteld.

        Artikel 2: Akkoord te gaan met de voorgestelde minwaarde zoals bepaald door de landmeter-expert Vanden Bussche. 

        Artikel 3: Gelast het college van burgemeester en schepenen om uitvoering te geven aan het rooilijnplan, alsook tot publicatie op de gemeentelijke website, aanplakking bij het gemeentehuis, aanplakking ter plaatse.

        Artikel 4: Als de gemeente cf. artikel 19 van het decreet houdende de gemeentewegen niet binnen een termijn van dertig dagen op de hoogte is gebracht van een georganiseerd administratief beroep als vermeld in artikel 24 van dat zelfde decreet, wordt opdracht gegeven aan het college van burgemeester en schepenen om het besluit tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan bij uittreksel bekend te maken in het Belgisch Staatsblad en te publiceren op de gemeentelijke website.

        Artikel 5: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • wonen en huisvesting

      • Reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Vanuit de stuurgroep van De Woonwinkel werd aangedrongen op een uniformisering van de gemeentelijke reglementering rond vaststelling en registratie van leegstaande en verwaarloosde woningen en gebouwen. Het nieuwe reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Feiten en voorgeschiedenis

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        De gemeente Beernem maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid De Woonwinkel. Het activiteitenpakket van dit project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

        Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

        De registratie van leegstaande woningen en gebouwen wordt geregeld in dit reglement.

        Regelgeving
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 - 2.14
        • Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14
        Argumentatie

        Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren:

        • Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
        • Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
        • Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
        • Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
        • Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.
        • Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
        • Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij tot de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

        In het reglement worden de belangrijkste decretale definities overgenomen omwille van de leesbaarheid en begrijpbaarheid. 

        In het reglement wordt de procedure van registratie van leegstaande woningen in het leegstandsregister opgenomen. 

        De houder van een zakelijk recht kan een schrapping uit het register aanvragen zodra:

        • Het pand gesloopt is.
        • Het gebouw voor meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte volgens de functie in gebruik is en dit gedurende minstens 6 opeenvolgende maanden.
        • De woning effectief en niet-occasioneel gebruikt wordt en dit gedurende minstens 6 opeenvolgende maanden.
        Aan de gemeenteraad wordt het reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen ter goedkeuring voorgelegd.
         
        Mondelinge toelichting wordt gegeven door schepen Vicky Verstringe, bevoegd voor wonen en huisvesting.
        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen als volgt vast:

        Reglement registratie van leegstaande woningen en gebouwen

        Artikel 1: Begrippen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de definities van artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen

        3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende manieren waarop wordt  betekend:

        a) een aangetekend schrijven

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

        4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        5° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        6° leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden, zoals vermeld in artikel 2.10 §1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
        De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
        Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        7° leegstaande woning: Een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte, zoals vermeld in artikel 2.10 §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd als dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie, zoals vermeld in artikel 2.10 §3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen.

        11° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Artikel 2: Leegstandsregister

        §1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

        1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

        2° een lijst “leegstaande woningen”.

        Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan niet opgenomen worden in het leegstandsregister.

        §2. In het leegstandsregister worden  de volgende gegevens opgenomen:

        1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht;

        4° het nummer en de datum van de administratieve akte,

        5° de indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

        Artikel 3: Registratie van leegstand

        §1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2. Deze personeelsleden beoordelen de leegstand op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
        • het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
        • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
        • een dichtgemaakte of volle brievenbus gedurende lange tijd
        • een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving (lang gras, onverzorgd, ….)
        • rolluiken die langdurig neergelaten zijn
        • het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
        • de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
        • dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd)
        • vernielingen aan of in de woning of aan de omgeving van de woning
        • ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk
        • de water- of winddichtheid van het gebouw of de woning is niet gewaarborgd:
          • zware infiltraties via het dak of de gevel
          • belangrijke glasbreuk op 1 of meerdere plaatsen
          • het niet kunnen afsluiten van buitenschrijnwerk
          • onafgewerkte ruwbouw
          • gedeeltelijke vernieling of sloop van de woning of het gebouw
        • de woning is niet bemeubeld (visueel vastgesteld)
        • een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
        • een aanvraag tot het bekomen van een verminderd kadastraal inkomen omwille van leegstand of niet-productiviteit
        • getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent…
        • indicaties dat de woning voor andere functies dan de woonfunctie wordt gebruikt
        • indicaties dat het gebouw niet volgens zijn functie wordt gebruikt

        Deze lijst is niet limitatief.

        §3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij 1 of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd wordt. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

        Artikel 4: Kennisgeving van registratie

        De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

        • de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag.
        • informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister
        • informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister
        • informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister 

        Artikel 5: Beroep tegen registratie

        §1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

        Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

        §2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

        §3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.    

        §4. Het beroepschrift is onontvankelijk als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1.

        §5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

        §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.

        §8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet of niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de opnamedatum.

        Artikel 6: Schrapping uit het leegstandsregister

        §1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijving in het bevolkingsregister of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        Een woning of een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bewijst dat de woning of het gebouw gesloopt werd.

        De datum van schrapping is de datum van het verslag van het feitenonderzoek dat de sloop bevestigt.

        §2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
        • de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

        Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.

        De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als er geen beslissing genomen is binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

        Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

        Artikel 7: Inwerkingtreding

        §1 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het reglement vaststelling leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen van 19 december 2019 op.

        §2 Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

      • Reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Vanuit de stuurgroep van De Woonwinkel werd aangedrongen op een uniformisering van de gemeentelijke reglementering rond vaststelling en registratie van leegstaande en verwaarloosde woningen en gebouwen. Het nieuwe reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Feiten en voorgeschiedenis

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        De gemeente Beernem maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid De Woonwinkel. Het activiteitenpakket van dit project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

        Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister bepalen.

        De registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt geregeld in dit reglement.

        Regelgeving
        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40 en 41
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
        • Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.9 - 2.14
        • Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 2.14
        Argumentatie

        Er zijn meerdere redenen om verwaarloosde woningen en gebouwen te registreren:

        • Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
        • Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling omdat een goed waarvoor geen zorg wordt gedragen weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
        • Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
        • Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
        • Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
        • Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
        • Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.

        In het reglement worden de belangrijkste decretale definities overgenomen omwille van de leesbaarheid en duidelijkheid. 

        In het reglement wordt de procedure van registratie van verwaarloosde woningen in het verwaarlozingsregister opgenomen. 

        De houder van een zakelijk recht kan een schrapping uit het register aanvragen als:

        • het pand gesloopt is.
        • na controle blijkt dat het goed minder dan 9 punten scoort én wind- en waterdicht is.
        Aan de gemeenteraad wordt het reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen ter goedkeuring voorgelegd.
         
        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Vicky Verstringe, bevoegd voor wonen en huisvesting.
        Verwijzingsdocumenten

        Model technisch verslag verwaarlozing

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad stelt het reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen als volgt vast:

        Reglement registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

        Artikel 1: Begrippen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister.

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen

        3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende manieren waarop wordt  betekend:

        a) een aangetekend schrijven

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs

        4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        5° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 22° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        6° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister wordt opgenomen.

        7° Technisch verslag verwaarlozing: Een vaststellingsverslag opgemaakt volgens het sjabloon dat als bijlage 1 bij het reglement is gevoegd door een personeelslid aangesteld door het college van burgemeester en schepenen.

        8° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        9° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Artikel 2: Verwaarlozingsregister

        §1. De administratie houdt een verwaarlozingsregister bij.

        §2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

        1°    het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw

        2°    de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw

        3°    de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht

        4°    het nummer en de datum van de administratieve akte

        5°    het technisch verslag verwaarlozing met foto(‘s) van het onroerend goed

        Artikel 3: Registratie van verwaarlozing

        §1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2. Deze personeelsleden sporen woningen en gebouwen in verwaarloosde toestand op aan de hand van het technisch verslag verwaarlozing. De graad van verwaarlozing wordt in dit verslag als volgt bepaald:

        • I staat voor 1 punt
        • II staat voor 3 punten
        • III staat voor 9 punten

        Bij het technisch verslag verwaarlozing wordt minstens 1 foto gevoegd.

        §3. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Als een woning of een gebouw 9 of meer punten scoort op minstens 2 verschillende categorieën (daken, gevels, buitenschrijnwerk, omgeving) wordt het pand als verwaarloosd beschouwd.

        §4.  Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte. De datum van de administratieve akte geldt als datum van de vaststelling van de verwaarloosde toestand en geldt als opnamedatum.

        §5. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan ook opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

        §6. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan ook opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

        Artikel 4: Kennisgeving van de registratie

        De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. De kennisgeving bevat:

        • de administratieve akte met het technisch verslag verwaarlozing en de foto(‘s) van het pand,
        • informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,
        • informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,
        • informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.

        Artikel 5: Beroep tegen registratie

        §1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener,
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
        • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

        §2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.

        §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1.

        §4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

        §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

        §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.

        §7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet of niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie de woning of het gebouw op in het verwaarlozingsregister vanaf de opnamedatum.

        Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister

        §1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister als na controle blijkt dat het goed minder dan 9 punten scoort én wind- en waterdicht is. De administratie stelt dit vast via een nieuw technisch verslag verwaarlozing.
        De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

        Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister als een houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, bewijst dat de woning of het gebouw gesloopt werd.
        De datum van schrapping is de datum van het verslag van het feitenonderzoek dat de sloop bevestigt.

        §2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht, of zijn vertegenwoordiger, een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        • de identiteit en het adres van de indiener,
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft.
        • de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister;  

        Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

        De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als er geen beslissing genomen is binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

        Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister.

        Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

        Artikel 7: Inwerkingtreding

        §1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft het reglement vaststelling leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen van 19 december 2019 op.

        §2. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

        Artikel 8: Bijlage

        Model technisch verslag verwaarlozing

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Sport

      • Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Beernem en Oostkamp m.b.t. het gebruik van het zwembad sportpark Drogenbrood vanaf 1 januari 2026

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Sinds 1 juni 2024 is het zwembad van Oostkamp definitief gesloten. Een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Beernem en Oostkamp m.b.t. het gebruik van het zwembad sportpark Drogenbrood werd goedgekeurd in de gemeenteraad 19 september 2024. De overeenkomst loopt tot en met 31 december 2025. Een nieuwe samenwerkingsovereenkomst vanaf 1 januari 2026 wordt ter goedkeuring voorgelegd. De nieuwe samenwerkingsovereenkomst gaat in vanaf 1 januari 2026 en eindigt op 30 juni 2030. Als het nieuwe zwembad van Oostkamp voor deze datum in gebruik genomen wordt, wordt de overeenkomst ontbonden op de dag van de eerste ingebruikneming.

        Regelgeving

        Artikel 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

        Argumentatie

        Huidige overeenkomst tot 31 december 2025

        Tot en met 31 december 2025 betaalt de gemeente Oostkamp elke maand een vaste bijdrage van € 10.000,00 aan de gemeente Beernem voor het gebruik van zwembad Drogenbrood onder de voorwaarden beschreven in de samenwerkingsovereenkomst van 19 september 2024. (zie bijlage)

        Nieuwe afspraak vanaf 1 januari 2026

        Beernem en Oostkamp kwamen politiek overeen dat Oostkamp vanaf 1 januari 2026 een maandelijkse forfaitaire bijdrage van € 20.000,00 zal betalen. In juli en augustus bedraagt de bijdrage € 10.000,00 per maand. Dit op voorwaarde dat hetzelfde aantal uren zwemwater in zwembad Drogenbrood aangehouden blijft als tijdens het kalenderjaar 2025 voor de Oostkampse verenigingen (Kunstzwem Vereniging Oostkamp en Zwemclub De Valkaart Oostkamp).

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré.

        Verwijzingsdocumenten
        • 20240919 Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Beernem en Oostkamp m.b.t. het gebruik van het zwembad sportpark Drogenbrood tot en met 31 december 2025
        • Aangepaste prijslijst zwembad Drogenbrood
        • 2025_12_18 Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Beernem en Oostkamp m.b.t. het gebruik van het zwembad sportpark Drogenbrood vanaf 1 januari 2026
        Financiële impact

        Advies financieel directeur

        Akkoord met de voorgestelde overeenkomst over het gebruik van het zwembad door de gemeente Oostkamp en de afspraken rond betaling van een vergoeding.
        In het ontwerpmeerjarenplan 2026-2031 is deze vergoeding (voorzichtigheidshalve) opgenomen tot en met augustus 2028.
        Ook in het meerjarenplan van Oostkamp is dit bedrag opgenomen voor dezelfde periode.

        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadslid Jef Vansteenhuyse beantwoord door burgemeester Jos Sypré.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Beernem en Oostkamp m.b.t. het gebruik van het zwembad sportpark Drogenbrood vanaf 1 januari 2026 wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.

        Artikel 2: De tijdelijke aanpassing van de prijslijst voor zwembad Drogenbrood, van toepassing tot 30 juni 2030, of op de dag van de eerste ingebruikneming van het nieuwe zwembad van Oostkamp indien dit voor 30 juni 2030 in gebruik genomen wordt, wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.

        Artikel 3Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

    • Evenementen

      • Reglement waarborg bij het gebruik van openbaar domein voor het organiseren van events

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        De waarborg voor kermissen en circussen was opgenomen in het "retributiereglement op het gebruik van het openbaar domein voor kermisactiviteiten op de openbare kermissen en voor circussen". Dit reglement werd opgeheven in de gemeenteraad van 18 september 2025 met ingang van 1 januari 2026. De noodzaak van een waarborg bij events op openbaar domein is nog steeds actueel. Het vaststellen van de gemeentelijke reglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Regelgeving

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur.

        Argumentatie

        De doelstelling van het waarborgreglement voor events op openbaar domein is het waarborgen van een ordelijke, veilige en reglementaire benutting van het openbaar domein voor het organiseren van evenementen, met aandacht voor toegankelijkheid, duurzaamheid, minimale hinder voor bewoners en omgeving én het voorkomen en herstellen van eventuele schade aan het openbaar domein.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor evenementen.

        Verwijzingsdocumenten

        Reglement waarborg bij het gebruik van openbaar domein voor het organiseren van events.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad keurt het reglement waarborg bij het gebruik van openbaar domein voor het organiseren van events goed.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Toerisme

      • Samenwerkingsovereenkomst addendum - plaatsen hangmatten hub aan de zitbanken bij 't Fort

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Naar aanleiding van het nieuwe themajaar "Rust en deconnectie in het groen" plaatste Westtoer, autonoom provinciebedrijf voor toerisme en recreatie van de provincie West-Vlaanderen, een hangmathub van 3 hangmatten bij de zitbank aan 't Fort/Gevaerts-Zuid. Op deze plek worden fiets- en wandelnetwerken met elkaar verbonden, zodat recreanten en toeristen op een speelse manier in aanraking komen met de mooie troeven van de regio.

        Regelgeving

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur

        Argumentatie

        Wegens de lancering van het fietsnetwerk 3.0 in het voorjaar van 2026 wenst Westtoer de hangmattenhubs te verlengen tot eind december 2026.

        Mondelinge toelichting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor toerisme.

        Verwijzingsdocumenten
        • Samenwerkingsovereenkomst Westtoer hangmatten Gevaerts-Zuid
        • Locatie
        • Addendum Samenwerkingsovereenkomst Westtoer hangmatten Gevaerts-Zuid
        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De gemeenteraad geeft goedkeuring t.a.v het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst met Westtoer, voor het plaatsen van hangmathubs in kader van de marketingcampagne Brugse Ommeland 2026.

        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Onderwijs

      • Samenwerkingsovereenkomst met hogeschool Vives Zuid vzw houdende de organisatie van de Techniekacademie

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

        Feiten en voorgeschiedenis

        Beernem organiseert al 10 jaar een Techniekacademie met positieve reacties van de deelnemers en hun ouders. Ook volgende jaren kunnen de Techniekacademies verder worden georganiseerd in samenwerking met Vives en met ondersteuning van de Vlaamse Overheid. In 2020 werd een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor de duur van de gemeentelijke legislatuur. Vanaf juni 2023 zijn de financieringsvoorwaarden echter veranderd en is er een nieuwe verdeling van middelen aan de orde.

        De samenwerkingsovereenkomst is een overeenkomst van onbepaalde duur geworden.

        Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om goedkeuring te verlenen aan de nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

        Regelgeving

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur

        Argumentatie

        De algemene doelstelling van de techniekacademie is het motiveren en inspireren van kinderen en jongeren voor STEM. 

        De Techniekacademie kadert in de filosofie van het Vlaamse STEM-actieplan, meer bepaald de doelstemming "Organiseren contacten plaatselijk onderwijs en bedrijfsleven i.v.m. studierichtingen, knelpuntberoepen en toekomstplannen voor jongeren - hun technisch talent stimuleren en op een hoger niveau brengen". Via de Techniekacademie wordt via de eigen leefwereld van de kinderen technische geletterdheid binnengebracht.

        De organisatie van de Techniekacademie kadert binnen de uitvoering van de “STEM-agenda”, het vervolg op het “STEM-actieplan”. De STEM-agenda 2030 zet verder in op een hogere instroom in STEM -opleidingen en -loopbanen, op STEM-specialisten en op het algemeen versterken van STEM-competenties in de ruime maatschappij, de “STEM-geletterdheid”.

        Via de Techniekacademie wordt via de eigen leefwereld van de kinderen STEM-geletterdheid gestimuleerd. De Techniekacademie bestaat uit:

        • Junior Techniekacademie voor kinderen van het 3de en 4de leerjaar
        • Tiener Techniekacademie voor kinderen van het 5de en 6de leerjaar

        De laatste samenwerkingsovereenkomst die werd afgesloten liep voor 2025. De kostprijs voor de Techniekacademie is voor de deelnemers € 90,00 per kind. Aan één STEM-traject kunnen maximaal 20 kinderen deelnemen en het bestuur betaalt een tussenkomst van € 1.200,00 per traject. De gemeente zorgt voor de publiciteit en lokalen.

        Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door burgemeester Jos Sypré, bevoegd voor onderwijs.

        Verwijzingsdocumenten
        • Samenwerkingsovereenkomst techniekacademie
        • Prijszetting techniekacademie STEM-trajecten
        Financiële impact

        Dienst

         onderwijs

        Omschrijving

         Project techniekacademie

        Raming (incl. btw)

         € 3.700,00 (incl. btw) per jaar

        Budgetcode

         0820-00/6159999

        Beschikbaar krediet 

         in het meerjarenplan is hiervoor ieder jaar € 4.000,00 voorzien

        Advies financiële dienst

        Er is voldoende budget aanwezig in het meerjarenplan.

        Tussenkomsten

        Er zijn geen tussenkomsten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1: De samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van de techniekacademie wordt goedgekeurd.
        Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 en volgende van het decreet lokaal bestuur.

    • Dierenwelzijn

      • Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Beernem en het Blauwe Kruis Brugge Dierenopvangcentrum vzw

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Aanleiding en/of bevoegdheid

        Artikel 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur

        Feiten en voorgeschiedenis

        Sinds 21 december 2010 heeft de gemeente Beernem een overeenkomst met het Blauwe Kruis Brugge.
        De overeenkomst verbindt het Blauwe Kruis er toe een 'basiswerking' uit te oefenen voor Beernem wat inhoudt dat het Blauwe Kruis:

        • rondzwervende huisdieren opneemt na melding door de politie
        • huisdieren die in een crisissituatie zitten tijdelijk opvangt
        • de dieren herbergt en verzorgt conform de lopende wetgeving

        Voor die basiswerking betaalt de gemeente € 0,25 per inwoner aan het Blauwe Kruis Brugge.

        Daarnaast is opgenomen in de overeenkomst dat het dierenopvangcentrum haar kennis en materiaal ter beschikking stelt aan de gemeente om de populatie verwilderde huiskatten te beperken. Het gemeentebestuur voorziet in het budget een apart budget voor het vangen, castreren en steriliseren van de verwilderde huiskatten.
        In de praktijk leidt dit er toe dat de gemeente via de rattenvanger de katten vangt. Het Blauwe Kruis neemt vervolgens de katten op, laat die castreren of steriliseren tegen kostprijs en rekent dit door aan de gemeente. Deze werking wordt verder vermeld als 'het zwerfkattenbeleid'.

        In het jaar 2024 betaalde de gemeente aan het Blauwe Kruis: € 4.064,75 aan basiswerking (à € 0,25 per inwoner) en € 4.350,00 aan kostprijs voor de castratie, sterilisatie of zeer uitzonderlijke euthanasie van 58 katten.

        In een schrijven aan het college van 30 september 2025 laat het Blauwe Kruis Brugge weten dat zij de lopende overeenkomst met het gemeentebestuur stopzetten en vanaf 1 januari 2026 een nieuwe overeenkomst willen afsluiten met het gemeentebestuur. Dit omdat de kosten voor dierenartsbehandelingen de afgelopen jaren sterk zijn gestegen.

        Regelgeving

        Artikel 40 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.

        Argumentatie

        Dit schrijven werd aan alle gemeentebesturen bezorgd binnen hun werkingsgebied waarbij volgende nuance moet gemaakt worden:

        Sommige besturen hebben een ander type overeenkomst met het Blauwe Kruis Brugge dan de gemeente Beernem. Zij hebben namelijk een overeenkomst waarbij het zwerfkattenbeleid ook door het Blauwe Kruis Brugge werd uitgevoerd.
        De gemeentes met dat type overeenkomst betaalden tot op heden € 0,25 per inwoner aan basiswerkingstoelage en € 0,15 per inwoner voor het zwerfkattenbeleid.
        Uiteraard, afhankelijk van het aantal katten dat wordt afgevangen kan het bedrag van € 0,15 per inwoner te laag ingeschat zijn.

        Aangezien de gemeente Beernem een ander type overeenkomst had en voor het zwerfkattenbeleid de reële kost betaalde, is er nooit te veel of te weinig betaald.

        Op 5 november 2025 werd een voorstel van nieuwe samenwerkingsovereenkomst bezorgd aan de gemeente.

        In deze overeenkomst wordt aan de gemeente voorgesteld om de basiswerking te behouden aan € 0,25 per inwoner maar ook in te stappen in het zwerfkattenbeleid van het Blauwe Kruis Brugge en dit tegen het bedrag van € 0,75 per inwoner. Dit maakt een totaal van € 1,00 per inwoner.

        Voor de gemeente Beernem, die reeds jarenlang een degelijk zwerfkattenbeleid voert is dit een heuse stijging van de kosten. Dit budget werd ook niet voorzien bij de opmaak van het meerjarenplan. 

        We zien de laatste jaren een stabilisatie tot zelfs een lichte daling van het aantal zwerfkatten op het grondgebied. De afweging van het nieuwe voorstel tegenover de oude werkwijze waarbij we voor het zwerfkattenbeleid aan kostprijs betaalden en in het licht van een stabilisatie of zelfs lichte daling van het aantal zwerfkatten maakt dat de nieuwe overeenkomst veel duurder/te duur zal uitvallen.

        De gemeentes in regio Brugge die eenzelfde voorstel tot overeenkomst hebben ontvangen van het Blauwe Kruis Brugge willen met het Blauwe Kruis Brugge in overleg gaan om een compromis te vinden. Dit werd eveneens besproken op het Burgemeestersoverleg.  Er werd begin december 2025 een voorstel tot overleg verstuurd vanuit het Burgemeestersoverleg naar het Blauwe Kruis Brugge.  Daarop reageerde het Blauwe Kruis vrij afwijzend maar ze stuurden ook een voorstel van standaardovereenkomst door voor gemeenten die enkel gebruik maken van de algemene diensten (à € 0,25 per inwoner).  Met het afsluiten van deze standaardovereenkomst wordt tegemoet gekomen aan de verplichtingen opgelegd door de Codex Dierenwelzijn d.d. 17 mei 2024 (o.a. artikel 15).

        Aangezien de huidige overeenkomst stopt op 31 december 2025, dient een nieuwe overeenkomst te worden afgesloten met het Blauwe Kruis Brugge die zal starten op 1 januari 2026. In de eerste 3 maanden van 2026 wordt vanuit de regio in overleg gegaan met het dierenopvangcentrum.

        Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de nieuwe standaardovereenkomst met het Blauwe Kruis goed te keuren. Voor wat betreft 'het zwerfkattenbeleid aan nieuwe tarifering' wordt voorgesteld om het overleg met het dierenopvangcentrum vanuit de regio af te wachten, en de huidige werkwijze rond zwerfkatten aan te houden (nl.  zwerfkattenbeleid aan kostprijs).

        Mondelinge toelichting wordt gegeven door schepen Vicky Verstringe, bevoegd voor dierenwelzijn.

        Verwijzingsdocumenten
        • Lopende overeenkomst Blauwe Kruis
        • Schrijven Blauwe Kruis stopzetting overeenkomst
        • Nieuwe overeenkomst
        Tussenkomsten

        Er is een tussenkomst door raadslid Lien Dewispelaere  beantwoord door schepen Vicky Verstringe.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
        Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Beslist

        Artikel 1:  De samenwerkingsovereenkomst (standaardcontract) tussen gemeente Beernem en het Blauwe Kruis Brugge Dierenopvangcentrum vzw wordt goedgekeurd. 

        Artikel 2: Voor wat betreft 'het zwerfkattenbeleid' (aan nieuwe tarifering) wordt beslist om het overleg met het dierenopvangcentrum Blauwe Kruis Brugge vanuit de regio af te wachten, en voorlopig de huidige werkwijze rond zwerfkatten (nl zwerfkattenbeleid aan kostprijs) aan te houden tot hier meer duidelijkheid over is.

        Artikel 3: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.

    • Vragen en suggesties

      • Eventuele vragen en suggesties

        Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
        Jos Sypré, burgemeester
        Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
        Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
        Els Declerck, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
        William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
        Feiten en voorgeschiedenis

        De vragen en suggesties, ingediend door de gemeenteraadsleden, worden besproken.

        Beslist

        De volgende vragen en suggesties worden behandeld:

        Raadslid Jan Vanassche

        Verlichting oversteekplaats Kleuterweelde

        Wij brengen met nadruk de onveilige situatie aan de oversteekplaats aan Kleuterweelde onder uw aandacht en vragen het bestuur met klem om opnieuw bij het Vlaamse Gewest aan te dringen voor de installatie van gepaste verlichting.

        Na herhaaldelijk aandringen door de buurtbewoners werden palen geplaatst om de oversteekplaats zichtbaarder te maken. Hoewel het bestuur aanvankelijk stelde dat dit buiten hun bevoegdheid viel, bleek het mogelijk om de vraag op de juiste wijze bij het Vlaamse Gewest neer te leggen. Dit toont aan dat het gemeentebestuur wel degelijk een belangrijke rol kan spelen in het verbeteren van de verkeersveiligheid op gewestwegen.

        De geplaatste maatregelen blijken echter onvoldoende, zeker in het donker. De situatie ter hoogte van de oversteekplaats blijft zorgwekkend.

        De Sint-Andreaslaan fungeert in de praktijk als een racebaan, ondanks de geldende snelheidsbeperking van 50 km/u. Bestuurders minderen nauwelijks vaart bij de oversteekplaats en er worden zelfs inhaalmanoeuvres uitgevoerd ter hoogte van het zebrapad. De oversteekplaats wordt intensief gebruikt door schoolgaande kinderen plus, elke dinsdagavond gaan er ook lessen van KUMA door in Kleuterweelde.

        Nu de donkere periode opnieuw is aangebroken, wordt de gevaarlijke situatie nog acuter. Daarbij valt op dat de geplaatste palen wel een licht lijken te bevatten, maar deze hebben echter nog nooit gewerkt.

        Wij vragen het gemeentebestuur om opnieuw bij het Vlaamse Gewest aan te dringen om deze oversteekplaats zo spoedig mogelijk te voorzien van adequate verlichting. De veiligheid van onze kinderen mag niet langer op het spel staan.

        Raadslid Jef Vansteenhuyse

        Vraag tot rechtzetting

        Vraag tot rechtzetting van verkeerde informatie in Open Blad bij rubriek ‘Uit de gemeenteraad’

        Punt 5 Kerkfabrieken: goedkeuring is fout.

        Raadslid Lode Vanneste

        Verlichting zebrapad Wingenesteenweg

        In de Wingenesteenweg ligt ter hoogte van de Kardinaal Cardijnlaan een zebrapad. Aan dat zebrapad ontbreekt er een goedwerkende verlichting (zoals dat bij de zebrapaden in de Hubert d’ Ydewallestraat bijvoorbeeld wel het geval is). Voetgangers die willen oversteken, zijn daardoor dikwijls amper zichtbaar voor automobilisten. Dat geldt vooral tijdens de wintermaanden wanneer het tijdens de spits bijzonder druk is langs deze gewestweg én tegelijkertijd ook donker is.

        Mijn vraag:

        Kan het gemeentebestuur in overleg gaan met wegbeheerder AWV en extra verlichting plaatsen ter hoogte van het zebrapad?

        Responstijd van ambulances bij verkeersongevallen in Beernem

        Recent publiceerde het Vlaams Instituut voor Verkeersveiligheid (Vias) nieuwe cijfers over de responstijden van ambulances bij verkeersongevallen. Voor Beernem zijn deze cijfers bijzonder verontrustend. Waar Oostende een mediaan responstijd haalt van 7 minuten en 39 seconden, moeten inwoners van Beernem gemiddeld 15 minuten en 30 seconden wachten op hulp. Dat betekent dat een ambulance hier meer dan dubbel zo lang onderweg is als in bepaalde kustgemeenten. Beernem bengelt bovendien in de onderste regionen van de Vlaamse ranglijst: plaats 9 in de lijst van traagst presterende gemeenten (met minstens 20 interventies).

        Gezien het cruciale belang van snelle medische hulp bij verkeersongevallen – waarbij iedere minuut een verschil kan maken in overlevingskansen – roepen deze cijfers ernstige vragen op over de lokale en regionale organisatie van de spoedhulp voor onze inwoners.

        Daarover wens ik namens onze fractie maar ook namens de inwoners van Beernem deze vragen te stellen:

        1. Hoe reageert het gemeentebestuur op de vaststelling dat Beernem behoort tot de tien traagst bediende gemeenten van Vlaanderen, met een gemiddelde wachttijd van 15 minuten en 30 seconden?
        2. Is het bestuur op de hoogte van de oorzaken van deze lange interventietijden?
        3. Heeft de gemeente hierover al overleg gehad met de noodcentrale 112, de hulpverleningszone, de lokale brandweerpost en/of de ziekenhuizen in de regio?
          1. Zo ja: welke conclusies kwamen daaruit?
          2. Zo nee: is het bestuur bereid dit op korte termijn op te starten?
        4. Welke concrete acties plant het gemeentebestuur om de responstijden te verbeteren?
        5. Zijn er plannen om inwoners beter te informeren over de werking van noodoproepen, AED-locaties, en de rol van first responders of burgerhulpverleners, zodat bij noodsituaties in afwachting van een ambulance toch sneller hulp kan worden geboden?
        6. Kan het bestuur toezeggen dat er een opvolgbeleid komt, waarbij de resultaten van Vias (of gelijkaardige instanties) jaarlijks besproken worden in de commissie of gemeenteraad?
        7. Ten slotte: hoe zal het bestuur deze cijfers communiceren naar de bevolking, die terecht ongerust kan zijn over de langdurige wachttijden?

De voorzitter sluit de vergadering.

Namens gemeenteraad,

Els Declerck
algemeen directeur

Kris Vincke
voorzitter