Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur
In de gemeenteraadszitting van 17 december 2020 werd de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting over de jaren 2021 tot en met 2025 op 7,8 % vastgesteld.
Voor het waarborgen van een gezonde financiële toestand van de gemeente is het behoud van de aanvullende belasting op de personenbelasting op 7,8% verantwoord en noodzakelijk. De aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) wordt gevestigd als een percentage op de inkomstenbelastingen.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.
Er zijn tussenkomsten door raadsleden Jan Vanassche en Gijs Degrande.
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: De belasting wordt vastgesteld op 7,8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de heer provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet lokaal bestuur.