Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:30

Gemeentebelasting op de tweede verblijven - aanslagjaren 2026 tot en met 2031

Aanwezig: Kris Vincke, voorzitter
Jos Sypré, burgemeester
Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, schepenen
Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, gemeenteraadsleden
Els Declerck, algemeen directeur
Verontschuldigd: Patricia Waerniers, derde schepen
William Brysse, Justine Van Hoecke, Elodie Wildemeersch, gemeenteraadsleden
Aanleiding en/of bevoegdheid

Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur

Feiten en voorgeschiedenis

In de gemeenteraadszitting van 19 december 2018 werd de gemeentebelasting op de tweede verblijven voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025 vastgesteld.

Regelgeving
  • Grondwet, in het bijzonder artikel 170,§4
  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen
  • Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40,§3 en 41,14°
  • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
Argumentatie

In een aantal woongelegenheden op de gemeente is niemand gedomicilieerd. Deze woongelegenheden kunnen ofwel worden gebruikt als een tweede verblijfplaats, of worden verhuurd aan een persoon of personen die niet op het adres ingeschreven zijn.

In deze gevallen is het billijk dat de belasting op de tweede verblijven wordt gevestigd om reden dat de gebruiker van de woongelegenheid wel van een aantal diensten van de gemeente gebruik kan maken, maar geen aanvullende personenbelasting aan de gemeente betaalt. De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.

Tussenkomsten

Er zijn geen tussenkomsten.

Publieke stemming
Aanwezig: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof, Els Declerck
Voorstanders: Kris Vincke, Jos Sypré, Claudio Saelens, Vicky Verstringe, Ruben Strobbe, Vicky Reynaert, Martine De Roo, Gijs Degrande, Barbara Vandenbrande, Lode Vanneste, Jef Vansteenhuyse, Christine Stroobandt, Jan Vanassche, Anja Coens, Piet De Rycke, Lien De Wispelaere, Branco François, Arthur De Brabander, Greet Claeys, Janne Martelez, Martine Deloof
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Beslist

Artikel 1: De Gemeenteraad stelt het gemeentelijke belastingreglement tweede verblijven als volgt vast:

Belastingreglement op de tweede verblijven

Artikel 1: Er wordt vanaf 1.1.2026 tot en met 31.12.2031 ten voordele van de gemeente een jaarlijkse gemeentebelasting ingevoerd op de tweede verblijven, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.

Artikel 2: Onder tweede verblijf moet verstaan worden elke private woongelegenheid die voor de persoon ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hem voor bewoning kan worden gebruikt, maar waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf en ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, apparte­menten, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste inrichtingen in de zin van artikel 4.2.1 – 1° van de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) 15.5.2009, gewijzigd op 16.7.2010.

 Als tweede verblijven worden niet beschouwd :

  • lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van beroepsactiviteit,
  • tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens.

Artikel 3: Onder wooncaravans moeten verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle andere soorten van caravans bedoeld, zoals caravans met een enkel stel wielen, de semi-wooncaravans met een dubbel stel wielen, de woonwagens en de caravans waarmee de kermisreizigers rondtrekken, voor zover zij niet vallen onder de toepassing van 4.2.1-1° van de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) van 15.5.2009, en latere wijzigingen.

Artikel 4: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Beernem.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

De hoedanigheid van tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 5: Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 1.000,00 (per jaar en per tweede verblijf).

Artikel 6: De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 7: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 8: De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
Het bezwaarschrift kan via een duurzame drager worden ingediend indien het College van Burgemeester en Schepenen in deze mogelijkheid voorziet.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

Artikel 9: De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.