Het huidige belastingreglement weghalen van afvalstoffen eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Achtergelaten afvalstoffen zorgen voor visuele vervuiling en verstoren het mooie beeld van de gemeente. Daarom worden deze afvalstoffen zo snel mogelijk geruimd zodra ze worden opgemerkt of er melding van wordt gemaakt. Het verwijderen ervan gaat gepaard met uitgaven voor het gemeentebestuur en het is billijk en gerechtvaardigd deze uitgaven te recupereren bij diegene die het afval heeft gestort, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Als de identiteit van de dader gekend is, wil de gemeente, naast eventueel strafrechtelijk optreden of een eventuele GAS-boete, de opruimingskosten van afvalstoffen verhalen op de dader. Hierbij is het belangrijk dat de vergoeding voor het opruimen van het sluikstort louter kostendekkend is. Het mag dus geen extra sanctie zijn (non bis in idem). Er wordt uitgegaan van het principe "de vervuiler betaalt" zodat de omvang van de belasting wordt bepaald in functie van de hoeveelheid en de aard van de gestorte afvalstoffen aangezien dit evenredig is met de uitgaven voor de gemeente.
Bij het bepalen van het tarief wordt rekening gehouden met de hoeveelheid van de achtergelaten afvalstoffen en met het ingezette materieel en personeel.
Huidige tarieven worden gehanteerd:
Voorstel om voor aanslagjaren aanslagjaren 2026 - 2031 volgende tarieven te hanteren:
Het voorgestelde tarief voor de uurloonkost per werknemer is aangepast aan de huidige, werkelijke kost (stijging van € 4,00 per uur).
Aan de gemeenteraad wordt het belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen voor de aanslagjaren 2026 - 2031 ter goedkeuring voorgelegd.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.
Er is een tussenkomst door raadslid Lode Vanneste beantwoord door schepen Ruben Strobbe.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het belastingreglement weghalen van afvalstoffen - aanslagjaren 2026 - 2031 als volgt vast:
Belastingreglement weghalen van afvalstoffen - aanslagjaren 2026 - 2031
Artikel 1: Er wordt ten voordele van de gemeente Beernem, voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, een belasting gevestigd op het weghalen en verwijderen door het gemeentebestuur van allerhande afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet-reglementaire plaatsen of op niet reglementaire wijze achtergelaten.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft of hiertoe opdracht heeft gegeven. Ingeval er meerdere natuurlijke personen samen afvalstoffen gelijktijdig op eenzelfde plaats hebben achtergelaten, zijn zij de belasting hoofdelijk verschuldigd. Desgevallend is diegene die daartoe opdracht of toelating gaf hoofdelijk mede aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3:
§ 1. Het bedrag van deze belasting wordt als volgt vastgesteld:
§ 2. De vermelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kilogram. Voor prestaties buiten de diensturen worden naargelang het tijdstip waarop de prestaties geleverd worden, de voorziene toeslagen van 25%, 50%, 100% of 125% op het uurloon aangerekend. Voor prestaties ingevolge onvoorziene oproepen wordt een verstoringstoeslag van 200% op het uurloon aangerekend.
§ 3. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze derde doorgerekend aan de sluikstorter.
Artikel 4: De belasting op het weghalen van afvalstoffen wordt ingevorderd door middel van een kohier. De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5: De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6: De belastingschuldige kan een bezwaar indienen tegen de belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening kan gebeuren door aangetekende verzending of door overhandiging. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat.
De procedure verloopt in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 7: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 8: Het belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.