Het huidige belastingreglement voor ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein eindigt op 31 december 2025 en moet worden herstemd. Het vaststellen van de gemeentelijke belastingreglementen is de bevoegdheid van de gemeenteraad.
De ambulante handel wordt geregeld in het reglement ambulante handel. Dit reglement regelt de gemeentebelasting op ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein.
Het openbaar domein is bestemd tot het gebruik van allen of tot een openbare dienst. Bij inname van een vaste standplaats op openbaar domein door een handelaar wordt afbreuk gedaan aan het principe van het collectief gebruik van het openbaar domein. De uitoefening van ambulante activiteiten op openbaar domein creëert bovendien extra verkeersdrukte bij het op- en afrijden van en naar deze verkoopkramen. Het is gerechtvaardigd om een billijke, financiële tussenkomst te vragen aan de handelaars die op het openbaar domein een standplaats toegewezen krijgen om handel te voeren, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. De vrijstellingen van belasting die in het reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Zijn vrijgesteld van belasting ambulante handel met vaste standplaats op openbaar domein:
Voorgesteld wordt om het huidige belastingtarief te behouden.
Het belastingreglement voor ambulante handel met vaste standplaatsen op openbaar domein wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Mondelinge toelichting wordt ter zitting gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor financiën.
Reglement ambulante handel van 18 september 2025
Er zijn geen tussenkomsten.
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd voor ambulante handel op vaste standplaatsen op openbaar domein.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een standplaats op openbaar domein wordt toegewezen.
Artikel 3: Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgelegd: € 1,00 per lopende meter per dag, met een minimum van € 4,00 per dag.
Artikel 4: Van de belasting worden vrijgesteld:
Artikel 5: In geval van toewijzing van een losse standplaats wordt de belasting onmiddellijk na de toewijzing betaald. In geval van toewijzing van een standplaats per abonnement wordt de belasting per half jaar op voorhand betaald vóór 1 januari voor het 1e semester en vóór 1 juli voor het 2e semester, desgevallend pro rata berekend. In geval van tijdige betaling betreft dit een contantbelasting. In geval van niet-betaling binnen de voorziene termijn, wordt de belasting een kohierbelasting. De belasting wordt in dit geval betaald binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6: De belastingschuldige, of zijn vertegenwoordiger, kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de contante inning of, wanneer de belasting een kohierbelasting wordt, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen.
Artikel 7: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 8: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur.