Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur.
In navolging van de collegebeslissing van 4 oktober 2024 met referentie CBS/2024/1796 waarbij er wordt gevraagd om het reglement d.d. GR 18 december 2006 met betrekking tot het overwelven van baangrachten aan te passen zodat het onderhoud van de duikers (ad hoc) door de gemeente kan worden georganiseerd, werd het bestaande reglement herbekeken.
Baangrachten hebben als belangrijkste functie het regenwater van de weg opvangen en afvoeren. Een goed grachtensysteem helpt overstromingen voorkomen. Het zorgt ervoor dat water kan infiltreren in de bodem of vertraagd stroomafwaarts loopt.
Grachten hebben ook een ecologische functie, o.a. bij de nazuivering van water. Door het open karakter en de omringende vegetatie vormen ze ook een belangrijk landschapselement in landelijke kernen.
Het dempen, inbuizen of overwelven van grachten kan afvoerings- en infiltratieproblemen veroorzaken en kan het lokale waterbeheerstelsel verstoren.
De gemeente wil die belangrijke functies van baangrachten optimaal beschermen door ze open te houden. Is een overwelving of inbuizing vereist, dan kan dit enkel onder strikte voorwaarden.
Het nieuwe reglement vermeldt de principes voor een overwelving of inbuizing van een baangracht langs gemeentewegen. Bovendien wordt in het reglement opgenomen dat de overwelving of inbuizing uitgevoerd wordt in opdracht van de gemeente, evenals het herstel ervan, zodat dit op een uniforme en kwalitatieve (volgens de regels van de kunst) manier gebeurt en volgens de geldende richtlijnen. De kosten (van de materialen) worden teruggevorderd van de eigenaar. De eigenaar is ertoe gehouden de overwelving of inbuizing te onderhouden. Zo niet, zal de gemeente het onderhoud doen en de gemaakte kosten (van materiaal en werkuren) verhalen op de eigenaar. De eigenaar is dus in de eerste plaats verantwoordelijkheid voor het vrijhouden van de gracht en kan dit niet zomaar afschuiven op de gemeente.
Op 1 maart 2026 trad het gewijzigde vrijstellingsbesluit in werking. De wijzigingen in het vrijstellingsbesluit hebben onder meer betrekking op het overwelven van baangrachten. Zo koppelt het gewijzigde vrijstellingenbesluit de vrijstelling inzake overwelving van baangrachten voortaan los van een welbepaald gebouw of gebied waardoor deze ook toegepast kan worden voor bijvoorbeeld een onbebouwd landbouwperceel in woongebied. Daarnaast is de maximale lengte van een vrijgestelde overwelving of inbuizing van 5 meter voor overwelvingen in agrarisch gebied uitgebreid naar maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. Deze wijzigingen werden opgenomen in het ontwerpreglement.
Het ontwerpreglement dat ter goedkeuring voorligt, werd voor advies voorgelegd aan de landbouwraad en de milieuadviesraad. Vanuit de milieuadviesraad kwamen er geen opmerkingen (zie e-mail toegevoegd in bijlage). De landbouwraad had opmerkingen over enerzijds het feit dat er slechts 1 overwelving per (landbouw)goed vrijgesteld wordt en anderzijds over de afstand van schadeclaims in geval van openbare werken aan de overwelving. Het artikel over de afstand van schadeclaims hoort inderdaad niet thuis in een reglement en werd geschrapt. Voor wat betreft het feit dat er een vrijstelling voorzien is voor (slechts) 1 overwelving per (landbouw)goed, wat een aaneensluiting kan zijn van verschillende kadastrale percelen van dezelfde eigenaar, en dat dit een ongelijke behandeling zou zijn van de landbouwbedrijven, wordt hieronder geargumenteerd waarom dit zo in het reglement is opgenomen.
De landbouwraad verliest hier de hogere wetgeving uit het oog: het vrijstellingsbesluit verleent een expliciete vrijstelling voor onderstaande constructies (zie enkele artikels uit het Vrijstellingsbesluit hieronder). Wij kunnen hier als gemeente uiteraard niet van afwijken:
HOOFDSTUK 12/1 Diverse vrijstellingen
Artikel 12.1/3. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor het aanbrengen van maximaal één overwelving of inbuizing van een baangracht per goed. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal vijf meter. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter.
HOOFDSTUK 5 Land- en tuinbouw
Artikel 5.2. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de plaatsing van de volgende zaken, als ze in agrarisch gebied in de ruime zin liggen …
3°/1 het aanleggen, vervangen of herinrichten van perceelsopritten, met inbegrip van de eventueel daarvoor strikt noodzakelijke overwelving of inbuizing van grachten met een maximum van één overwelving of inbuizing per goed of landbouwgoed, voor zover niet gelegen in vastgestelde archeologische zones. De lengte van de overwelving of inbuizing bedraagt maximaal tien meter, als de aanliggende weg een rijbaanbreedte heeft die kleiner is dan vier meter, en maximaal 7,50 meter in de andere gevallen. De overwelving of inbuizing heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;
Waarbij een goed in artikel 1 van het vrijstellingsbesluit gedefinieerd wordt als: "het kadastrale perceel of de kadastrale percelen waarop de handelingen betrekking hebben, of, voor de percelen zonder kadastraal nummer, de grond of de gronden waarop de handelingen betrekking hebben. Hierbij worden de aangrenzende kadastrale percelen, die dezelfde eigenaar hebben, beschouwd als deel uitmakend van het goed".
Dus enkel in de hierboven opgesomde gevallen wordt de overwelving of inbuizing van grachten vrijgesteld van omgevingsvergunning. Dit is ook zo overgenomen in ons reglement. In alle andere gevallen kan, voor een extra overwelving, een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Dan bedraagt de maximale lengte 5 meter, maar langer kan ook als dit nodig blijkt in het kader van de bedrijfsvoering. Dit staat zo in ons reglement en is overgenomen uit hogere wetgeving, meer bepaald het Besluit onbevaarbare waterlopen (zie artikel 23 hieronder):
Artikel 23. § 1. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, zoals vermeld in artikel 4.2.1. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor het overwelven of inbuizen van een gracht kan alleen verleend worden om toegang tot een perceel te verlenen, te verbeteren of om werken van algemeen belang uit te voeren.
§ 2. De omgevingsvergunning als vermeld in de eerste paragraaf, kan slechts goedgekeurd worden als de werken voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° de overwelving of inbuizing van de gracht veroorzaakt geen schadelijk effect als vermeld in artikel 1.1.3, § 2, 18°, van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018 en veroorzaakt geen ongewenste vernatting van aanpalende landbouwgronden buiten SBZ en VEN; en is in overeenstemming met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.2. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018;
2° er is maar één overwelving of inbuizing per kadastraal perceel. Als verschillende kadastrale percelen door gebruik één geheel vormen, wordt er maar één overwelving of inbuizing voor het geheel van die percelen aangebracht, tenzij de aanvrager kan aantonen dat meer dan één overwelving redelijkerwijs noodzakelijk is voor het normale gebruik en de vlotte ontsluiting van de gronden.
De lengte van de overwelving of inbuizing mag maximaal vijf meter bedragen. De vergunningverlenende overheid kan een afwijking van de maximale lengte toestaan om een van de volgende redenen:
1° voor werken van algemeen belang;
2° om redenen van gezondheid of veiligheid voor de bewoners van de woning waarvoor de overwelving wordt aangelegd;
3° de lengte van vijf meter volstaat niet om toegang tot het perceel of de percelen in kwestie te verlenen.
De aanvrager motiveert de noodzaak om af te wijken van de maximale lengte. Het feit dat de toegang tot het perceel gebruikt wordt door andere voertuigen dan personenwagens en lichte bestelwagens, geldt als voldoende motivering om af te wijken tot 7,5 meter. Als uit een gemotiveerde aanvraag blijkt dat 7,5 meter niet volstaat, kan de vergunningverlenende overheid daar ook van afwijken. Bij elke overwelving of inbuizing van meer dan 7,5 meter moet de infiltratie van hemelwater blijvend verzekerd worden en worden hiertoe indien nodig bijkomende maatregelen genomen;
4° de overwelving of inbuizing is voldoende groot om het opwaarts afstromende debiet te kunnen afvoeren en heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;
5° de buizen worden in een volledig geruimde grachtbodem geplaatst. Bij de plaatsing wordt er geen schade toegebracht aan de grachtkanten en de nutsleidingen. De overgang van het open grachtprofiel naar de overwelving of inbuizing wordt zo afgewerkt dat uitspoeling niet mogelijk is.
§ 3. De vergunningverlenende overheid kan bijkomende voorwaarden opleggen, onder meer voor de aanvulling van de sleuf rond de inbuizing, het aanbrengen van kopmuren en inspectieschouwen.
De vergunninghouder of zijn rechtsopvolger is verantwoordelijk voor de goede staat en werking van de overwelving. Hij ruimt de overwelving of inbuizing en houdt ze vrij van alle obstakels die een goede afwatering verhinderen.
Een landbouwer kan dus altijd een omgevingsvergunning aanvragen voor een extra overwelving mocht dit noodzakelijk zijn voor het normale gebruik en de vlotte ontsluiting van de gronden. Ook kan afgeweken worden van de maximale lengte van 5 meter als dit noodzakelijk zou zijn in het kader van bedrijfsvoering. Hetgeen de landbouwraad vraagt in haar advies, namelijk "Voor landbouwgoederen kan het college bijkomende overwelvingen toestaan wanneer deze noodzakelijk zijn voor een veilige, efficiënte en duurzame landbouwexploitatie. Daarbij wordt rekening gehouden met de perceelstructuur, de aard van de landbouwactiviteiten, de gebruikte landbouwvoertuigen en de verkeersveiligheid.", is impliciet al in het reglement opgenomen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement met betrekking tot het overwelven van baangrachten goed te keuren.
Mondelinge toelichting ter zitting wordt gegeven door schepen Claudio Saelens, bevoegd voor openbare werken en integraal waterbeleid.
Er zijn tussenkomsten door raadslid Jef Vansteenhuyse beantwoord door schepen Claudio Saelens.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het reglement overwelven van baangrachten goed.
Artikel 2: Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van dhr. provinciegouverneur, zoals bepaald in artikel 330 en volgende van het decreet lokaal bestuur.